113 wil mannen eerder aan het praten krijgen over mentale problemen

05 sep , 12:00Nieuws
113_Vitesse-2762
Problemen? Die los je zelf wel op. Het is een gedachte die veel mannen waarschijnlijk herkennen. Maar juist wanneer het mentaal niet goed gaat, kan die houding ervoor zorgen dat hulp te laat komt. Met de nieuwe campagne ‘Zelf oplossen begint bij 113’ wil 113 Zelfmoordpreventie mannen laten zien dat hulp vragen niet betekent dat je de regie uit handen geeft. In Nederland overlijden jaarlijks veel meer mannen dan vrouwen door zelfdoding, waarbij vooral mannen van middelbare leeftijd een opvallende risicogroep vormen. Waarom is de stap naar hulp voor hen zo groot? En misschien nog belangrijker: hoe zorgen we ervoor dat die stap kleiner wordt?
Van 7 tot en met 13 september is het in Nederland de Wereld Suïcide Preventie Week. Dat is nog altijd hard nodig. Wereldwijd overlijdt iedere 45 seconden iemand door zelfdoding. In Nederland overleden in 2025 1.758 mensen door zelfdoding: gemiddeld bijna vijf mensen per dag. Van hen waren 1.205 mannen en 553 vrouwen. De cijfers laten vooral één ding zien: mannen lopen een aanzienlijk groter risico. Bijna 70 procent van de mensen die in Nederland door zelfdoding overlijden is man. Een opvallend groot deel daarvan bestaat uit mannen van middelbare leeftijd, tussen de 40 en 70 jaar.
113 horizontaal beeld V1

Zelf oplossen begint bij 113

113 Zelfmoordpreventie vraagt daarom tijdens de Wereld Suïcide Preventie Week extra aandacht voor deze groep. Met de nieuwe campagne ‘Zelf oplossen begint bij 113’ probeert de organisatie een hardnekkig idee onder mannen juist als ingang voor hulp te gebruiken: je problemen zelf willen oplossen betekent niet dat je het ook alleen hoeft te doen. Gisteravond werd die boodschap letterlijk naar het voetbalstadion gebracht. In het GelreDome kwamen zo’n 17.000 Vitesse-supporters samen voor de wedstrijd tegen TOP Oss. Vlak voor de aftrap werd hen gevraagd om één minuut met degene naast zich te praten, met één simpele vraag: ‘Hoe gaat het met je?’

Een probleem dat veel groter is dan we denken

Zelfdoding onder mannen van middelbare leeftijd is geen probleem met één duidelijke oorzaak. Juist de combinatie van verschillende omstandigheden kan iemand steeds verder in de problemen brengen. Onderzoek van 113 Zelfmoordpreventie en het Trimbos-instituut laat zien dat psychische problemen, arbeidsongeschiktheid, alleen wonen, financiële problemen, relatieproblemen en lichamelijke problemen allemaal een rol kunnen spelen. Het gaat daarbij niet om losse oorzaken, maar om de manier waarop verschillende factoren zich bij iemand kunnen opstapelen.
Gemiddeld vinden er in Nederland ongeveer 20 zelfdodingen per 100.000 mannen van 40 tot 70 jaar plaats. Bij mannen die psychische problemen hebben en daarvoor GGZ-zorg ontvangen, ligt dat aantal veel hoger: 114,59 per 100.000. Ook mannen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering en mannen die alleen wonen vormen afzonderlijk een groep met een verhoogd risico. Wanneer verschillende factoren samenkomen, wordt het verschil nog groter. Mannen van middelbare leeftijd die GGZ-zorg ontvangen, alleen wonen én een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben, overleden volgens het onderzoek 14,5 keer zo vaak door zelfdoding als de gemiddelde man van 40 tot 70 jaar. Daarmee wordt ook duidelijk waarom het lastig is om het probleem terug te brengen tot één simpele verklaring.

Waarom lossen mannen hun problemen liever zelf op?

