Voor een hele generatie is Cristiano de bekendste Ronaldo. Maar vraag het aan de verdedigers die in de jaren negentig tegenover Ronaldo Luís Nazário de Lima stonden en er bestaat weinig twijfel: de Braziliaan was buitenaards. Razendsnel, ijzersterk en technisch zo begaafd dat zelfs de beste verdedigers ter wereld bang voor hem waren. Vandaag wordt het originele Fenomeen 50 jaar. Tijd voor het verhaal van misschien wel de spectaculairste spits die het voetbal ooit heeft gekend. Hier op de redactie moesten we aan de stagiaire uitleggen wie Ronaldo was. In het kader van pedagogiek hebben gelijk een filmpje gestuurd als verplicht kijkvoer. Wie de Braziliaanse Ronaldo alleen kent van korrelige YouTube-beelden, ziet waarschijnlijk eerst de cijfers. Tweevoudig wereldkampioen. Tweevoudig winnaar van de Ballon d’Or. Driemaal verkozen tot FIFA Wereldvoetballer van het Jaar. Doelpunten voor PSV, FC Barcelona, Internazionale, Real Madrid, AC Milan en Corinthians. In totaal 62 treffers in 98 interlands voor Brazilië.
Indrukwekkend, maar cijfers vertellen bij Ronaldo slechts een deel van het verhaal. Om zijn grootheid werkelijk te begrijpen, heb je meer achtergrondinformatie nodig en moet je beelden bekijken. Ronaldo die vanaf de middenlijn vertrekt, verdedigers van zich afschudt alsof het kinderen zijn, de keeper omspeelt en de bal in een leeg doel rolt. Op volle snelheid lijkt de bal met een onzichtbaar touwtje aan zijn voet vast te zitten. Hij heeft de versnelling van een buitenspeler, de kracht van een centrumspits en de souplesse van een nummer tien. Hij was Lionel Messi en Cristiano Ronald in één speler.
Dat alles in een pre VAR-tijdperk waarin verdedigers nog een stuk meer mochten dan tegenwoordig. Fabio Cannavaro, zelf wereldkampioen en winnaar van de Ballon d’Or, zou Ronaldo later omschrijven als de enige speler voor wie hij daadwerkelijk bang was. Niet omdat Ronaldo intimiderende praatjes had, maar omdat hij al vóór de aftrap in het hoofd van zijn tegenstanders zat. “Door Ronaldo leerde ik omgaan met angst op het veld”, vertelde Cannavaro jaren later. “Maar uit die angst ontstond respect.”
Of AC Milan-legende Paolo Maldini: "Voor de wedstrijd voelde ik diepe ontzag voor hem en zei ik tegen mezelf: 'Rustig blijven, Paolo, het is gewoon een jonge Braziliaanse speler, het lukt je wel om hem af te stoppen. Na de eerste helft realiseerden Cannavaro en ik ons dat we helemaal niet tegenover een gewoon mens stonden. We stonden tegenover een fenomeen."
Van de straten van Rio naar Europa
Ronaldo wordt op 18 september 1976 geboren in Rio de Janeiro. Zoals zoveel Braziliaanse kinderen groeit hij op met een bal aan zijn voet. Via zaalvoetbal en de jeugd van São Cristóvão belandt hij op zestienjarige leeftijd bij Cruzeiro. Daar gaat het razendsnel.
Ronaldo scoort aan de lopende band en maakt in 1994, nog voordat hij achttien is, al deel uit van de Braziliaanse selectie voor het WK in de Verenigde Staten. Hij komt tijdens het toernooi niet in actie, maar ziet van dichtbij hoe Romário, Bebeto en de rest van de Seleção Brazilië naar de wereldtitel schieten.
Niet lang daarna verhuist hij naar Eindhoven. Romário, die zelf bij PSV was uitgegroeid tot een wereldster, zou zijn landgenoot hebben aangeraden als volgende Braziliaanse sensatie. Ronaldo: "Romário vertelde me dat PSV een van de meest professionele en best georganiseerde clubs in Europa is. Hij zei dat het voor mij het beste zou zijn om hier te acclimatiseren en te leren over het Europese
voetbal. Ik denk dat hij gelijk heeft."
PSV betaalt ongeveer zes miljoen dollar voor de piepjonge aanvaller. Achteraf gezien een koopje van historische proporties.
