De groepsfase van het WK 2026 verloopt tot nu toe
opvallend. Waar vooraf werd gehoopt op veel grote uitslagen door het nieuwe
format met 48 landen, ontstaat in de praktijk iets heel anders: grote uitslagen
zijn er wel, maar gelijk spelen domineert de groepsfase. Van de eerste zestien
wedstrijden eindigde precies de helft in een gelijkspel. Op een speeldag waarop
zelfs alle vier de duels onbeslist bleven, werd een historisch record uit 1958
geëvenaard. Maar, waarom? Gelijkspel zo slecht nog niet
Het vernieuwde toernooiformat speelt hierin een grote rol.
Met 48 landen, twaalf groepen en een extra knock-outronde is er strategisch
meer ruimte om defensief te spelen. Niet alleen de nummers één en twee gaan
door, ook de acht beste nummers drie stromen door. Hierdoor is een gelijkspel
niet langer een gemiste kans, maar vaak ook al gewoon een prima resultaat. Drie
remises kunnen al genoeg zijn om de volgende ronde te bereiken. Dat maakt
voluit aanvallen in de slotfase minder aantrekkelijk en zorgt ervoor dat teams
risico's vermijden. Eén fout kan het verschil betekenen tussen groepsoverleving
of vroege uitschakeling, dus kiezen bondscoaches sneller voor controle in
plaats van het nemen van onnodige risico's.
Herinneringen aan het WK van 1990
Voor voetballiefhebbers voelt dit als een bekend patroon.
Het WK van 1990 in Italië staat nog altijd bekend om de hoeveelheid
gelijkspellen in de groepsfase. Dat leidde destijds tot kritiek en zelfs een
aanpassing van het puntensysteem. Nu lijkt die focus op 'eerst de nul houden'
weer helemaal teruggekeerd. Dit ligt niet aan een gebrek aan de wil om te
winnen, maar aan de structuur die ploegen stimuleert om in de eerste plaats een
nederlaag te voorkomen.
Wie alleen naar het aantal gelijke spelen kijkt, zou kunnen
denken dat het WK 2026 een saai toernooi is. Inmiddels weten we wel dat dat
beeld niet helemaal klopt. Hoewel veel wedstrijden zonder winnaar eindigen,
wordt er nog altijd volop gescoord.
Duels als Noorwegen tegen Senegal (3-2) en meer
dan genoeg andere wedstrijden laten zien dat ploegen wel degelijk de weg naar
het doel weten te vinden. Het probleem zit hem dus niet zozeer in een gebrek
aan aanvallende intenties, maar eerder in het feit dat veel landen aan elkaar
gewaagd zijn en in de slotfase vaak genoegen nemen met een punt.