Mikky Keetels (26) leefde een paar jaar geleden nog gewoon het leven van een student die af en toe een rondje ging hardlopen voor het goede doel. Nu vliegt ze als stewardess de wereld over en loopt ze marathons op internationaal niveau. De afgelopen weken gingen absurd hard voor Keetels.
Eerst won ze het NK marathon in Rotterdam, daarna pakte ze het parcoursrecord in Vancouver en afgelopen weekend liep ze tijdens de
Wings for Life World Run in Breda 62,24 kilometer. Daarmee werd ze wereldwijd de beste vrouw van het evenement én liep ze de verste afstand ooit bij de vrouwen in de geschiedenis van de run.
FHM sprak Mikky over haar bizarre weken, trainen zonder coach, leven op gevoel en haar droom om ooit de Olympische Spelen te halen.
Voor mensen die jou nog niet kennen: wie is Mikky Keetels eigenlijk?
“Ik ben marathonloopster en daarnaast werk ik als stewardess bij KLM. Ik loop veel wedstrijden en evenementen en ik zet me sinds 2019 ook in voor KiKa. Daar ben ik ambassadeur van. Buiten het lopen ben ik dus veel in het buitenland door mijn werk en daar train ik ook gewoon door. Dat maakt het misschien ook wel anders dan bij veel andere topsporters, omdat mijn leven niet alleen maar bestaat uit trainen, eten en slapen. Ik vlieg veel, zie veel van de wereld en probeer overal waar ik ben mijn trainingen erin te passen.”
Dat klinkt als twee totaal verschillende werelden. Hoe combineer je topsport met een baan waarbij je constant vliegt?
“Ik train eigenlijk overal waar ik ben. Ik kijk aan het begin van de week hoe mijn vluchten eruit zien en daaromheen maak ik mijn trainingsplan. In mijn niet-raceseizoen train ik zeven dagen per week en soms ook twee keer per dag. Ik probeer gemiddeld tussen de twintig en dertig kilometer per dag te lopen, dus dat is elke week een beetje puzzelen. Maar juist dat schakelen past denk ik goed bij mij. Ik hou ervan dat geen enkele week hetzelfde is.”
En dat doe je allemaal zonder trainer?
“Ja, ik doe eigenlijk alles zelf. Dat is ook een beetje geleidelijk zo ontstaan. Toen ik begon met hardlopen was het totaal geen topsport. Ik liep in 2019 voor het goede doel, om geld op te halen voor KiKa. Ik was helemaal geen hardloper en liep misschien één keer per week. Het ging me vooral om het doel erachter. Pas later ben ik het steeds serieuzer gaan nemen. Tijdens een reis begon ik vaker te trainen en in Málaga liep ik ineens een tijd waarvan ik dacht: oké, misschien zit hier meer in. Vanaf dat moment ging de knop echt om en ben ik er veel professioneler naar gaan kijken.”
Wat veranderde er toen?“Vooral mijn mindset. Dat je bij alles wat je doet nadenkt over wat het effect heeft op je
sport. Maar ik doe nog steeds heel veel op gevoel. Ik denk ook dat dat juist werkt voor mij. Ik maak veel kilometers, maar ik geniet er ook echt van. Dat plezier is voor mij heel belangrijk. Ik denk dat je deze sport ook niet jarenlang volhoudt als je alleen maar bezig bent met presteren en cijfers. Ik moet het nog steeds leuk vinden om mijn schoenen aan te trekken.”
Dat gevoel zie je ook terug in hoe jij races benadert. De voorbereiding op Rotterdam was bijvoorbeeld allesbehalve rustig toch?
“Haha nee, totaal niet. Ik kwam net terug uit Buenos Aires en moest meteen door naar de persconferentie van Rotterdam. Ik kwam daar echt binnengestormd en moest me nog snel omkleden in het toilet. De avond voor de marathon kwam ik er ook nog achter dat ik mijn sportvoeding was vergeten tijdens het loslopen in Utrecht. Dus toen moest ik laat op de avond nog op en neer om mijn gels op te halen. Misschien niet bepaald de voorbereiding van een Nederlands kampioen, maar ik raak eigenlijk niet zo snel in paniek. Ik heb gewoon vertrouwen in het werk dat ik heb gedaan. Eén slechte nacht of iets vergeten gaat uiteindelijk niet bepalen hoe jij die race loopt.”
En vervolgens win je gewoon het NK marathon in Rotterdam. Had je dat vooraf verwacht?