Sterk zijn. Zelfstandig zijn. Niet zeuren. Gewoon doorgaan. Het zijn ideeën die veel mannen van jongs af aan meekrijgen. Het probleem ontstaat wanneer die eigenschappen ervoor zorgen dat iemand ook blijft doorgaan wanneer het eigenlijk niet meer gaat. Uit onderzoek blijkt dat mannen terughoudender zijn in het zoeken van psychologische hulp en minder snel over suïcidaliteit praten. Daarbij spelen maatschappelijke verwachtingen rondom mannelijkheid een rol. Sterk, veerkrachtig en ‘in control’ zijn worden vaak gezien als belangrijke eigenschappen. Psychische problemen kunnen juist gevoelens van kwetsbaarheid en machteloosheid oproepen. Schaamte kan vervolgens een extra drempel vormen. Het gevoel niet te voldoen aan het beeld van hoe een man zou moeten zijn, kan het nog moeilijker maken om toe te geven dat het niet goed gaat. Problemen kunnen daardoor steeds verder worden opgestapeld, totdat iemand pas hulp zoekt wanneer de situatie al in een crisis is beland.
Daarbij speelt voor veel mannen ook werk een belangrijke rol. Een baan, inkomen en het gevoel zelfstandig voor jezelf en anderen te kunnen zorgen, zijn vaak onderdeel van hun identiteit. Het verliezen van werk of arbeidsongeschikt raken kan daardoor veel meer betekenen dan alleen een financieel probleem. Ook een scheiding kan grote gevolgen hebben. Het verlies van sociale steun, het minder vaak hebben van de dagelijkse zorg voor kinderen en gevoelens van verlies van status of identiteit kunnen daarbij een rol spelen. De vraag is dan niet alleen waarom iemand uiteindelijk hulp nodig heeft. De vraag is ook waarom hij daar soms zo lang mee wacht.
Ontwerp zonder titel
Pieter

Sterk blijven was de norm

Voor veteraan Pieter Blonk was het idee dat hij zijn problemen zelf moest oplossen lange tijd vanzelfsprekend. Dat begon al in zijn jeugd. Hij werd gepest wanneer hij zijn emoties liet zien. Als hij huilde, werd hij uitgelachen en genoemd voor ‘loser’ of ‘mietje’. Daardoor leerde hij al vroeg dat emoties tonen iets was wat je beter kon verbergen. “Als ik dit laat zien, dan word ik een loser gevonden, dan word ik een mietje gevonden, dan ben ik zwak”, vertelt Pieter. Dus hield hij dingen voor zichzelf. Op zijn zeventiende kwam hij bij de Luchtmobiele Brigade van Defensie terecht. Daar werd die houding nog verder versterkt. De groep bestond destijds grotendeels uit mannen die volgens Pieter groot, stoer en sterk waren. Hij keek tegen hen op en begon hun gedrag over te nemen. 'Er werden letterlijk hardop van die leuzen geroepen: ‘Pijn is een emotie en emoties kun je uitschakelen.' Pieter was zeventien en wilde zijn zoals de mannen tegen wie hij opkeek. Iedereen hield zich groot. Ruimte om te zeggen dit raakt mij, dit vind ik spannend of ik ben bang voelde hij nauwelijks.
Jaren later begon die manier van leven hem steeds meer op te breken. Tijdens een wintersportvakantie in 2011 sloegen de stoppen door om iets wat op zichzelf heel klein leek. Zijn zus deed een paar zoutkorrels op zijn hoofd nadat Pieter een grapje had gemaakt. “Toen sloegen bij mij de stoppen door. Om iets superkleins.” Zijn zus zag dat het niet goed met hem ging en smeekte hem om hulp te zoeken. Pieter beloofde dat hij dat zou doen, maar daarmee was het probleem niet ineens verdwenen. Hij ging daarna nog bijna een jaar door. Hij dronk meer alcohol, sliep slecht en deed naar de buitenwereld juist extra zijn best om te laten zien dat het goed met hem ging. Feestjes sloot hij als laatste af, terwijl hij naar eigen zeggen compleet afgeschuimd van de alcohol was. Thuis lag hij vervolgens alleen maar in bed en 's nachts kon hij niet slapen. In 2012 stapte hij uiteindelijk naar de huisarts. Niet om over zijn mentale gezondheid te praten, maar met een veel praktischere vraag: hij wilde slaappillen omdat hij niet meer sliep. De huisarts ging daar niet in mee en verwees hem door naar een psycholoog.
‘Ik omschrijf het altijd alsof ik op moest geven. Alsof ik me gewonnen moest geven.’
- Pieter
Hij vergelijkt het met een sparpartij waarin je onderop ligt en moet afkloppen. 'Ik omschrijf het altijd alsof ik op moest geven. Alsof ik me gewonnen moest geven, zeg maar. Dus zie je het een beetje als een sparpartij, je belandt onderop en je moet afkloppen. En zo voelde dat voor mij.' Hulp nodig hebben betekende voor Pieter dat hij het niet alleen kon. 'Ik voelde me superzwak, dat ik het niet alleen kon. Dat ik hulp nodig had.' Binnen Defensie had een psycholoog bovendien geen positief imago. Pieter wilde dan ook niet dat zijn collega’s wisten dat hij hulp zocht. Juist die ervaring neemt Pieter nu mee in zijn werk als mental coach. Hij begeleidt onder anderen militairen, topsporters, profvoetballers, directeuren en leidinggevenden. Hun verhalen en situaties verschillen, maar volgens Pieter komen dezelfde gedachten vaak terug. 'Ik moet me groothouden. Ik moet het gezin dragen. Ik ben toch die sterke leidinggevende? Ik ben toch die profvoetballer?' Volgens Pieter is die herkenning belangrijk. Hij ziet in zijn werk hoe sterk bepaalde culturen en verwachtingen kunnen zijn. De profvoetbalcultuur kan volgens hem bijvoorbeeld behoorlijk lijken op de Defensiecultuur die hij zelf kende: een omgeving waarin weinig ruimte is voor emotie. Tegelijkertijd heeft hij inmiddels ook gezien wat er kan gebeuren wanneer iemand binnen zo’n groep als eerste laat zien dat kwetsbaarheid geen zwakte hoeft te zijn.
‘Als één van de groep zich openstelt, gaan de anderen daarin mee.’
- Pieter
Dat is volgens hem ook de kracht van rolmodellen. Een campagne gaat niet ineens alle problemen oplossen, zegt Pieter, maar wanneer mensen die als sterk worden gezien zichzelf kwetsbaar durven opstellen, kan dat wel beweging creëren.