Een tiener die de Eredivisie sloopt
In Nederland duurt het niet lang voordat iedereen begrijpt dat PSV iets uitzonderlijks in handen heeft. Ronaldo is achttien jaar, spreekt nauwelijks Engels en moet wennen aan het Nederlandse weer, maar op het veld heeft hij weinig aanpassingstijd nodig.
In zijn eerste Eredivisieseizoen scoort hij dertig keer in 33 wedstrijden. Over twee seizoenen komt hij tot 54 doelpunten in 57 officiële duels voor PSV. Het bijzondere is niet alleen hoeveel hij scoort, maar vooral hoe.
Ronaldo wacht niet rustig in het strafschopgebied op een voorzet. Hij haalt de bal op, draait open en stormt rechtstreeks op de verdediging af. Verdedigers die hem ruimte geven, worden op snelheid geklopt. Wie kort op hem gaat staan, wordt afgeschud met zijn kracht. En wie probeert in te grijpen, ziet hem met een schaar of plotselinge kapbeweging verdwijnen.
Later zou hij een opmerkelijke uitspraak doen over zijn tijd bij PSV: "Ik heb met grote spelers gespeeld, maar de man met wie ik het beste klikte en die mij het meeste gaf, was Luc Nilis. Hij was niet per se de allergrootste, maar hij was wel de beste teamspeler met wie ik ooit heb samengewerkt. Hij zette me constant alleen voor de keeper."
In Nederland krijgt hij ook voor het eerst te maken met serieuze knieproblemen. Het blijkt een voorbode van de strijd die de rest van zijn loopbaan zal bepalen. Maar zelfs een operatie kan niet verhinderen dat de grootste clubs van Europa zich melden. Na twee jaar vertrekt Ronaldo naar FC Barcelona.
Eén legendarisch seizoen bij Barcelona
Zijn verblijf in Catalonië duurt slechts één seizoen. Toch is dat seizoen genoeg om een complete generatie voetbalfans te overtuigen. Onder trainer Bobby Robson speelt Ronaldo in 1996/97 misschien wel het beste individuele seizoen van zijn carrière. Hij maakt 47 doelpunten in 49 officiële wedstrijden en helpt Barcelona aan de Copa del Rey, de Spaanse Supercup en de Europacup II.
Zijn beroemdste doelpunt maakt hij tegen
Compostela. Ronaldo ontvangt de bal rond de middenlijn, draait weg en begint te rennen. Meerdere tegenstanders proberen hem vast te grijpen, maar hij blijft overeind, wurmt zich tussen de verdedigers door en schiet binnen.
Op de beelden is te zien hoe Bobby Robson langs de zijlijn zijn handen naar zijn hoofd brengt. Zelfs zijn eigen trainer kan nauwelijks geloven wat hij zojuist heeft gezien. José Mourinho, destijds assistent van Robson bij Barcelona, maakte Ronaldo dat jaar dagelijks mee. Jaren later noemde hij de Braziliaan de beste voetballer die hij ooit op een veld had gezien. Ronaldo is dan nog maar twintig jaar.
Robson: "Ik heb nog nooit een speler gezien die op zo'n hoge snelheid de bal zo dicht bij zijn voet kan houden. Hij is geen voetballer, hij is een natuurkracht."
Hij wint in 1996 voor het eerst de verkiezing tot Wereldvoetballer van het Jaar en wordt een jaar later de jongste winnaar van de Ballon d’Or van dat moment. Maar een conflict over zijn contract zorgt ervoor dat zijn tijd bij Barcelona abrupt eindigt. Internazionale activeert zijn ontsnappingsclausule en maakt hem opnieuw de duurste voetballer ter wereld.
Il Fenomeno verovert Italië
Als Ronaldo in 1997 naar Inter vertrekt, is de Serie A het absolute centrum van de voetbalwereld. De beste spelers komen er samen en clubs beschikken over verdedigers als Paolo Maldini, Alessandro Nesta, Lilian Thuram, Fabio Cannavaro en Ciro Ferrara.
Precies daar groeit Ronaldo uit tot Il Fenomeno. Ook in Italië blijkt hij nauwelijks af te stoppen. In zijn eerste seizoen maakt hij 34 doelpunten in alle competities. Met Inter wint hij de UEFA Cup, waarbij Ronaldo in de finale tegen Lazio uiteraard zelf scoort. Keeper Luca Marchegiani wordt met een karakteristieke serie schijnbewegingen op het verkeerde been gezet, waarna Ronaldo de bal in het lege doel schuift.
