Shorttracker Sven Roes werd eind juni enkele dagen vermist. Zijn auto werd gevonden op Schiphol en later bleek dat Roes in het buitenland verbleef. Nadat hij weer contact had opgenomen met zijn familie en terugkeerde naar Nederland, deelde hij een openhartig bericht op Instagram. Het bericht beschrijft de mentale strijd van Roes, op een bijzonder dappere manier.
In zijn post beschrijft
Roes hoe hij zich lange tijd sterker voordeed dan hij zich voelde. Hij schreef: “De afgelopen maanden, misschien zelfs jaren, heb ik gedaan alsof het goed met me ging. Of misschien wilde ik dat zelf ook heel graag geloven. Na alle operaties, blessures en het missen van de Olympische Spelen, terwijl ik het seizoen daarvoor nog tweede werd op het EK, bleef ik hopen dat het ooit weer goed zou komen.” Die woorden laten zien hoe moeilijk het kan zijn om toe te geven dat het niet goed gaat. Zeker in de topsport, waar doorzettingsvermogen en presteren vaak centraal staan, kan de druk om sterk te blijven groot zijn.
Druk
Roes beschrijft ook hoe die druk hem langzaam uitputte: “Ik wilde blijven presteren. Ik wilde mensen trots maken. Ik wilde mijn familie niet teleurstellen. Daardoor vergat ik mezelf. Ik bleef zeggen dat het goed ging, terwijl ik van binnen langzaam kapotging.” Deze passage maakt duidelijk hoe mannen soms het gevoel kunnen hebben dat zij altijd sterk moeten zijn, voor hun omgeving, voor hun familie of voor hun werk. Juist dat idee kan het moeilijk maken om hulp te vragen of eerlijk te vertellen hoe het werkelijk gaat.
Mentale worsteling
Het meest confronterende deel van zijn bericht is misschien wel de erkenning dat zijn mentale worsteling diep ging: “Mijn strijd gaat veel dieper dan alleen een sportcarrière die anders is gelopen dan ik had gehoopt. Er waren momenten waarop ik dacht dat ik niet meer verder wilde leven. Niet omdat ik niet van het leven hield, maar omdat ik niet meer kon leven met het gevoel dat ik had gefaald en iedereen had teleurgesteld.” Dat Roes deze gedachten deelt, vraagt om moed. Zulke uitspraken doorbreken het taboe dat rondom mentale problemen en suïcidale gedachten nog vaak bestaat.
Juist daarom is dit soort openheid zo belangrijk. Wanneer mannen publiekelijk spreken over hun mentale gezondheid, laten zij zien dat kwetsbaarheid geen teken van zwakte is. Het opent de deur voor gesprekken die anders misschien niet gevoerd zouden worden. Mannen die zich herkennen in gevoelens van druk, falen of eenzaamheid kunnen zich door zo’n bericht minder alleen voelen en eerder hulp durven zoeken.
Hulp is cruciaal
Roes benadrukt zelf dat inzicht ook in zijn post: “Dat vind ik misschien wel het moeilijkste om toe te geven. Ik heb altijd gedacht dat ik alles alleen moest kunnen oplossen. Maar echte kracht zit ook in eerlijk durven zijn en hulp durven accepteren.”
Deze woorden raken de kern van de discussie over mannen en mentale gezondheid. De verwachting dat een man alles zelfstandig moet kunnen dragen, kan een grote belemmering vormen om steun te zoeken. Zijn bericht eindigt met een duidelijke keuze voor openheid: “Ik deel dit verhaal niet om medelijden te krijgen. Ik deel het omdat ik niet langer wil doen alsof alles goed gaat. Vanaf nu wil ik eerlijk zijn. Dat is de eerste stap op weg naar herstel.” Met die woorden geeft Roes een krachtig voorbeeld. Niet omdat hij een perfecte oplossing biedt, maar omdat hij laat zien hoe belangrijk het is om eerlijk te zijn over wat er vanbinnen speelt.
Het verhaal van Sven Roes onderstreept dat
mentale gezondheid ook bij mannen aandacht en bespreekbaarheid verdient. Open gesprekken kunnen taboes doorbreken, steun bieden en mensen helpen eerder hulp te zoeken. Dat maakt zijn bericht niet alleen persoonlijk, maar ook maatschappelijk van grote waarde.
Als je zelf worstelt met sombere of suïcidale gedachten, neem dan contact op met je huisarts of bel 113 Zelfmoordpreventie via 113 of 0800-0113.