Het is vandaag 3 januari, een datum die bij de meeste mensen geen belletje doet rinkelen. Maar op deze dag in 1957, exact 69 jaar geleden, vond er in het chique Savoy Plaza Hotel in New York een revolutie plaats. Terwijl 120 journalisten toekeken, presenteerde Hamilton de allereerste batterij-aangedreven polshorloge ter wereld: de Hamilton Electric 500. Het was een technisch hoogstandje dat de geschiedenisboeken in zou gaan als een gedurfde sprong voorwaarts, ook al bleek de landing uiteindelijk nóg harder.
Vóór 3 januari 1957 was een horloge iets wat je moest opwinden, of dat bewoog door je eigen polsbeweging. De Hamilton Electric 500 maakte een einde aan die traditie door de veer te vervangen door een piepkleine batterij. Het was een overwinning in een felle technologische race, maar wel eentje die Hamilton uiteindelijk duur zou komen te staan.
Een race tegen de klok (en de batterij)
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog vochten Amerikaanse horlogemerken zoals Elgin, Bulova en Hamilton om de gunst van de consument. De heilige graal? Een horloge dat loopt op een batterij. Dat klinkt simpel, maar de uitdagingen waren gigantisch. Hoe maak je een batterij die klein genoeg is voor een polshorloge, maar krachtig genoeg om jaren te lopen? Hamilton begon de zoektocht al in 1947. Na jaren van experimenteren door natuurkundigen en technici, en nadat 40 batterijfabrikanten hen de deur hadden gewezen, vonden ze eindelijk een partner in de National Carbon Company om de perfecte, lekvrije knoopcel te ontwikkelen.
Magie onder de wijzerplaat
Wat de Hamilton Electric 500 zo bijzonder maakte, was het binnenwerk. Er was geen veer meer te bekennen. In plaats daarvan bewoog een groot balans-wiel de tandwielen aan. Aan de ene kant van dit wiel zat een magnetische spoel. Zodra deze spoel tussen twee permanente magneten door bewoog, kreeg hij een miniscuul stroomstootje. Dit hield het wiel in beweging, precies zoals een kind op een schommel een duwtje krijgt. Het was pure sciencefiction voor die tijd, verpakt in een kast van massief goud voor het destijds flinke bedrag van $175.
Te vroeg gejuicht?
Hamilton was zo trots op hun vinding dat ze in advertenties claimden dat dit de "eerste fundamentele verbetering in 477 jaar horlogegeschiedenis" was. De horloges zagen er dankzij ontwerper
Richard Arbib, denk aan de futuristische
Ventura die Elvis Presley later droeg, ook nog eens fantastisch uit. Maar de vroege lancering op die januari-ochtend in 1957 had een schaduwkant. Hamilton had de productie overhaast. De horloges bleken temperamentvol en uiterst gevoelig voor corrosie op de contactpunten. Zelfs het kleinste vuiltje kon het horloge al laten stoppen.
De ondergang en de erfenis
Het noodlot sloeg echt toe toen concurrent Bulova in 1960 de
Accutron introduceerde, die veel betrouwbaarder was. Waar Hamilton juweliers adviseerde om elk defect horloge direct terug naar de fabriek te sturen, trainde Bulova het personeel in de winkels. Uiteindelijk werden beide systemen in 1969 ingehaald door de nog nauwkeurigere kwartshorloges van
Seiko. Hoewel de productie van de Hamilton Electric in datzelfde jaar stopte, blijft het een icoon van menselijke vindingrijkheid. Vandaag, 69 jaar na die bewuste perslunch, is de Hamilton Electric geen dagelijkse gebruiksvoorwerp meer, maar een geliefd verzamelobject voor wie durft te dromen van een tijd waarin batterijen nog pure magie waren.