James Worthy: ‘De wereld leert je om hard te worden, maar misschien moeten we juist zachter zijn’

• Interviews
JamesWorthy_FHM_19mei_0461_Websize (max 1mb) kopie
We leren kinderen dat ze voor zichzelf moeten opkomen, zich niet moeten laten kennen en vooral een dikke huid moeten ontwikkelen. Maar wat als dat precies het verkeerde advies is? James Worthy ontmoet een veertienjarige jongen op een schoolplein en vraagt zich af waarom we zo geobsedeerd zijn geraakt door hardheid.
Op een schoolplein in de buurt van ons huis zit een jongen te huilen. Hij zit op een tafeltennistafel. Dat vind ik een van de mooiste dingen aan de puberteit. Als puber heb je een soort superkracht waarmee je van alles een bankje kunt maken. Het keukenblad, een motorkap, een tuintafel of een glasbak.
De puberteit is zwaar, zo zwaar dat pubers door al dat gewicht niets anders kunnen dan cursief door het leven te gaan. Ze zitten overigens niet omdat ze moe of lui zijn. Nee, zitten is gewoon beter dan omvallen.
De jongen schrikt als ik bij hem in de buurt kom.
‘Ik val niet op kinderen, hoor. Je mag mijn browsergeschiedenis inkijken,’ zeg ik, voordat ik mijn telefoon aan hem overhandig.
‘Ik ben niet bang voor je. Je bent sowieso te oud om mij te kunnen overmeesteren,’ zegt de jongen snotterend en hikkend. Zijn uitspraak steekt en klinkt als een uitdaging, maar ik zet mijn trots aan de kant en maak plaats voor zijn tranen.
‘Zijn er geen leraren waar je mee kunt praten?’ vraag ik.
‘Die vinden dat ik het zelf op moet lossen.’
‘En je ouders?’
‘Die vinden dat ik naar de leraren moet luisteren. Daarom zit ik hier. Ik wil niet naar school en ik wil niet naar huis.’
‘Wat zou je zelf op moeten lossen dan?’ vraag ik.
‘Dat ik word gepest.’
‘Zelfredzaamheid stimuleren is een prima iets, maar we moeten niet de verantwoordelijkheid bij een kind neerleggen.’
‘Ik ben geen kind, ik ben veertien.’
Hij heeft gelijk. Veertien is de grens. Als je niet meer enthousiast kunt worden van de speelgoedwinkelboeken die een paar weken voor de feestdagen in de bus vallen, ben je geen kind meer. Als je geen speelgoed meer met een stift omcirkelt, ben je in feite klaar om te stemmen. Als speelgoed niet alles meer goed kan maken, is het leven echt begonnen.
Ik kijk naar de jongen. Hij draagt de kleding die alle puberjongens dragen. Het is een soort uniform dat tegelijkertijd desinteresse en welvaart suggereert. Een capuchontrui van een yogamerk en een trainingsbroek van datzelfde merk. Zijn sportschoenen zien er oncomfortabel en lomp uit. Alsof iemand van drie ze vanochtend nog in elkaar heeft gezet met Duplo.
‘Ik ben vroeger ook gepest,’ zeg ik.
‘Dat begrijp ik,’ lacht de jongen, maar in zijn ogen zie ik woede. In Amerika had deze jongen misschien allang een wapen gekocht. Hier heeft hij vooral iets ontwapenends.
Ik tik op het stalen netje dat de tafeltennistafel in twee perfecte helften deelt.
‘De wereld leert je om hard te worden. Iedereen vraagt het van je. Je school. Je ouders. Je vrienden. Iedereen zegt: laat je niet kennen. Maar iedereen die dat zegt, kent je niet. Fuck dat. Je moet juist zachter worden. Zacht als een echt tafeltennisnet. Je moet meeveren en juist niet verharden. Papier wint van steen, toch?’ vraag ik.
‘Sowieso,’ zegt hij. ‘Maar ik word omringd door scharen, man.’
Ik zucht en kan wel janken. Waarom is onze wereld toch zo geknipt voor botte scharen?

Meer James Worthy?

Delen met

Loading