Sommige mensen bouwen rustig op naar hun eerste marathon. Maandenlang trainen, schema’s volgen en hopen dat je die 42 kilometer een beetje fatsoenlijk doorkomt. Urenlang lopen, je lichaam dat langzaam afbreekt en een hoofd dat continu met je probeert te onderhandelen om te stoppen. Joep Toebes deed dat ook. Hij begon met die klassieke 42 kilometer en zette daar zijn eerste serieuze stappen. Maar waar de meeste lopers het daarbij wel genoeg vinden, besloot hij dat het nog wel een tandje zwaarder kon. Geen jaren rustig opbouwen of eindeloos blijven hangen op die 42 kilometer, maar meteen doorpakken. In Engeland stond hij aan de start van zijn eerste
ultramarathon en won die direct. De 22-jarige Brabander, inmiddels woonachtig in Amsterdam, loopt pas een paar jaar serieus hard, maar tikte meteen zijn eerste zege binnen. Geen klein rondje door het park, maar een slopende trailrace van 84 kilometer met serieuze hoogtemeters, uren alleen lopen en een lichaam dat op een gegeven moment overal pijn hoort te doen. Alleen bij Joep liep het net even anders.
Want waar de meeste mensen een ultra vooral willen overleven, stapte hij er al in met het idee dat een podiumplek misschien wel haalbaar was. Uiteindelijk liep hij niet alleen naar de winst, maar ook met een voorsprong waar hij zelf pas na de finish echt van schrok. Wij spraken hem over zijn leven vóór het hardlopen, waarom hij ineens het roer omgooide, hoe hij mentaal overeind bleef tijdens die bizarre race en waarom deze overwinning voor hem om meer draait dan alleen een medaille.
Hoe is dit allemaal ontstaan?
“Tijdens mijn studententijd leefde ik totaal anders. Veel gezelligheid, veel drinken, gewoon echt dat studentenleven. Toen ik naar Amsterdam verhuisde, heb ik het roer vrij rigoureus omgegooid. Ik wilde gezonder leven en hardlopen paste daar ineens perfect bij. Wat begon als iets om fitter te worden, is uiteindelijk volledig uit de hand gelopen. Nu is het niet meer gewoon een hobby, maar echt iets waar bijna alles omheen gebouwd is.”
Had je daarvoor al veel met sporten?
“Nee, eigenlijk helemaal niet op een fanatieke manier. Ik heb wel eens wat gedaan, maar nooit dat ik mezelf als sportief persoon zag. Het begon vooral met een competitief element. In mijn laatste studententijd hadden we een soort challenge: wie in een maand de meeste kilometers kon maken. Toen werd er iets bij mij getriggerd. Ik kreeg daarna voor mijn 21e verjaardag een cadeaubon om hardloopschoenen te kopen, heb dat gedaan en ben gewoon begonnen. Eerst drie keer per week, heel rustig. Maar toen ik eenmaal de marathon van Rotterdam had gezien, was ik verkocht. Vanaf dat moment dacht ik: hier wil ik meer mee.”
Hoe ziet je leven er nu naast het hardlopen uit?
“Het is inmiddels wel een serieus project geworden. Ik werk parttime, drieënhalve dag in de week, en daarnaast staat echt alles in het teken van trainen. Ik ben nu ook volop bezig richting een hele Ironman (3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en 42,2 km hardlopen) in augustus, dus naast hardlopen zit er ook veel fietsen en zwemmen in mijn week. In totaal tik ik trainingsweken van zo’n twintig uur aan. Daarnaast doe ik mijn socials, waar ik ook veel van mijn sportleven op deel. Het klinkt misschien alsof er dan geen ruimte meer overblijft, maar met een strak schema lukt het eigenlijk best goed. Alleen moet je wel accepteren dat je anders met je tijd omgaat dan de gemiddelde twintiger.”
Hoe combineer je dat met werk en een sociaal leven?