“Ik wist wel dat ik heel goed had getraind en dat er een goede tijd in zat. Maar je weet natuurlijk nooit wat anderen doen. Ik probeer tijdens een race vooral bezig te zijn met mezelf en het maximale eruit te halen. Dat is uiteindelijk het enige waar je controle over hebt. Natuurlijk droom je van zo’n overwinning, maar je kan jezelf daar ook helemaal gek mee maken vooraf. Ik probeer daarom juist rustig te blijven en gewoon mijn eigen race te lopen.”
Na Rotterdam liep je ook nog het parcoursrecord in Vancouver.
“Ja, Vancouver voelde eigenlijk heel random. Rotterdam was echt een race waar ik maanden naartoe had geleefd. Vancouver ging ik veel ontspannener in. Ik dacht gewoon: we gaan hard weg en dan zien we wel hoe het loopt. Halverwege voelde ik dat het echt goed zat en toen dacht ik: misschien kan hier wel iets moois uitkomen. Uiteindelijk liep ik daar ook nog het parcoursrecord, dus toen ging het ineens wel heel snel allemaal. Dat is eigenlijk ook een beetje hoe ik vaak race. Gewoon durven starten en dan kijken waar het schip strandt.”
Toen kwam Wings for Life. Voor mensen die het niet kennen: wat maakt dat evenement zo bijzonder?
“Het is een wereldwijde run waarbij iedereen tegelijk start. Er is geen finishlijn. In plaats daarvan rijdt er een Catcher Car achter je aan die steeds sneller gaat rijden. Zodra die auto je inhaalt, stopt jouw race. Daardoor kan letterlijk iedereen meedoen. Sommige mensen lopen een paar kilometer, anderen veel verder. Alles draait om geld ophalen voor onderzoek naar ruggenmergletsel. Dat maakt het ook zo bijzonder. Je loopt niet alleen voor jezelf, maar echt voor iets groters.”
Jij liep daar direct je eerste ultramarathon ooit. Had je enig idee waar jouw grens lag?
"Nee totaal niet. Een marathon was tot dat moment het verste wat ik ooit had gelopen. We hadden vooraf wel berekend dat het tempo van de winnares van vorig jaar comfortabel moest zijn voor ons. Dus het idee was vooral slim lopen en kijken hoe ver we zouden komen. Uiteindelijk bleef ik mezelf tijdens het lopen ook een beetje voor de gek houden door alles op te delen in kleine stukjes. Eerst denk je: gewoon lekker meelopen. Daarna maak je er weer een nieuwe race van in je hoofd. Zo blijf je mentaal bezig en voelt het minder alsof je bezig bent met zo’n gigantische afstand.”
“Ik dacht ook veel aan de mensen voor wie we liepen. Mensen die in een revalidatiecentrum terechtkomen geven ook niet op. Dus dat bleef ik tegen mezelf zeggen tijdens die laatste kilometers. Op een gegeven moment ben je gewoon alleen nog maar bezig met doorgaan.”
Uiteindelijk liep je ruim 62 kilometer en verbrak je direct het vrouwenrecord van het evenement. Wanneer hoorde je dat eigenlijk?
“Pas nadat de Catcher Car me had ingehaald eigenlijk. Tijdens het lopen hadden mensen het blijkbaar wel geroepen, maar dat kreeg ik helemaal niet mee. Je zit zo diep in die race dat je alleen nog maar bezig bent met doorgaan. Pas achteraf begon het een beetje binnen te komen wat er eigenlijk gebeurd was.”
Smaakt zo’n ultra nu naar meer?
“Ja zeker. De marathon blijft wel mijn grootste liefde, maar ik vond dit echt heel vet. Een backyard ultra lijkt me bijvoorbeeld ook heel gaaf om ooit te doen. Ik denk dat dat mentale aspect mij ook wel ligt. Gewoon blijven gaan en kijken hoe ver je lichaam en hoofd samen kunnen komen.”
Ondanks alles blijft de marathon dus het grote doel?
“Ja, en uiteindelijk ook de Olympische Spelen. Dat is wel echt mijn droom. Je kan je op twee manieren kwalificeren voor de Spelen. De eerste is door direct de limiettijd te lopen, al is die nog niet officieel bekend. Er gaan wel geruchten dat die rond de 2 uur 23 komt te liggen. De tweede manier is via de Nederlandse marathonranglijst. Waarschijnlijk gaan de plekken dan naar de nummers één en twee van Nederland. Op dit moment sta ik derde op die lijst, dus ik moet nog een plek stijgen. Later dit jaar wil ik een paar maanden naar Afrika voor een hoogtestage. Ik denk dat dat echt een groot verschil kan maken. Ik heb gelukkig nog wat tijd richting die kwalificatie, dus dat geeft ook rust. Maar als ik er zelf niet in zou geloven, zou ik er ook niet zo vol voor gaan. Ik denk echt dat het mogelijk is met de juiste keuzes.”