Een sportmotor met een gat dwars door het midden klinkt alsof iemand tijdens het bouwen een heel belangrijk onderdeel is vergeten. Toch zit achter de WMC Mono RR juist een slim stukje techniek. Het Britse White Motorcycle Concepts wil met een 450cc-motor, een compressor en een opvallend luchtkanaal laten zien hoe je een motorfiets sneller en efficiënter maakt. Het ultieme doel? Honderd pk uit slechts honderd kilo. Lekker bescheiden, die Britten. Wie naar de
WMC Mono RR kijkt, ziet geen doorsnee circuitmotor. Het opvallendste onderdeel is namelijk niet de uitlaat, de achterband of een enorme spoiler, maar de gigantische opening die dwars door het midden van de machine loopt. Dat is geen designgrapje voor de Instagram-foto's. Het luchtkanaal vormt het hart van het hele project. Achter het
concept zit White Motorcycle Concepts, een Brits ingenieursbureau dat experimenteert met aerodynamica. Het idee is verrassend logisch: waarom moet alle lucht om een motorfiets heen worden geleid als je een deel er ook gewoon doorheen kunt sturen? Minder luchtweerstand betekent mogelijk betere prestaties, terwijl je niet per se een groter motorblok nodig hebt. Dat klinkt als muziek in de oren van iedereen die liever gas geeft dan benzine verspilt.
Een kleinere motor, maar wel met een compressor
Als basis gebruikt WMC de Krämer EVO2 690R, een lichte circuitmotor met een 693cc-eencilinder van KTM. Die krachtbron heeft plaatsgemaakt voor een compactere 449cc-eencilinder uit de Yamaha YZ450F-crossmotor. Een flinke stap terug in cilinderinhoud, zou je denken. Alleen hebben de Britten daar iets op bedacht: een compressor. De Yamaha-motor is uitgerust met een Rotrex C15-20-compressor die via een riem door de krukas wordt aangedreven. Die perst extra lucht richting de
motor, waardoor er meer vermogen mogelijk is. Een intercooler koelt de samengeperste lucht voordat die de cilinder in gaat. Ook intern is het blok aangepast om de hogere belasting aan te kunnen.
De kleinere krachtbron is niet zomaar gekozen. Hij neemt minder ruimte in beslag en weegt volgens WMC ongeveer twintig kilo minder dan de oorspronkelijke aandrijflijn. Daardoor ontstaat meer plek voor het luchtkanaal. De ingenieurs hebben dus niet simpelweg een gat in een bestaande motorfiets gezaagd, maar de aandrijving en stroomlijn rondom dat idee ontworpen. Dat is toch net even andere koek dan een aftermarket-uitlaat monteren en jezelf vervolgens Valentino Rossi wanen.
Een gat dat de lucht te slim af moet zijn
Het gepatenteerde Aerodynamic-Duct-System voert lucht vanaf de voorkant door het midden van de motorfiets naar een opening aan de achterkant. Normaal gesproken moet de lucht langs de voorkant, het frame en de rijder worden geleid. Door een deel van die lucht een alternatieve route te geven, wil WMC de totale luchtweerstand verminderen. Daarvoor is vrijwel de hele motor onder handen genomen. Het voorspatbord en de afdekkingen rond de voorvork sturen de lucht richting het kanaal. Ook de koeling, brandstoftank en achterste carrosseriedelen zijn aangepast. Zelfs de benen van de rijder spelen een rol: extra delen aan de zijkant van de kuip moeten de lucht er soepeler omheen leiden.
Volgens de computersimulaties van WMC neemt de aerodynamische weerstand met 16,4 procent af. Ook zou de lift met 77 procent verminderen en verbetert de thermische huishouding met 16 procent. Minder lift kan bijdragen aan meer stabiliteit, maar betekent niet automatisch dat de motor ineens enorme hoeveelheden extra neerwaartse druk genereert. Bovendien zijn dit berekeningen die nog verder in de praktijk moeten worden bevestigd.
Honderd pk uit honderd kilo
De cijfers waar het uiteindelijk om draait, zijn behoorlijk ambitieus. In de eerste ontwikkelingsfase mikt WMC op ongeveer 75 pk bij een gewicht van 125 kilo. Dat brengt de Mono RR qua vermogen in de buurt van de oorspronkelijke Krämer, die volgens WMC 76 pk levert. In de volgende fase wil het bedrijf honderd pk uit honderd kilo halen. Daarmee komt de verhouding uit op één pk per kilo. Dat is een bijzonder uitgangspunt voor een lichte circuitmotor, al zijn die cijfers voorlopig nog een doel en geen afgerond eindresultaat. De aerodynamica moet daarbij meer doen dan alleen de motorfiets er futuristisch laten uitzien. WMC berekent dat de Mono RR bij vergelijkbare omstandigheden theoretisch zo'n zeven procent zuiniger kan zijn dan de oorspronkelijke Krämer. Of de motor in de praktijk ook daadwerkelijk sneller rondgaat, moet nog blijken uit verdere tests en meetresultaten.
Geen motor voor in de showroom
Wie nu alvast wil sparen voor een exemplaar, kan de spaarpot voorlopig laten staan. De Mono RR is bedoeld als demonstratiemodel en niet als productiemotor. WMC wil vooral aantonen dat een compacte aandrijflijn en slimme aerodynamica samen nieuwe mogelijkheden bieden voor bestaande motorfabrikanten. Het idee is bovendien niet helemaal nieuw voor het Britse bedrijf. Eerder paste WMC een vergelijkbaar luchtkanaal toe op een aangepaste elektrische Zero SR/S. Met de Mono RR wordt het concept nu toegepast op een motor met verbrandingsmotor, inclusief de extra uitdagingen rond inlaat, uitlaat en warmteontwikkeling.
Of we straks daadwerkelijk sportmotoren bij de dealer zien met een gigantisch gat in het midden, is nog maar de vraag. Maar het principe is interessant. Misschien zit de volgende stap in motorprestaties niet alleen in méér vermogen, maar juist in slimmer omgaan met de lucht om en door de machine. Een
motor met een gat erin klinkt als een slechte grap. Totdat dat gat ervoor zorgt dat de rest een stuk beter werkt.