NASA stuurt dit jaar voor het eerst sinds 1972 weer mensen naar de maan, een einde aan een stilte van 53 jaar in bemande maanvaart. De missie heet Artemis II, de tweede grote vlucht in het Artemis-programma, en staat gepland om te lanceren rond 6 februari 2026, met een lanceervenster tot april als alles volgens plan verloopt.
Tijdens Artemis II zullen vier astronauten: Reid Wiseman, Victor Glover, Christina Koch en Jeremy Hansen van de Canadese ruimtevaartorganisatie aan boord van het Orion-ruimtevaartuig gaan. De missie duurt ongeveer tien dagen en omvat een reis om de maan heen en om vervolgens weer terug naar aarde te gaan. Ze zullen helaas niet op het maanoppervlak landen, dat is het doel van de volgende missie; Artemis III, die gepland staat voor 2027.
NASA’s lanceerplatform is de historische
Kennedy Space Center in Florida, en de raket heet het Space Launch System (SLS), een van de krachtigste raketten ooit gebouwd. Vlak voor de lancering moet het enorme geheel eerst naar de lanceerbasis worden gereden, een traject van ruim 6 kilometer dat zo’n 12 uur kan duren.
Waarom duurde het zo lang om terug te gaan?
Het lijkt misschien bizar: we konden in de jaren ’60 en ’70 wél naar de maan, maar hebben daarna ruim vijf decennia gewacht. Dat komt door verschillende spanningwekkende maar praktische redenen.
Ten eerste zijn ruimtevluchten veel complexer en duurder dan typische technologiemissies. Na het Apollo-tijdperk verschoof NASA’s focus naar ruimtebanen, de space shuttle en het
ISS, en vloeiden middelen weg van nieuwe maanlandingen. Daarnaast heeft het Artemis-programma talloze technische uitdagingen gekend: het ontwerpen en testen van het nieuwe Orion-ruimteschip, problemen met hitteschilden en levensondersteuning, en het ontwikkelen van de SLS-raket. Al die systemen moeten tot in detail veilig en betrouwbaar zijn.
Ook externe factoren speelden mee: politieke wisselingen, budgettaire beperkingen en logistieke hobbels hebben schema’s steeds opgerekt. NASA zelf benadrukt dat veiligheid boven snelheid gaat, wat betekent dat ze liever iets later, maar wel veilig lanceren.
En die complottheorie over de maanlanding?
Ondanks dit alles zijn er nog steeds mensen die beweren dat de Apollo-maanlandingen nooit hebben plaatsgevonden. Maar laten we even helder zijn: die theorie houdt geen stand tegen de feiten.
Ten eerste zijn er duizenden onafhankelijke getuigen betrokken bij de Apollo-missies: ingenieurs, wetenschappers en technici van over de hele wereld. Het zou onmogelijk zijn om al deze mensen stil te houden. Daarnaast zijn er letterlijke kilo’s aan maanstenen teruggebracht naar de aarde, die chemisch verschillen van aardse rotsen. En satellieten hebben de landingsplekken gezien, inclusief de sporen van de maanlanders en voetafdrukken. Er is dus overweldigend bewijs dat we wél op de maan zijn geweest.
NASA en wetenschappelijke instituten blijven deze feiten herhalen omdat wetenschap geen mening is, maar bewijs. Conclusies baseren op gevoel of misinterpreteerde foto’s is leuk voor Netflix-documentaires, maar geen basis voor echte geschiedenis.
Geland in een Hollywood-studio?
Maar hoe ziet de toekomst eruit?
Terwijl Artemis II in 2026 de eerste stap is in een nieuw tijdperk van maanverkenning, stopt
NASA daar niet. Het Artemis-programma heeft een hele reeks toekomstige missies op de planning staan die geleidelijk een duurzame menselijke aanwezigheid op en rond de maan moeten opbouwen.
Na Artemis II volgt Artemis III, gepland voor ongeveer 2027, waarbij astronauten daadwerkelijk op het maanoppervlak zullen landen, voor het eerst in meer dan vijf decennia. Daarna zijn er nog meer bemande Artemis-vluchten gepland (zoals Artemis IV en V in de late jaren ’20 en 2030) met steeds grotere infrastructuur en internationale samenwerking, waaronder het aanleggen en uitbreiden van het Gateway-ruimtestation. Dit mini-station zal in een baan rond de maan draaien en dienen als springplank naar verschillende maanlandingen en zelfs missies naar Mars.
NASA kijkt verder dan alleen de maan
De maan is bedoeld als een test- en leerplek: als we daar kunnen leven en werken, kunnen we ons sneller voorbereiden op langere missies, zoals die naar
Mars in de jaren ’30. Volgens NASA’s strategie wordt gewerkt aan technologieën voor lange duur, zoals energie, habitats en robotica, die nodig zijn voor diepere ruimteverkenning.
Ook op technologisch vlak gebeurt er veel spannend nieuws. NASA werkt aan een gloednieuwe ruimtetelescoop, de Habitable Worlds Observatory, die vanaf de late jaren ’30 sterrenstelsels, exoplaneten en mogelijk tekenen van buitenaards leven zal onderzoeken. Tegelijkertijd zijn er plannen om nucleaire energiebronnen op de maan te bouwen rond 2030 om langdurige basisactiviteiten van stroom te voorzien, iets wat cruciaal is voor permanente bases.
Niet alleen NASA
Commerciële bedrijven en internationale partners spelen steeds grotere rollen. Privé-bedrijven zoals
SpaceX, Blue Origin en Firefly ontwikkelen landers, habitats en zelfs vrachttransporters voor de maan. Unieke samenwerkingen met partners uit Europa, Canada en Japan dragen bij aan steeds uitgebreider onderzoek en infrastructuur in de ruimte.
Er zijn dus buitenaards veel ontwikkelingen op dit gebied, wij zullen ze met veel interesse blijven volgen. Misschien zien we dan nog wel een nieuwe ‘’huge leap for mankind.’’