Op maandag 17 augustus duikt Maarten van der Weijden voor de allerlaatste keer het open water in voor een gigantische prestatietocht. Hij zwemt 270 kilometer van zijn woonplaats Vught naar het Prinses Máxima Centrum in Utrecht. Niet langs 11, maar langs 22 steden. Het wordt zijn slotakkoord: met de tocht zamelt hij geld in voor vooruitstrevend onderzoek naar de directe en late gevolgen van kinderkanker, én sluit hij voor zichzelf een emotioneel hoofdstuk af.
Vijfentwintig jaar geleden werd bij voormalig olympisch kampioen en
FHM Gent of the Year 2023 Maarten van der Weijden leukemie geconstateerd. Hij herstelde en hield er, op wat beschadigd kraakbeen in zijn knieën na, geen ernstige fysieke schade aan over. "Maar als ik andere patiënten spreek, zie ik dat de impact van behandelingen — zeker bij kinderen die nog een heel leven voor zich hebben — gigantisch kan zijn," vertelt Van der Weijden. Na overleg met het Prinses Máxima Centrum besloot hij zich nog één keer vol overgave in te zetten, ditmaal specifiek gericht op de kwaliteit van leven na genezing.
Een ereschuld na het ziekenhuis
De drijfveer om zijn leven jarenlang in het teken van kankeronderzoek te stellen, komt voort uit zijn eigen verleden. "Je eigen leed, pijn en wanhoop vergeet je op een gegeven moment wel. Maar het leed dat ik in het ziekenhuis heb gezien bij patiënten die níét het geluk hadden om te herstellen, dat vergeet ik nooit meer. Ik noemde dat altijd een soort overlevingsschuld: waarom ik wel en zij niet?
Vanuit dat gevoel wilde ik het leven met mijn eigen geluk iets eerlijker maken. "Met zijn stichting haalde hij in de loop der jaren al bijna 18 miljoen euro op, goed voor 45 wetenschappelijke onderzoeken. Toch eiste die daadkracht mentaal een zware tol, zeker toen zijn beste vriend Sebastian — met wie hij de miljoeneninzamelingen opzette — zelf ongeneeslijk ziek werd. "Ik kon het niet verkroppen dat ik hem niet kon redden. Ik dacht altijd: als ik hard genoeg mijn best doe, komt het goed. Dat bleek niet waar. Die overlevingsschuld ging me enorm in de weg zitten. Deze allerlaatste tocht is voor mij ook de manier om dat definitief af te sluiten."
De magie van 2018 herhalen
Wanneer Van der Weijden terugblikt op zijn indrukwekkende zwemcarrière, springt zijn eerste Elfstedentocht in 2018 er met kop en schouders bovenuit. Niet zozeer vanwege de prestatie, maar door de steun vanuit het land toen hij het water uit moest. "Als maatschappij zijn we vaak hard voor mensen die hun doel niet halen. Maar toen ik daar uit het water werd getakeld, voelde ik een golf van collectieve compassie. Dat was heel bijzonder. We zijn soms te weinig lief voor elkaar én voor ons zelf."
Na de Elfstedentocht bleef het kriebelen, al moesten de plannen voor deze afscheidstocht wel een paar keer worden bijgesteld. "Ik wilde oorspronkelijk langs Rotterdam en Dordrecht zwemmen, maar Rijkswaterstaat zei direct: no way, dat gaan we echt niet toestaan." Uiteindelijk kwam hij uit op een route van Vught naar Utrecht, van zijn eigen woonplaats naar het Prinses Máxima Centrum.
Grondige voorbereiding
Zo’n loodzware tocht van 270 kilometer vraagt niet alleen fysiek het uiterste, maar is minstens zo zwaar op mentaal vlak. Om fysiek klaar te zijn, lag Van der Weijden de afgelopen maanden dagelijks in het water, maar zijn geheim zit vooral in de jarenlange ervaring met dit soort extreem ultrazwemmen. "We hebben enorm veel geleerd over voeding: hoeveel ik moet eten, wat ik exact binnen moet krijgen en wanneer," legt hij uit.
Mentaal probeert hij eventuele tegenslagen vooral voor te zijn door ze vooraf al door te nemen. "Ik probeer alles wat er kan gebeuren van tevoren te visualiseren. Als er dan onderweg iets geks gebeurt, verrast het ons niet en kunnen we er direct naar handelen. Op die manier hou je de controle en zorg je dat je uiteindelijk de finish bereikt."
Het zwarte gat na het zwemmen
Met 270 kilometer voor de boeg en een strak schema van dagelijks trainen, visualisaties en voedingsplannen, is hij er klaar voor. Maar wat komt er ná zaterdag 22 augustus, als hij de finish bereikt? "Voor mij is het sporten, en zeker het ultrazwemmen, daarna echt klaar," zegt hij vastberaden. "Fysiek zou ik nog twintig jaar door kunnen gaan, maar als ik dat niet doe, wordt het leven veel gevarieerder en nog leuker. Er valt straks een heleboel tijd vrij. Ik zie dat als een groene weide die ik nieuwsgierig ga verkennen. Wat ik precies ga doen weet ik nog niet, maar ik heb er heel veel zin in om het gewoon op me af te laten komen."
Wil je Maarten en zijn stichting steunen? Alle bijdragen zijn welkom. Doneren kan je hier doen.