Dario Goldbach: 'Verloren pakketjes in 250 woorden'

19 feb , 17:00Entertainment
Dario_FHM15317_Websize (max 1mb) kopie
Nieuwe maand, tijd voor een nieuwe column van FHM-columnist Dario Goldbach.
Bankhangend troep bestellen op het internet is een van onze moderne geneugten. Wanneer je het algoritme kenbaar hebt gemaakt licht geïnteresseerd te zijn in een handgemaakte nektas, faux leather loafers of een stressverlichtende geurkaars, word je de rest van je leven achtervolgt door hun reclames. Shortform-ASMR-content kietelt mijn reptielenbrein tot ik uiteindelijk capituleer, en fast checkout met Apple Pay. Face ID leegt mijn rekening biometrisch veilig en efficiënt. Poef. Weg. En dan is het track-en-tracen.
Maar in onze laatkapitalistische consumentenutopie bestaat geen geluk zonder dat iemand daar de dupe van is. In dit geval de bezorger. De in een wurgcontract klemgezette schijn-zzp’er die noodgedwongen met pakketten smijt en verstoppertje speelt.
‘Uw pakket ligt bij de buren op nummer…’
Maar dan geen nummer. Hoe ver ga je om je pakketje te vinden? Wie kwalificeren als buren? Want nadat mijn portiek niks had ontvangen, de portieken links en rechts van niks wisten, en de portieken nog verder weg mij ervan verdachten een inbreker te zijn die polst welke bewoners niet thuis zijn, heb ik nog steeds geen pakket.
Een customer-support-AI-agent blijft volhouden dat het pakket ergens is bezorgd en ik beland in een semantische discussie met een robot over wat de term ‘bezorging’ precies betekent. Wanneer ik die avond uit wanhoop aanbel bij buren die in de ruimste zin van het woord geen buren zijn doet niemand open, hoewel ik licht zie branden. Het regent. Ik haat dit. Dan weet ik het zeker: dit is dus precies hoe die bezorger zich voelde.
Delen met

Loading