Het beeld van Ronaldo tegenover Maldini en Cannavaro vat zijn status misschien nog wel het beste samen. Twee van de grootste verdedigers ooit hebben hun volledige aandacht nodig om één aanvaller af te stoppen.
Cannavaro vertelde later dat Ronaldo geen provocaties of psychologische spelletjes nodig had: “Hij zat al in je hoofd voordat de wedstrijd was begonnen.”
Paolo Maldini speelde tegen Diego Maradona, Zinedine Zidane en vele andere grootheden, maar rekende Ronaldo steevast tot zijn moeilijkste tegenstanders. De Braziliaan combineerde volgens hem alles waar een verdediger een hekel aan heeft: snelheid, techniek, kracht en het vermogen om vanuit het niets te versnellen.
Zlatan Ibrahimović ging nog een stap verder. Voor de Zweed was Ronaldo niet slechts een geweldige spits, maar dé voetballer die hem zelf inspireerde. “Voor mij is Ronaldo de grootste”, zei Zlatan. “Hij was zo goed als Pelé. Er was niemand zoals hij.”
Het mysterie van de WK-finale van 1998
Ronaldo arriveert in 1998 als de grootste ster ter wereld op het WK in Frankrijk. Brazilië bereikt de finale, maar enkele uren voor de wedstrijd tegen het gastland gaat het mis. Ronaldo krijgt in het spelershotel een aanval, die later door ploeggenoten wordt omschreven als een stuiptrekking. Hij wordt onderzocht in het ziekenhuis en staat aanvankelijk niet op het wedstrijdformulier. Kort voor de aftrap wordt zijn naam alsnog aan de opstelling toegevoegd.
Wat er die dag precies is gebeurd, blijft jarenlang onderwerp van geruchten en complottheorieën. Feit is dat Ronaldo tijdens de finale nauwelijks zichzelf is. Frankrijk wint door twee doelpunten van Zinedine Zidane met 3-0 en wordt wereldkampioen.
Voor Ronaldo is het begin van een donkere periode. In november 1999 scheurt hij een pees in zijn rechterknie. Na maanden revalideren maakt hij in april 2000 zijn rentree tegen Lazio. Zes minuten later gaat hij opnieuw naar de grond. Zonder tegenstander in de buurt begeeft zijn knie het volledig. De beelden zijn verschrikkelijk. Ronaldo schreeuwt het uit en houdt zijn knie vast. Tegenstanders en ploeggenoten slaan de handen voor hun gezicht. Er wordt gevreesd dat zijn loopbaan voorbij is.
Artsen vragen zich af of hij ooit nog normaal zal kunnen voetballen. Laat staan of hij weer de beste spits ter wereld kan worden.
De grootste comeback uit de voetbalgeschiedenis
Ronaldo werkt bijna twee jaar aan zijn terugkeer. Hij moet opnieuw leren lopen, spieren opbouwen en zijn lichaam leren vertrouwen. Wanneer hij wordt geselecteerd voor het WK van 2002, heeft hij in de jaren daarvoor nauwelijks wedstrijden gespeeld.
De buitenwereld twijfelt. Ronaldo zelf niet. In de halve finale van de Uefa Cup tegen Feyenoord maakt hij zijn rentree.
Op het WK in Japan en Zuid-Korea verschijnt hij met een van de vreemdste kapsels uit de voetbalgeschiedenis: zijn hoofd is bijna volledig kaalgeschoren, op een driehoekig plukje haar aan de voorkant na. Jaren later onthult Ronaldo dat het kapsel een bewuste afleidingsmanoeuvre was. Hij had last van een spierblessure en wilde voorkomen dat de media alleen maar over zijn fysieke gesteldheid zouden schrijven. Zijn zoontje herkende hem aanvankelijk niet eens.
“Papa, waar is Ronaldo?”, zou het jochie bij het zien van zijn vader hebben gevraagd. Het plan werkt. Iedereen praat over het kapsel. En Ronaldo? Die scoort.
Tegen Turkije, China, Costa Rica, België en opnieuw Turkije. In de finale tegen Duitsland maakt hij beide Braziliaanse doelpunten. Eerst profiteert hij van een fout van Oliver Kahn, daarna rondt hij een prachtige aanval beheerst af.