Je blijft zelf aan het stuur

Precies daar probeert 113 met de nieuwe campagne op in te spelen. De organisatie wil mannen niet simpelweg vertellen dat ze hun problemen niet zelf moeten proberen op te lossen. In plaats daarvan wordt juist ingespeeld op hun behoefte aan zelfstandigheid. Marcel van Kanten, communicatieadviseur bij 113 Zelfmoordpreventie, ziet daarin een belangrijke sleutel. Volgens hem is de overtuiging ‘ik moet mijn problemen zelf oplossen’ een van de grootste barrières voor mannen om hulp te zoeken. De boodschap van 113 is daarom niet: geef de controle uit handen. Het tegenovergestelde juist. Je blijft zelf aan het stuur. ‘Wij lossen het niet voor je op’, legt Marcel uit. ‘We gaan gewoon naast je staan en we denken met je mee.’ Contact zoeken met 113 kan volgens hem juist een eerste stap zijn in het zelf aanpakken van je problemen.
Voor Marcel is die boodschap bovendien persoonlijk. Hij is zelf ervaringsdeskundige en worstelde als jongvolwassene jarenlang met depressies en suïcidale gedachten. Uiteindelijk bleek juist iemand die hem zag en naar hem luisterde belangrijk in zijn weg naar boven. Dat maakt dat hij ook anders kijkt naar de vraag wat er nodig is om iemand te bereiken. Niet iedere man zal bij een campagne direct denken: ik heb hulp nodig. Soms begint het veel eerder. Met iemand die iets opmerkt. Met een vraag. Met een moment waarop iemand even stilstaat bij hoe het daadwerkelijk met hem gaat.
113_Vitesse-2752

17.000 supporters, één simpele vraag

Gisteravond werd die gedachte op een bijzondere plek uitgeprobeerd. In het GelreDome zaten zo’n 17.000 supporters voor de wedstrijd tussen Vitesse en TOP Oss. Vlak voor de aftrap richtte de stadionomroeper zich tot het publiek. Op het afgesproken moment begonnen supporters door het hele stadion een gesprek van een minuut met degene naast zich. De vraag was simpel: ‘Hoe gaat het met je?’ De actie werd georganiseerd door Vitesse Betrokken, Vitesse, de gemeente Arnhem en 113 Zelfmoordpreventie, met steun van de KNVB. Het doel is om het taboe op praten over mentale gezondheid en zelfdoding onder mannen te doorbreken.
Voetbal is daarvoor misschien wel een logische plek. Iedere wedstrijd komen duizenden mensen samen die elkaar vaak helemaal niet kennen, maar wel negentig minuten naast elkaar staan of zitten. De actie probeert van die vanzelfsprekende verbondenheid iets anders te maken: een aanleiding om daadwerkelijk naar elkaar om te kijken.

Wat als iemand jou die vraag had gesteld?

