Wie dacht dat Luke Littler inmiddels alles wel had laten zien, kwam tijdens de World Matchplay bedrogen uit. De Engelsman pakte opnieuw de titel, maar vooral de manier waarop maakte indruk. Niet alleen won hij overtuigend, hij deed dat met een toernooigemiddelde van ruim 111 punten per drie pijlen. Daarmee zette hij een nieuw record neer op een podium waar dartsgeschiedenis bijna elk jaar wordt geschreven. Cijfers die nauwelijks te bevatten zijn
Een gemiddelde van boven de honderd is al een prestatie waar de meeste profs trots op mogen zijn. Wie richting de 110 gaat, belandt in een categorie waar alleen de absolute wereldtop af en toe komt kijken. Littler hield dat niveau echter niet één wedstrijd vol, maar een volledig toernooi. Alsof dat nog niet genoeg was, sloot hij de finale tegen Gerwyn Price af met een gemiddelde van ruim 111. Daarmee veranderde een prestigieuze eindstrijd in een demonstratie van controle, scorend vermogen en dodelijke precisie.
Het opvallendste is misschien nog wel dat die bizarre cijfers bijna normaal beginnen te voelen zodra Littler op het podium staat. Een paar maximale scores, een serie finishes op het juiste moment en een gemiddelde waar anderen alleen van dromen. Het lijkt bij hem allemaal vanzelf te gaan, terwijl iedereen die ooit een dartpijl heeft vastgehouden weet hoeveel er nodig is om ook maar in de buurt van dat niveau te komen.
De nieuwe standaard
Toen Littler doorbrak, ging het vooral over zijn leeftijd. Inmiddels is dat verhaal achterhaald. Zijn prestaties zijn allang belangrijker dan zijn geboortedatum. De World Matchplay bevestigt dat opnieuw. Dit was geen toernooi waarin hij nét overeind bleef of op de beslissende momenten geluk had. Hij was simpelweg de beste speler van de week.
Dat zie je ook aan de reacties van zijn concurrenten. Tegenstanders weten dat ze vrijwel foutloos moeten spelen om überhaupt uitzicht te houden op een resultaat. Eén mindere leg en Littler straft het direct af. Dat constante gevoel van druk maakt hem misschien nog gevaarlijker dan zijn gemiddelden al doen vermoeden.
Alsof de lat steeds hoger komt te liggen
Misschien nog wel het meest indrukwekkende aan deze titel is dat Littler zelf nauwelijks tevreden lijkt. Na afloop gaf hij aan dat hij het gevoel heeft nóg beter te kunnen worden. Dat klinkt bijna absurd na een recordtoernooi, maar het past bij de manier waarop hij naar zijn
sport kijkt. Voor hem is een gewonnen finale geen eindpunt, maar de volgende stap.
Dat maakt zijn ontwikkeling zo fascinerend. Veel topsporters bereiken een piek en proberen die zo lang mogelijk vast te houden. Bij Littler lijkt iedere grote overwinning juist een nieuw vertrekpunt. Hij blijft records aanscherpen, verzamelt grote titels in een tempo dat zelden is vertoond en zet de rest van het circuit voor een bijna onmogelijke opdracht.