Het is pikkedonker, je vliegt met 900 kilometer per uur
door de lucht en overal om je heen zie je lichtflitsen van vijandelijk
luchtafweergeschut. Dit is geen scène uit een videogame, maar realiteit voor de
Nederlandse F-16 vlieger Peter Tankink. Met één druk op de knop schoot hij in
de nacht van 24 maart 1999 een Servische MiG-29 boven Kosovo uit de lucht.
Daarmee is hij de enige Nederlandse
piloot die sinds de Tweede Wereldoorlog een vijandelijk toestel uit de lucht heeft geschoten. Dit en nog veel meer verhalen uit zijn carrière brengt hij naar buiten in het
boek MiG-killer.Top Gun vs. reality
Wie aan een gevechtspiloot denkt, denkt waarschijnlijk al
snel aan de film Top Gun. “Toen ik de selectie inging, bestond de eerste
film nog niet eens”, vertelt Peter lachend. “Pas een maand voordat ik naar
Amerika vertrok voor mijn vliegopleiding, kwam de film uit. We hebben er toen
met zeer veel interesse naar gekeken.”
Hoewel Hollywood er een handje van heeft om dingen te
romantiseren, zit de film volgens de oud-vlieger qua beelden en actie
verrassend dichtbij. “Ik moet zeggen dat de beelden die erin gebruikt worden
ook wel redelijk realistisch zijn. Het geeft ook een goede weergave van wat
operaties daadwerkelijk zijn.”
24 maart 1999: de ‘kill’ in het pikkedonker
Het meest besproken moment uit zijn
carrière – en de basis voor zijn boek – vond plaats boven Kosovo. In 1999 nam Nederland deel aan de NAVO-operatie Allied Force, waarbij vanuit de lucht doelen in voormalig Joegoslavië werden aangevallen. Peter vloog als F-16 vlieger mee met de missie en had de opdracht om te voorkomen dat Servische toestellen het luchtruim zouden gebruiken. In de nacht van 24 maart kreeg hij daadwerkelijk een vijandelijk toestel in het vizier: een Servische MiG-29.
“Op zo’n moment pompt de adrenaline als een gek door je
lijf”, herinnert Peter zich. “Je gaat in een fractie van seconden door de
checklists heen in je hoofd: doe ik dit goed, klopt het wel? En dan zet je de
knop om. De schakelaar is rood. Je drukt op de afvuurknop en de raket vertrekt.”
Enkele seconden later ziet hij brandende brokstukken naar
beneden vallen. “Er gaat heel even een euforisch gevoel door je lichaam. Het is
raak, het is gelukt. Maar dat duurt echt maar heel even. Daarna word je direct
met je neus op de feiten gedrukt: ze zijn vanaf de grond ook op jou aan het
schieten. De lichten die je om je heen ziet, zijn geen onweer. Het is
afweergeschut. Je moet maken dat je wegkomt.”
Maar dacht hij op dat moment ook aan de
piloot in het
andere toestel? “Nee, eigenlijk niet. Je vliegt met zo’n bizar hoge snelheid
door de lucht en om je heen gebeurt van alles. Het is de opdracht die je
gekregen hebt”. Pas later hoorde Peter dat de andere piloot met zijn
schietstoel uit het vliegtuig is gesprongen en dat hij het overleefd heeft.
“Daarna besef je pas dat daar iemand in zit. Dat vind ik oprecht fijn voor hem, maar in de cockpit ben je daar gewoon
totaal niet mee bezig.”
"De lichten die je om je heen ziet, zijn geen onweer. Het is afweergeschut. Je moet maken dat je wegkomt.”
- Peter Tankink“We bespreken bijna nooit de dingen die goed
zijn gegaan”
Het uiterste vragen van jezelf is de standaard binnen de
Luchtmacht. Slechts 20 procent van de tijd zit een gevechtspiloot daadwerkelijk
in de lucht. De overige 80 procent bestaat uit keiharde training, simulatoren
en planning.
“Als we landen, drinken we koffie en gaan we de vlucht
evalueren. Daarbij bespreken we eigenlijk nooit de dingen die goed zijn gegaan.
Vrijwel alleen de fouten komen dus op tafel, zodat je ervan kan leren. Daar
moet je mentaal tegen kunnen. Sommige mensen hebben elke dag een pluim nodig om
te kunnen functioneren, maar bij dit werk zit dat er niet in.”
De discipline van zijn werk als
militair neemt hij ook
mee naar huis. “Mijn kinderen hebben het geweten: te laat komen bestaat niet.
De militaire tijd betekent: altijd vijf minuten te vroeg. Met een F-16 kun je
simpelweg niet te laat zijn, want dan gaat alles mis.” Toch was hij thuis
‘gewoon’ vader en niet de militair. “Mijn zoons zijn inmiddels 32 en nu ze
ouder zijn, beseffen ze pas wat voor bizarre dingen ik vroeger gedaan heb. Voor
hen was ik vroeger gewoon hun papa die meeging naar de voetbal.”
Van piloot naar commandant
Na zijn jaren als actieve vlieger stroomde Tankink door
naar leidinggevende functies binnen Defensie. Hij werd onder andere commandant
in Afghanistan, waar hij plotseling de verantwoordelijkheid droeg voor 180
mensen. “Als operationeel vlieger in de cockpit heb je verantwoordelijkheid
naar de mensen om je heen, maar dat is meer een collegiale
verantwoordelijkheid”, legt hij uit. “In de leidinggevende functie als
commandant komt daar nog een verantwoordelijk bij. Want je denkt bij iedereen, daar
zit ook een gezin achter.”
“Ook bij de mensen thuis in Nederland gebeurde er weleens
wat, zeker als je vierenhalve maand van huis bent. Ik heb toen weleens op een
donkere avond op een steen gezeten om na te denken over wat er die dag allemaal
gebeurd was. Omdat ik me ook verantwoordelijk voelde voor al die mensen.
"Ik heb toen weleens op een donkere avond op een steen gezeten om na te denken over wat er die dag allemaal gebeurd was."
- Peter TankinkFocus op de missie
Toch hielp zijn vliegersmentaliteit om die
verantwoordelijkheid even van zich af te zetten zodra hij in de cockpit stapte.
“Je kunt die zorgen simpelweg niet gebruiken in de cockpit, je moet echt alleen
met de missie bezig zijn. Als je in je hoofd zit te malen, moet je je hand
opsteken en zeggen dat je die dag niet kunt vliegen”, vertelt hij. “Als je er
niet volledig bij bent met je hoofd, dan kun je de rest niet goed genoeg
beschermen. Dat is uiteindelijk waar je het voor doet.”
Toch is de fascinatie voor het vak bij Peter al veel eerder begonnen. Toen
hij namelijk negen jaar oud was, volgde hij vol bewondering het nieuws rondom de
gijzeling van de Franse ambassade in Den Haag door het Japanse Rode Leger. De
held van dat verhaal was Pim Sierks, die werd ingezet om de gijzelnemers met
een vliegtuig naar huis te vliegen. Dat verhaal is Peter altijd bijgebleven en
vanaf dat moment wist hij het zeker: “Dat wil ik later ook.”
Het boek MiG-killer van Peter Tankink en journalist Olof van
Joolen verschijnt op 27 oktober.