De vraag klinkt eenvoudig, maar voor iemand die midden in een donkere periode zit, kan hij behoorlijk ingewikkeld zijn. We legden die situatie daarom ook voor aan Pieter. Stel: je zit tijdens je donkerste periode tussen duizenden andere supporters en de man naast je vraagt ineens hoe het écht met je gaat. Wat had hij dan gezegd? Pieter denkt dat de kans groot was dat hij het sociaal wenselijke antwoord had gegeven: ‘Het gaat goed.’ Niet omdat dat daadwerkelijk zo was, maar omdat hij destijds gewend was zijn problemen verborgen te houden. Toch denkt hij dat er iets anders had kunnen gebeuren. Als de persoon tegenover hemzelf iets van kwetsbaarheid had laten zien, had Pieter misschien zijn eigen masker laten zakken.
Marcel herkent dat. Hij vertelt dat één minuut natuurlijk niet genoeg is om iemand zijn hele levensverhaal te laten vertellen. 'Je gaat niet een leven vertellen in één minuut als supporter. Dat kan ook helemaal niet. Dat is ook helemaal niet de bedoeling.' Waar het volgens hem om gaat, is dat iemand even wordt gedwongen om stil te staan bij de vraag hoe het daadwerkelijk met hem gaat. Misschien zegt iemand op de tribune gewoon ‘het gaat goed’. Maar, zo hoopt Marcel, denkt hij daar thuis nog eens over na. Het gaat goed, maar het gaat helemaal niet goed. Juist dat moment kan volgens hem belangrijk zijn. Niet meteen een compleet gesprek, maar simpelweg iets wat in beweging wordt gezet.
Daarmee wordt ook duidelijk wat 113 met de actie wil bereiken. Het gaat niet om een minuut waarin iemand zijn hele leven op tafel legt. Het gaat om aandacht. Om even door die automatische reactie heen breken en iemand de ruimte geven om later alsnog te denken: misschien moet ik hier iets mee. Dat past precies bij de campagne. Marcel zegt het zelf eigenlijk heel simpel: 'je blijft als man in charge. Je houdt zelf de regie over je leven, maar hoeft het niet allemaal alleen te doen. 113 gaat niet je problemen oplossen, maar kan wel naast je staan en met je meedenken.'
113_Vitesse-2681

Niet ineens opgelost

Pieter verwacht niet dat één campagne ervoor zorgt dat mannen van de ene op de andere dag anders naar mentale gezondheid gaan kijken. 'Ik denk niet dat er ineens een omslagpunt komt van: tada, alles is opgelost. Dat zou naïef zijn om te denken.' Wel gelooft hij dat campagnes waarin rolmodellen zich kwetsbaar opstellen iets in beweging kunnen zetten. Als mannen die anderen als sterk zien laten merken dat ook zij ergens mee worstelen, kan dat volgens hem ruimte geven aan anderen om hetzelfde te doen. Marcel ziet die beweging ook. Volgens hem ontstaan er steeds meer openingen in werelden waarin praten over mentale gezondheid lange tijd lastig was. Van Defensie en de bouw tot de voetbalwereld. Tegelijkertijd vertelt hij dat 113 dit niet alleen kan.
'We kunnen dit nooit alleen. We hebben gewoon iedereen nodig. De pers, naasten, organisaties en uiteindelijk de samenleving als geheel.' 
- Marcel
Daarmee is een gesprek natuurlijk geen wondermiddel. Er is niet één reden waarom mannen vastlopen. Psychische problemen kunnen samengaan met werkloosheid of arbeidsongeschiktheid, financiële zorgen, relatieproblemen en eenzaamheid. Juist wanneer verschillende problemen zich opstapelen, kan iemand steeds verder in de knel komen. Tegelijkertijd maken schaamte, stigma en het idee dat je je problemen zelf moet oplossen de stap naar hulp extra moeilijk.

Eén persoon is al genoeg

Misschien is de waarde van de actie uiteindelijk niet af te meten aan hoeveel supporters tijdens die ene minuut daadwerkelijk hun verhaal vertellen. Misschien zegt iemand gewoon dat het goed gaat en blijft het daarbij. Maar misschien blijft de vraag later toch hangen. Hoe gaat het eigenlijk écht met mij? Marcel denkt daarbij niet in grote aantallen. Voor hem is één persoon al genoeg. Eén supporter die misschien niets zegt, maar thuis verder nadenkt. Eén man die de volgende ochtend besluit om toch de huisarts te bellen.
‘Als je één persoon gered hebt, dan heb je heel de wereld gered.’
- Marcel
Die gedachte is voor Marcel persoonlijk een belangrijke drijfveer om zich hiervoor in te zetten. Het hoeft niet in één keer alles te veranderen. Soms begint het simpelweg met vier woorden: hoe gaat het met je? Misschien is dat uiteindelijk precies wat er moet veranderen. Niet dat mannen minder zelfstandig worden, maar dat ze weten dat hulp vragen niet betekent dat ze de controle verliezen.
113-cmyk_verwijsbanner_rood_1
Delen met

Loading