Bij het woord ‘dinosaurus’ denk je waarschijnlijk direct aan de gigantische T-rex die met zijn enorme kaken alles verslindt wat los en vast zit. Maar wist je dat er 140 miljoen jaar geleden ook wezentjes rondliepen die je bijna over het hoofd zou zien? Wetenschappers hebben in Spanje de resten gevonden van een piepkleine dinosoort die nog geen halve meter lang was. Maak kennis met de Foskeia pelendonum: de dino die waarschijnlijk in je fietstas zou passen.
Een internationaal team van onderzoekers, met onder meer paleontoloog
Koen Stein van de Vrije Universiteit Brussel (VUB), deed de bijzondere vondst in Burgos, in het noorden van Spanje. In totaal vonden ze fossielen van minstens vijf van deze mini-dino's uit het Vroeg-Krijt. Hoewel het formaat doet denken aan een puppy, blijkt uit de botstructuur dat het hier niet om baby-dino’s gaat, maar om volwassen exemplaren die simpelweg nooit groter zijn geworden.
Verbijsterend klein postuur
"Vanaf het allereerste moment dat iemand dit dier ziet, is men verbijsterd door zijn zeer kleine postuur", vertelt onderzoeker Dieudonné over de vondst. Maar laat je niet foppen door zijn schattige formaat; de Foskeia was een anatomisch hoogstandje. Hij had een schedel vol verrassende innovaties en een gebit waar menig tandarts jaloers op zou zijn. Deze planteneter liep waarschijnlijk op twee poten en had zijn eigen, unieke manier ontwikkeld om voedsel te zoeken in de prehistorische wildernis.
Geen kleuter, maar een volwassene
De grote vraag was natuurlijk: zijn dit geen jongetjes die nog een groeispurt moesten krijgen? Koen Stein (VUB) dook de microscoop in om de botstructuur te bestuderen en kwam tot een duidelijke conclusie. "De botmicrostructuur vertelt ons dat minstens één individu volwassen was, met een metabolisme dat dat van kleine zoogdieren of vogels benadert", legt Stein uit. Dat is belangrijk, want nu weten de wetenschappers zeker dat deze verhoudingen definitief waren en niet meer zouden veranderen door groei.
Radicaal experiment van de natuur
De ontdekking van de Foskeia werpt een heel nieuw licht op hoe dinosaurussen in Europa evolueerden. Het bewijst dat de natuur niet alleen 'groot, groter, grootst' dacht, maar ook volop experimenteerde met mini-versies. De Foskeia is een vroege verwant van grotere plantenetende soorten en helpt wetenschappers te begrijpen hoe deze hele groep is ontstaan.
Groots in het kleine
Dieudonné benadrukt dat we niet alleen naar de mastodonten moeten kijken om de geschiedenis van de aarde te begrijpen. "Deze
fossielen bewijzen dat de evolutie net zo radicaal experimenteerde op kleine als op grote lichaamsmaten. Ons onderzoek toont dat aandacht voor het nederige en het kleine zich zeker loont." Soms zit de grootste wetenschappelijke winst dus in een heel klein pakketje.