Bang zijn voor overgeven: hoe werkt emetofobie?

02 jan , 14:00Lifestyle
Depositphotos_63138047_XL
We hebben allemaal wel eens een gadverdamme-momentje als iemand naast ons in de trein net iets te hard staat te hoesten. Maar wat als de gedachte aan een kotsbui je hele leven overneemt? Geen pretje, want je brein is in dit geval je grootste vijand.
Jess Smith (62) leefde jarenlang met emetofobie: een extreme angst voor overgeven. Emetofobie is meer dan alleen "een beetje bang zijn voor kots". Het is een serieuze angststoornis waarbij je constant op de uitkijk staat voor gevaar. Volgens experts van de Cleveland Clinic wordt het vaak onderschat, terwijl misschien wel 2 tot 9 procent van de mensen er in stilte mee worstelt. Jess Smith besloot dat het tijd was om dat zwijgen te doorbreken en ging in gesprek met Daily Mail.

Je eigen symptomen maken

"Niemand houdt van overgeven," zegt Jess, "maar emetofobie is van een andere orde." Het bizarre is dat je brein door de constante focus op misselijkheid, je ook écht misselijk maakt. Je raakt hypersensitief voor elk borreltje in je buik. "Je brein geeft je de symptomen waarvan het denkt dat ze 'helpen', maar eigenlijk creëer je precies waar je zo bang voor bent."

Verstoppertje spelen met je gezin

Voor Jess was het leven één grote ontwijkingstactiek. In haar tienerjaren hield ze haar adem in op school en verstopte ze zich met watjes in haar oren als haar zus ziek was. Maar de échte uitdaging kwam met het moederschap. Toen haar tweede zoon als kind de ene na de andere buikgriep mee naar huis nam, schoot Jess in de overlevingsstand. Terwijl haar man de boel opruimde, zat zij in de auto om de buurt heen te rijden tot de kust weer veilig was.
"Vanaf september begon ik al te trillen als ik andere moeders op het schoolplein hoorde praten over 'het heerst weer'," geeft ze toe. Tijdens de coronaperiode viel het haar op dat de rest van de wereld zich eindelijk net zo gedroeg als zij al jaren deed: constant handen wassen en afstand houden.
Depositphotos_398245338_XL

Peper of bacterie?

Haar angst was zo groot dat ze op een gegeven moment bijna niets meer durfde te eten. Ze dacht dat ze anorexia had, maar eigenlijk was het pure angst voor voedselvergiftiging. "Ik zag zwarte spikkeltjes in de soep en dacht direct aan gevaarlijke bacteriën. Achteraf was het gewoon peper." Jess denkt dat de fobie bij haar een manier was om controle te houden op een moment dat haar jeugd nogal chaotisch aanvoelde.

De knop omzetten

Na jaren van therapieën en groepen vond ze de oplossing in een simpele, maar krachtige zin van een coach: "Je bent niet bang om over te geven, je bent bang voor de GEDACHTE aan overgeven." Dat was voor haar de eye-opener. Het maakte de angst minder tastbaar en daardoor minder machtig.
"Andere fobieën kun je vaak ontwijken, maar dit zit in je hoofd, het achtervolgt je tot in je bed. Er is zoveel schaamte voor, maar praten helpt echt om de bubbel door te prikken."
Delen met

Loading