“Plannen, plannen en nog eens plannen. Vaak train ik voor werk en na werk. Dan gaat de wekker vroeg en zit je om half zes al op de fiets of trek je je hardloopschoenen aan voor een duurloop. Dat vraagt discipline, maar ook herstel. Dus slaap is heilig geworden. Drinken heb ik sinds februari eigenlijk helemaal laten staan, op één biertje en een half glas champagne na voor de overwinning. Als je dit niveau wilt halen, moet je niet doen alsof je alles kunt blijven combineren op de oude manier. Tegelijk geloof ik ook niet dat je meteen je hele sociale leven moet opofferen. Mensen denken vaak dat topsport betekent dat je niks leuks meer doet, maar dat is echt onzin. Alleen ben je op een feest nu misschien om elf uur klaar in plaats van om vier uur ’s nachts.”
Wat was je plan voor je eerste ultramarathon?
“Dat vond ik lastig, want het was ook echt mijn eerste ultramarathon race. Ik had natuurlijk wel gekeken naar de resultaten van vorig jaar en dacht: als ik een goede dag heb en hem uitloop, dan zou een podiumplek misschien kunnen. Mijn plan was eigenlijk om in het begin gewoon de kopgroep te volgen en van daaruit te kijken wat er gebeurde. Alleen liep het totaal anders. Na drie kilometer liep ik eigenlijk al weg van die groep en vanaf dat moment heb ik mijn eigen race gelopen. Niet meer omgekeken. Dat klinkt heel stoer, maar ondertussen blijf je wel de hele tijd met die spanning lopen van: hoe ver zitten ze achter me?”
Wanneer kreeg je het gevoel dat je hem echt kon winnen?
“Pas vrij laat eigenlijk. Rond de 65 kilometer. Toen had ik de laatste zware beklimmingen gehad en wist ik dat het daarna nog een soort halve marathon was, met maar weinig hoogtemeters. Toen begon het besef te komen: als ik nu geen gekke dingen doe, ga ik dit winnen. Alleen dat is ook verraderlijk, want op dat moment ben je er nog niet. Je voelt emoties opkomen, je weet waar je naartoe loopt, maar je moet nog steeds heel ver. Dat laatste stuk was daardoor misschien nog wel zwaarder dan ik van tevoren dacht.”
“De enige die erin hoeft te geloven, ben je zelf.”
- Joep ToebesWat was het zwaarste moment van de race?
“Dat zat voor mij rond kilometer 40, 45. Dan heb je al een enorm stuk klimmen gehad, je lichaam voelt al uren werk en dan dringt ineens door dat je pas op de helft bent. Dat was wel een moment waarop het echt binnenkwam. Dan besef je: ik moet gewoon nog een complete marathon afleggen, terwijl ik al bijna vier uur bezig ben. Dat zijn de momenten waarop je jezelf erdoorheen moet praten. Ik zette toen muziek op die ik ook in trainingen luisterde, gewoon om terug te grijpen op iets vertrouwds. Dan weet je ook: hier heb ik voor getraind, dus nu moet ik het laten zien.”
Was het vooral fysiek zwaar of juist mentaal?
“Tijdens de race vond ik het fysieke eigenlijk zwaarder. Mentaal viel het me nog mee, al speelde wel continu in mijn hoofd dat er misschien iemand achter me zat. Daardoor blijf je opgejaagd, ook als je denkt dat je ruimte hebt. Wat me verbaasde, is dat het mentale stuk achteraf zwaarder was dan tijdens de race. Zo’n ultra is zo’n aanslag op je zenuwstelsel dat je daarna gewoon helemaal leeg bent. Ik sliep slecht, mijn hoofd was nog niet rustig en geestelijk was ik eigenlijk nog vermoeider dan lichamelijk. Fysiek kon ik vrij snel weer traplopen en normaal bewegen, maar mentaal voelde ik me echt twee dagen compleet in de war.”
