Iedereen heeft wel eens een Nederlandse film of serie bekeken en zich afgevraagd: "Waarom is dit zo slecht?" Het lijkt wel of veel van de producties een combinatie zijn van voorspelbare verhaallijnen en budgetten die je zelfs van je nichtje haar spaarpot zou kunnen lenen. Maar hoe komt dit? En is er eigenlijk nog hoop voor de toekomst van de Nederlandse film- en serie-industrie?
Wanneer je aan Nederlandse films denkt, schieten romantische komedies vaak als eerste te binnen. Het lijkt wel of we in een eindeloze stroom van liefdesverhalen zitten. En dat is ook niet zo gek: romcoms zijn goedkoop om te maken, trekken veel kijkers en hebben een vrij veilige formule. Toch wordt er vaak geklaagd over het gebrek aan originaliteit. Zoals een anonieme acteur in 2018 zei: "Te veel romcoms, slechte dialogen en geen vernieuwende ideeën."
Maar naast de liefde, waar zijn de spannende genres? Horrorfilms, bijvoorbeeld. Terwijl de rest van de wereld spannende griezelfilms maakt die je nachtrust verstoren, lijkt Nederland daar niet echt zijn draai in te vinden. In plaats van ijzersterke plots en enge momenten, krijgen we vaak 'griezelige' films die eerder lachen dan schrikken. Het lijkt wel of de grootste angst van Nederlandse horror regisseurs het budget is, en niet de geesten.
De Nederlandse filmindustrie kampt met beperkte budgetten. Gemiddeld ligt er voor een film zo'n 1,5 miljoen euro beschikbaar. Dat ligt ver weg van de miljoenen in Hollywood. Met zulke kleine middelen kun je ook geen spektakel neerzetten.
En dan hebben we de grote olifant in de kamer: de subsidies en fondsen. Ja, het is fijn dat makers hierdoor hun films kunnen maken, maar het brengt ook beperkingen met zich mee. Financiële beslissers hebben vaak de leiding over wat er wel of niet in de film komt. En dat is niet altijd goed voor de creativiteit. Een scenarist zei: "Scenaristen lopen tegen de angst van de beslissers aan. Hun verplichte inhoudelijke bemoeienis brengt zelden iets goeds." Het is een beetje alsof je een Ferrari probeert te bouwen met een kartonnen doos en wat plakband, dat lukt natuurlijk niet.
De Nederlandse filmindustrie heeft zijn uitdagingen, maar er is zeker hoop. Ondanks de beperkte budgetten en de veilige keuzes zijn er steeds meer Nederlandse makers die indruk maken met een film, zowel binnen als buiten Nederland.
Dus wie weet, misschien is de volgende film die we maken wel degene die alles verandert. Geef de makers wat ruimte en vertrouwen, en misschien staan we binnenkort niet meer te kijken naar middelmaat, maar naar iets dat de wereld echt kan verrassen. De toekomst is vol mogelijkheden. Want hé, zelfs met een klein budget kun je iets groots maken… zolang je maar geen special effects vraagt die verder gaan dan een rookbom en een piepende deur. Want die kunnen we niet betalen, oeps.