Waarom wielrenners direct na de Tour de France te vinden zijn op Nederlandse kermissen

29 jul , 15:00Entertainment
6061665524_e43f08d788_b
Drie weken lang rijden ze de longen uit hun lijf. Ze sleuren zichzelf over de Alpen, vliegen met honderd kilometer per uur van een berg af en sprinten alsof de finishlijn de laatste bus naar huis is. Na de Tour de France zou je denken dat iedere renner direct op een strandbedje belandt, met een ijsje in de ene hand en een massagebon in de andere.
Nog geen 24 uur later duiken ze op in Boxmeer, Chaam, Surhuisterveen of een ander dorp waar de plaatselijke harmonie, de oliebollenkraam en de burgemeester klaarstaan voor een criterium. Oftewel een paar uur rondjes draaien door het dorp, tussen de terrassen, frietlucht en enthousiast zwaaiende kinderen.

Waarom? Zijn wielrenners soms niet goed wijs?

Nou, een beetje misschien. Maar er zit ook logica achter. Allereerst: een criterium is geen Tour-etappe. Het tempo ligt lager, de sfeer is ontspannen en het draait vooral om het publiek. Fans die hun helden drie weken lang alleen op televisie zagen, kunnen nu ineens op een meter afstand staan. Handtekening, selfie, een praatje… dat is precies de charme. Het is eerder een wielerfeest dan een gevecht op leven en dood.

Een dikke zak centen

Daarnaast is er nog iets waar zelfs de sterkste klimmer niet immuun voor is: een goed gevulde portemonnee. Organisatoren betalen graag om Tourhelden aan de start te krijgen. Vroeger verdienden veel renners in een paar criteriums een flink deel van hun jaarinkomen. Tegenwoordig zijn de salarissen hoger, maar een leuk extra bedrag voor een avondje rondjes rijden blijft natuurlijk aantrekkelijk. Al kiezen veel toppers tegenwoordig wel selectiever welke criteriums ze rijden.
En laten we eerlijk zijn, na drie weken afzien is het ook wel lekker om eens een wedstrijd te rijden waarbij niemand meteen demarreert op een berg van twaalf procent. In een criterium is er tijd voor een glimlach, een grapje met collega-renners en soms lijkt het publiek al te weten wie er gaat winnen voordat het startschot heeft geklonken. De uitslag is lang niet altijd het belangrijkste onderdeel van de avond.

Direct naar de kermis

Toch blijft het een bijzonder gezicht. Op zondag staan ze nog uitgeput op de Champs-Élysées, met wallen tot op het stuur. Op maandag rijden ze lachend door een Nederlands dorp waar iemand vanaf een terras roept: "Kom op, nog één rondje!" Alsof die man niet net drie weken televisie heeft gekeken. Misschien is dat juist de magie van het wielrennen. De Tour is het grootste circus ter wereld, maar een dag later rijdt dezelfde geletruidrager gewoon langs de plaatselijke bakker, de snackbar en de kermisattracties. Geen hekken van tien rijen dik, maar kinderen die een bidon hopen te vangen en opa's die precies weten hoe het "vroeger veel harder ging".
Dus ja, het blijft een beetje vreemd. Maar zolang duizenden mensen langs het parcours staan, de speaker de Tourhelden met veel bombarie aankondigt en de geur van patat zich mengt met die van kettingolie, horen de na-Tourcriteriums er gewoon bij. Want na drie weken topsport blijkt één ding onverwoestbaar: de Nederlandse liefde voor een goed ouderwets rondje om de kerk.
Delen met

Loading