Je zegt zelf dat je vroeger niet per se als sportief werd gezien. Wat betekent deze overwinning dan voor jou? “Best veel. Juist omdat ik mezelf vroeger nooit als dat sportieve type zag. Ik was niet die jongen die van jongs af aan alleen maar met
sport bezig was. Daarom bewijst dit voor mij ook dat je jezelf soms veel kleiner houdt dan nodig is. De enige die erin hoeft te geloven, ben je zelf. Vrienden vonden het al knap dat ik een ultra ging doen, maar toen ik zei dat ik voor het podium wilde gaan, verklaarde bijna iedereen me voor gek. Dan is het extra mooi als je laat zien dat het dus wél kan, maar alleen als je ook echt bereid bent om het werk te leveren.”
Je vertelde ook dat er voor jou nog een diepere laag onder zit.
“Ja, dat komt denk ik ook doordat ik niet hetero ben. Vanuit vroeger voelde ik wel vaker dat ik me extra moest bewijzen. Alsof er dan altijd iets achter moest komen: hij is gay, maar wel slim. Hij is gay, maar wel sportief. Alsof het goed gepraat moest worden. Dat heeft er denk ik wel voor gezorgd dat ik van nature altijd net een stap extra wil zetten. Niet dat ik daarom ineens een ultramarathon ga winnen, maar het is wel brandstof geweest. Als iemand van vijftien of zestien daar iets in ziet en denkt: "Oké, dus ik hoef me niet te laten beperken door hoe anderen naar me kijken, dan is dat alleen maar mooi.”
Merk je dat mensen daar ook op reageren?
“Ja, best veel zelfs. Ik krijg berichten op Instagram, soms zelfs mails van mensen die zeggen dat ze het fijn vinden dat ik daar open over ben. Of mensen die zelf ergens mee worstelen en er motivatie uit halen. Dat is nooit het hoofddoel geweest, maar het is wel heel bijzonder als iets wat jij deelt voor een ander iets losmaakt. Dat motiveert mij misschien nog wel meer dan alleen een uitslag.”
Hoe reageerde je omgeving op deze winst?
“Eigenlijk alleen maar positief. Iedereen was compleet verbaasd. Ik had van tevoren ook niet tegen iedereen heel groot geroepen dat ik hem wel even zou winnen, dus de meeste mensen gingen er gewoon vanuit dat ik hem zou finishen en dat dat al knap was. Toen bleek dat ik met een uur voorsprong had gewonnen, was echt iedereen in shock. Dat is mooi, want je merkt dan wel hoeveel steun je hebt van de mensen om je heen. Dat heb je ook nodig als je zulke absurde plannen hebt.”
Wat is nu het volgende doel? Meer ultra’s?
“Op korte termijn ligt de focus volledig op de Ironman van Kopenhagen in augustus. Dat is nu het grote doel. Maar daarna wil ik absoluut weer terug naar ultra’s. Ik heb de smaak daarvoor te pakken. Voor volgend jaar kijk ik heel serieus naar de Marathon des Sables, dat meerdaagse evenement door de Sahara. Zes dagen, 250 kilometer, dat soort krankzinnige afstanden. Alleen daar hangt natuurlijk ook een serieus prijskaartje aan, dus daar zou ik een sponsor voor nodig hebben. Maar dat lijkt me wel echt een bizar mooi volgend hoofdstuk.”
Wat zou je zeggen tegen mensen die dit lezen en denken dat ze geen aanleg hebben voor hardlopen?
“Dat social media je voor de gek houdt. Je ziet daar alleen de hoogtepunten: iemand die een ultra wint, iemand die vijf kilometer onder de twintig minuten loopt, allemaal dat soort dingen. Maar iedereen is ooit begonnen met hijgen na drie kilometer. Ik ook. Dus begin gewoon. Leg de lat op een doel dat misschien net iets te groot voelt en werk daar consistent naartoe. Mensen onderschatten echt wat ze kunnen als ze ergens serieus voor gaan.”