Terwijl de meeste voetballers van zijn generatie al decennia lang met een krantje in de achtertuin zitten of als analist aan een talktafel verschijnen, staat de 58-jarige Kazuyoshi Miura nog gewoon op het voetbalveld. De man die in 1986 — het jaar van de kernramp in Tsjernobyl en de oprichting van Flevoland — zijn debuut maakte bij het Braziliaanse Santos, denkt nog stééds niet aan stoppen.
Tijdens een recente presentatie bij zijn nieuwe werkgever liet de Japanse spits weten dat zijn passie voor het spelletje onveranderd groot is. Miura maakt zich op voor zijn 41e seizoen als prof en gaat op huurbasis aan de slag bij Fukushima United, een club die uitkomt op het derde niveau in Japan.
Terug op het hoogste plan
Met zijn overstap naar Fukushima United keert 'King Kazu' na een afwezigheid van vijf jaar terug in de officiële J. League, die de drie hoogste divisies van het land beslaat. Het afgelopen seizoen was hij nog actief op het vierde niveau bij Atlético Suzuka, maar de uitdaging bij zijn nieuwe club laat zien dat hij nog steeds op een serieus niveau wil meedraaien. In februari viert hij zijn 59e verjaardag, wat betekent dat hij als bijna zestiger de stadions in Japan weer onveilig gaat maken.
Een wereldreiziger met een missie
De carrière van Miura leest als een tienerdroom. Nadat hij als tiener naar Brazilië vertrok om bij Santos te debuteren, speelde hij in de jaren die volgden voor clubs in Italië, Kroatië, Australië en Portugal. Hij was de grote aanjager van het
voetbal in eigen land en hielp de professionele J. League in 1993 persoonlijk op de kaart te zetten. Hij werd een nationaal icoon en een symbool voor de groei van de
sport in Azië. In 2025 bewijst hij nog steeds dat zijn liefde voor het gras sterker is dan welke teleurstelling of leeftijd dan ook.