In China lijkt het coronavirus zo goed als bestreden te zijn. Mensen mogen na een retelange lockdown eindelijk weer de straat op. En dat doen ze dan ook allemaal heel graag. Zo trekken ze massaal naar het Huangshan National Park, om eens even lekker een frisse neus te halen. Het is wel begrijpelijk hoor. Het Huangshan
National Park in
China sloot op 25 januari haar deuren vanwege
het coronavirus. Nog geen maand later, op 21 februari, opende
het park haar deuren weer, maar wel met aangepaste huisregels natuurlijk. Zo mochten er nu nog maar 20.000
mensen tegelijk het park bezoeken, voorheen waren
dat er 50.000. En, dat is dan weer een voordeel voor de bezoekers, de entreeprijs werd namelijk kwijtgescholden. Zo kreeg het toerisme weer even een flinke boost.
Maar goed, als er een schaap over de dam is, volgen er meer. Dat betekende
dat er in het weekend tienduizenden
mensen schouder aan schouder in een rij stonden om het Nationale park binnen te mogen komen. Velen kozen ervoor om zich niet
te houden aan de richtlijnen. Er werd niet voldoende afstand te houden en sommigen bedekten hun gezicht niet. Da’s niet zo slim. Het zal je niets verbazen, maar beide poorten moesten sluiten toen
het park de piek van 20.000 man had bereikt. Dat gebeurde al snel trouwens, om half 10 had het park al 80% van de capaciteit bereikt. Een uur later, konden de parkeigenaren hun poorten weer sluiten, toen zat het al vol.
Natuurlijk hebben we hier beeldmateriaal van. Hieronder kun je zien hoe zowat heel
China er
lekker een dagje op uit gaat. Bizar! Je kunt trouwens zelf ook een tour maken
door een aantal nationale parken. Wat dacht je van een virtueel rondje door een van de
31 nationale parken in Amerika?