Met acht doelpunten wordt Ronaldo topscorer van het toernooi. Brazilië is voor de vijfde keer wereldkampioen en Ronaldo voltooit een comeback die enkele jaren daarvoor medisch bijna onmogelijk leek. Vier jaar na de rampzalige finale in Parijs staat hij lachend met de wereldbeker in zijn handen.
Ronaldinho zei later: "Hij was onze grote broer en onze inspiratie. Na die verschrikkelijke knieblessures dacht iedereen dat hij klaar was. Dat hij ons in 2002 met acht goals wereldkampioen maakte, is het grootste herstelverhaal uit de sportgeschiedenis."
Ronaldo en Nike: de geboorte van R9
Ronaldo is in deze periode meer dan een voetballer. Hij wordt een wereldwijd merk. Nike ziet al vroeg dat de Braziliaan de ideale belichaming is van een nieuwe generatie voetbalsterren. Explosief, creatief, herkenbaar en spectaculair. Ronaldo speelt een hoofdrol in de iconische Nike-commercial waarin de Braziliaanse selectie voetbalt op een vliegveld. De reclame, met onder anderen Romário, Roberto Carlos en Denílson, groeit uit tot een van de bekendste voetbalcommercials aller tijden.
Voor het WK van 1998 ontwerpt Nike de eerste Mercurial speciaal voor Ronaldo. De zilverblauwe schoen wordt onlosmakelijk verbonden met R9. De Mercurial-lijn bestaat een kwart eeuw later nog altijd.
Ook zijn bijnaam wordt een merk: R9. Lang voordat Cristiano Ronaldo uitgroeit tot CR7, staat die combinatie van letter en rugnummer symbool voor de gevaarlijkste spits ter wereld.
Tussen de Galácticos
Na het WK van 2002 maakt Ronaldo de overstap van Inter naar Real Madrid. In Spanje komt hij terecht tussen Luís Figo, Zinedine Zidane, Roberto Carlos, David Beckham en Raúl: de Galácticos. Door een blessure moet hij even wachten op zijn debuut, maar als het moment eindelijk daar is, heeft hij minder dan een minuut nodig om te scoren. Kort daarna maakt hij ook zijn tweede.
Bij Real Madrid is Ronaldo fysiek niet meer de buitenaardse sprinter van zijn jaren bij PSV en Barcelona. De knieblessures hebben hem snelheid gekost. Maar hij is slimmer geworden. Zijn positionering, timing en koelbloedigheid voor het doel zijn nog altijd van het hoogste niveau.
In 177 officiële wedstrijden voor Real Madrid maakt hij 104 doelpunten.
Een van zijn beroemdste avonden beleeft hij op 23 april 2003 tegen Manchester United. Ronaldo maakt op Old Trafford een hattrick en wordt bij zijn wissel door de Engelse supporters getrakteerd op een staande ovatie. Real Madrid verliest de wedstrijd met 4-3, maar plaatst zich voor de volgende ronde van de Champions League. Zelfs de supporters van de tegenstander begrijpen dat ze iets bijzonders hebben gezien.
Via Milan terug naar Brazilië
In januari 2007 vertrekt Ronaldo naar AC Milan. Daarmee wordt hij een van de weinige spelers die voor beide clubs uit Milaan én voor beide Spaanse grootmachten heeft gespeeld. Bij Milan laat hij bij vlagen nog altijd zijn klasse zien, maar zijn lichaam werkt steeds minder mee. In februari 2008 loopt hij opnieuw een zware knieblessure op. Weer wordt gevreesd voor het einde van zijn carrière.
Toch keert Ronaldo nog één keer terug. In 2009 tekent hij bij Corinthians. In Brazilië is hij inmiddels niet meer de slanke sprinter van vroeger, maar zijn balgevoel en neusje voor de goal zijn intact. Hij helpt Corinthians aan het staatskampioenschap van São Paulo en de Copa do Brasil.
In februari 2011 kondigt Ronaldo zijn afscheid aan. Hij vertelt dat zijn lichaam niet meer kan en maakt bekend dat hij met hypothyreoïdie kampt, een aandoening die zijn stofwisseling beïnvloedt. Hij is pas 34 jaar.
Hoe goed was Ronaldo werkelijk?
De carrière van Ronaldo blijft een fascinerende paradox. Zijn prijzenkast en statistieken zijn die van een van de beste voetballers ooit. Tegelijkertijd voelt het alsof we door zijn blessures maar een gedeelte van zijn volledige potentieel hebben gezien.
