Thierry Henry ziet Nederland als een van de gevaarlijkste outsiders voor het WK van 2026. Op uitnodiging van Samsung ging FHM in gesprek met de Fransman over Oranje, het Nederlandse voetbal en de spelers die volgens hem het verschil kunnen maken op het hoogste podium. Daarbij kwam hij meerdere keren terug op hetzelfde punt: volgens Henry onderschat de voetbalwereld Nederland nog altijd veel te makkelijk. Volgens Henry zagen veel mensen het Nederlands elftal tijdens het WK van 2022 ook niet aankomen. “Je kan Nederland nooit onderschatten. Nooit,” vertelt hij. “Mensen dachten ook niet dat ze zouden doen wat ze deden in Qatar.” Daarmee doelt hij natuurlijk op het duel met Argentinië, waar Oranje uiteindelijk pas na strafschoppen werd uitgeschakeld. Henry vindt dat Nederland daar dichter bij iets historisch zat dan veel mensen achteraf willen toegeven. “Ze waren heel dichtbij om Argentinië eruit te gooien,” zegt hij daarover. “En ik denk niet dat veel mensen vooraf verwachtten dat Nederland zó dichtbij zou komen.”
Bewondering voor het Nederlandse voetbal
Tijdens het gesprek blijkt ook hoeveel bewondering Henry heeft voor het Nederlandse voetbal in het algemeen. Niet alleen voor de huidige generatie, maar juist ook voor de invloed die Nederland jarenlang op het moderne voetbal heeft gehad. “Ik ben altijd fan geweest van Nederlands voetbal,” vertelt hij. “Mijn favoriete speler toen ik opgroeide was Marco van Basten.” Daarna begint Henry direct over het totaalvoetbal en Rinus Michels. Volgens hem blijft het bijzonder hoe een relatief klein land zoveel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van het voetbal. “Ik vond het altijd bijzonder hoe zo’n klein land aan de basis kon staan van zoveel ontwikkelingen binnen het voetbal,” zegt hij.
Toch merkt Henry dat Nederland richting het WK van 2026 internationaal nog steeds niet direct tussen de absolute favorieten wordt gezet. Frankrijk, Argentinië, Brazilië en Engeland worden volgens hem veel sneller genoemd zodra het over kanshebbers gaat. En juist dat maakt Oranje gevaarlijk. “Als je mensen vraagt wie de favorieten zijn, gaan niet veel mensen Nederland noemen,” zegt Henry. “Maar wees voorzichtig.”
Volgens Henry heeft Nederland namelijk precies wat je nodig hebt om ver te komen op een eindtoernooi. Hij noemt onder meer Virgil van Dijk, Tijjani Reijnders en Denzel Dumfries als voorbeelden van spelers die gewend zijn geraakt aan het hoogste niveau. “Jullie hebben kwaliteit,” vertelt hij. “Reijnders speelt bij een grote club, Dumfries speelt bij een grote club, die jongens weten nu hoe het voelt om dichtbij iets historisch te zijn geweest.” Juist daarom begrijpt Henry niet waarom Nederland niet groter zou mogen denken richting het WK. “Waarom niet?” zegt hij. “Waarom zou je niet mogen denken dat je het kunt winnen?”
De spitspositie blijft een vraagteken
Ook de spitspositie van Oranje kwam nog voorbij tijdens het gesprek. Daarbij noemde Henry opvallend genoeg direct Donyell Malen, die volgens hem momenteel sterk presteert bij Roma. Toch wilde hij zich niet vastleggen op wie uiteindelijk de nummer 9 van Nederland moet worden op het WK. Volgens Henry hangt dat volledig af van hoe de bondscoach wil spelen. “Je kan met een echte nummer 9 spelen, maar ook met een valse 9,” zegt hij. “Ik heb te veel respect voor coaches om te zeggen wie er moet spelen. Maar jullie hebben zeker spelers die die rol kunnen invullen.”
Deze landen en spelers houden Henry bezig richting het WK
Naast Nederland keek Henry tijdens het gesprek ook alvast vooruit naar andere spelers en landen die hem opvallen richting het WK van 2026. Lamine Yamal noemde hij direct als een speler waar hij enorm naar uitkijkt, net als Michael Olise, die mogelijk zijn eerste WK gaat spelen. Ook Cristiano Ronaldo kwam voorbij. Henry is benieuwd of Ronaldo misschien alsnog dat ene ontbrekende hoofdstuk aan zijn carrière kan toevoegen. Als verrassingen voor het toernooi noemt hij vooral Noorwegen en Senegal. Volgens Henry beschikken beide landen over meer kwaliteit en diepte dan veel mensen denken. Toevallig zitten Noorwegen en Senegal allebei bij Frankrijk in de groep, iets waar Henry zelf ook om moest lachen. “Dat is geen goed nieuws voor Frankrijk,” zegt hij lachend.