De Ronaldo van PSV en Barcelona was misschien wel de meest complete jonge aanvaller die het profvoetbal heeft voortgebracht. De Ronaldo van Inter bewees dat hij ook tegen de sterkste verdedigers ter wereld kon domineren. De Ronaldo van 2002 liet vervolgens zien dat zelfs twee verwoestende knieblessures hem niet definitief konden stoppen.
Lionel Messi noemde Ronaldo de beste spits die hij ooit zag. Zlatan Ibrahimović had posters van hem aan de muur. José Mourinho beschouwde hem als de beste speler die hij met eigen ogen op een veld meemaakte. Cannavaro gaf toe dat hij bang voor hem was.
Misschien is dat uiteindelijk een betere maatstaf dan doelpunten, bekers of individuele onderscheidingen: wat de allerbesten over je zeggen.
Tegenwoordig wordt Ronaldo vaak ‘de Braziliaanse Ronaldo’ genoemd, om verwarring met Cristiano te voorkomen. Voor wie hem op zijn hoogtepunt heeft gezien, blijft dat een vreemd idee. Er was immers een tijd waarin één voornaam voldoende was: Ronaldo. Het Fenomeen.
Anderen over Ronaldo Luís Nazário de Lima
Ronaldinho: "Voor mij is en blijft hij de échte Ronaldo. Hij veranderde alles. Vóór hem waren spitsen statisch, maar hij liet ons zien dat een nummer 9 ook de mooiste dribbels kon maken. We wilden allemaal zijn zoals hij."
Thierry Henry: "Ronaldo deed dingen die niemand ooit tevoren had gezien. Samen met Romário heeft hij de positie van de spits heruitgevonden. Hij was de eerste spits die terugzakte naar het middenveld, de bal ophaalde, de vleugels opzocht en met snelheid en kracht iedereen voorbij dribbelde."
José Mourinho: "Cristiano Ronaldo en Lionel Messi hebben een carrière van vijftien jaar aan de top achter de rug. Maar als we puur praten over talent en vaardigheid, overtreft niemand Ronaldo Nazário. Toen hij bij Barcelona speelde onder Bobby Robson, realiseerde ik me dat ik de beste speler ooit op een veld had gezien."
Alessandro Nesta: "De ergste ervaring uit mijn carrière was de UEFA Cup-finale van 1998 tegen Inter. Ronaldo was simpelweg niet te stoppen. Ik heb die wedstrijd daarna zo vaak teruggekeken om te zien wat ik fout deed, maar er was gewoon niets aan te doen. Hij was te snel, te sterk, te goed."
Marcel Desailly: "De enige keer dat ik Maldini écht bezorgd heb gezien, was wanneer we tegen Ronaldo moesten spelen. Hij zei dan altijd tegen mij: 'Marcel, blijf dicht bij me, ik heb je hulp nodig. Als hij de bal krijgt en versnelt, zien we hem nooit meer terug.
Gianluigi Buffon: "Als je oog in oog stond met Ronaldo, wist je dat de kans groot was dat je ging vissen. Hij had een manier van bewegen waardoor je als keeper altijd een fractie van een seconde te laat reageerde. Hij maakte je simpelweg belachelijk met zijn schijnbewegingen."
Zinedine Zidane: "Als Ronaldo een goede dag had, was het onmogelijk om te verliezen. Er was geen tactiek tegen hem opgewassen. Hij deed op de training dingen waar wij met open mond naar stonden te kijken."
Cristiano Ronaldo: "Brazilië had altijd de beste spelers. Als kind keek ik naar Ronaldo, Ronaldinho en Rivaldo. Dat waren de mannen die mij inspireerden om te dromen van een profcarrière. Ronaldo was een fenomeen, zijn snelheid en techniek waren ongeëvenaard."
Zlatan Ibrahimović: "Voor mij is Ronaldo de allergrootste aller tijden. Hij was het perfecte voorbeeld van wat voetbal is. Alles wat hij deed, liet je 'wow' roepen. Hoe hij dribbelde, hoe hij rende, hoe hij scoorde. Hij was puur natuur, hij is niet 'gemaakt', hij is zo geboren."
Lionel Messi: "Ronaldo was mijn held. Ik hield ervan om naar spelers als Zidane, Ronaldinho en Rivaldo te kijken, maar Ronaldo was de beste spits die ik ooit heb gezien. Hij was zo snel dat hij vanuit het niets kon scoren, en ik heb nog nooit iemand de bal zo goed zien raken als hij."