De Nissan GT-R is het bruutste wat Azië qua auto’s te bieden heeft. Al jaren steekt het de bekende Duitsers en Italiaanse supercars naar de troon met absurde prestaties. Na twee jaar is Godzilla weer een tikkie gedateerd, de hoogste tijd dus voor een nieuwe versie. Wij reden met het Japanse monster over de autobahn naar een van de meest illustere stukjes asfalt die de wereld rijk is: de Nürburgring, in de racerij beter bekend als De Groene Hel.

Het is koud en de dauw ligt nog op de weilanden als we ons bij een toekan op het randje van de Nederlands-Duitse grens melden voor een dagje blazen in de GT-R. Voor een van onze autobladcollega’s betekent het ’t weerzien met de auto die hem twee jaar geleden nog een voorwaardelijke rijontzegging en een boete van 1.200 piek kostte. Dat is een heel beschaafde man, dus dat zegt met name iets over de GT-R.

We rijden vandaag eerst zo’n 250 kilometer dwars door het Ruhrgebied richting de Ring, waar we in de banken mogen voor een hoorcollege over de nieuwe GT-R. De mooiste kleuren (donkerblauw en donkergrijs) zijn al vergeven, dus stappen wij zonder morren in de zilvergrijze.

De verschillen tussen de 2015 editie en de 2017 editie zullen de leken niet herkennen, maar er zijn toch wel degelijk aanpassingen gedaan. Met name aan de binnenkant is een hoop veranderd. Omdat Nissan van diverse kopers en andere mensen met een mening nogal eens te horen kreeg dat het interieur wat cheap aanvoelde hebben ze dat nu flink aangepakt. Minder knoppen in de cockpit (van 27 naar 11) en verbeterde materialen (van kunststof naar chique nappaleer). We moeten zeggen: heel netjes. Het is overzichtelijk, duidelijk en je zit perfect. En die Recaro stoelen zijn goddelijk. In de Goliath in Walibi zit je minder strak vastgesnoerd.

Nog meer powerrrrr
Hoe lekker je ook zit in de cockpit. Het leukste zit ‘m in het indrukken van de rode startknop en de 3,8 liter V6 met dubbele turbo te laten ontwaken. Godzilla heeft zoals altijd een vermogensupgrade gekregen. Ditmaal van 550 naar 570 pk. Daarnaast is het koppel (met liefst 4 Nm!) toegenomen naar 637 Newtonmeter. Hoe hard dat gaat? De sprint van van 0-100 km/u gaat in 2,8 seconden. Even snel als de miljoen euro kostende P1 bijvoorbeeld. De top ligt wel wat lager en gaat tot 315 km/u.

Na de olietemperatuur op peil te hebben gebracht is het zaak om de G-krachten op ons lichaam af te vuren. Het blijft altijd weer een ongeëvenaarde sensatie om in zo’n snelle auto te rijden. Zoveel vermogen. Zoveel power. Zoveel kracht. Je trapt bij 220 km/u het gas in en je krijgt nog steeds een trap in je rug. Naarmate de naald van de snelheidsmeter omhoog kruipt word je steeds harder in je stoel gedrukt. Helaas het wat druk bij de buren en is de mogelijkheid er niet echt om de magische 300 in ’t uur grens te doorbreken. Gelukkig is die last al van onze schouders en hebben wij ons onlangs in de McLaren 570S al bij de club gevoegd.

Maglev-trein
Aan het uiterlijk is zoals gezegd alleen in details gesleuteld. De vier achterlichtunits en de spoiler herkent je tante Annie ook nog wel. Maar het verschil tussen de 2015 editie en de nieuwste versie zit ‘m in details. Zo heeft de neus een update gekregen via grotere luchthappers wat voor een verbeterde luchtkoeling van de motor zorgt. Verder hebben bijvoorbeeld de vier achterlichten en de zijkanten aan de achterkant van de auto een extra randje gekregen om de aerodynamica te bevorderen en zo meer downforce te creëren.

Dat ze de nodige uurtjes in de windtunnel hebben gespendeerd is te merken. Godskolere, dit apparaat ligt als een Maglev trein aan de weg geplakt. Zo strak. De Nissan lijkt wel vastgelijmd aan de weg. Ook op hoge snelheid voelt ‘ie enorm stabiel en veilig aan. Om de vergelijking met de McLaren 570S te maken: in die bolide had je nog wel eens het idee dat je een paar centimeter boven het wegdek zweeft als je boven de 250 rijdt. Bepalend daarin zijn dat de Nissan vierwielaandrijving heeft en de McLaren achterwielaandrijving en nog belangrijker: dat de Japanner het motorblok voorin heeft liggen en de Engelsman achterin. Daardoor is het zwaartepunt van de auto heel verschillend. Niet dat de McLaren onveilig aanvoelt, maar de Nissan voelt héél veilig en stabiel aan. Juist met F1-achtige snelheden.


Met de GT-R’etjes op visite in Duitsland

Zak Speed
De ranzige fabrieken en de autobahn beginnen inmiddels te vervelen, het is dus fijn dat we inmiddels in de Eifel zijn aanbelandt om een stop te maken bij Zakspeed. Dis is het Duitse raceteam dat tussen 1985 en 1989 deelnam aan het wereldkampioenschap Formule 1. Hier weten ze wel hoe ze een raceauto moeten bouwen. In een Nissan GT-R van Zakspeed heeft Tom Coronel een paar weekenden geleden deelgenomen aan de 24 uur van de Nürburgring. ‘Dit is een mythisch circuit. Samen met de Indy500 en de 24 uur van Le Mans is de meest bijzondere race in de wereld.’ 220 wagens op een van de meest sicke circuits. 20,8 kilometer lang, blinde bochten, hoogteverschillen en, zo zien we op het beeldscherm, verschillende weertypes. ‘In één rondje reed ik op een droge baan met een zonnetje, in de mist en in keiharde hoosbui. Ook dat maakt deze race zo bijzonder,’ aldus Tom Romeo Coronel.

Na een rondje door de garage begint het alweer te kriebelen om in onze ride of the day te stappen. Dit keer mogen we een kilometer of 30 naar die beruchte Nordschleife scheuren. Wat een grandioze omgeving om te rijden. De wegen zijn eigenlijk niet al te best, maar de kronkelige weggetjes, hoogteverschillen en Duitse natuurlandschap vergoeden alles. Op zo’n bochtig terrein merk je pas echt hoe fabuleus de GT-R op de weg ligt. Aerodynamica boys verdienen een schouderklopje. Maar het gaat ook heel makkelijk. Je kan hier iemand die net z’n rijbewijskaartje heeft opgehaald rustig in loslaten. Iedereen kan de GT-R besturen. Een normale auto met absurde prestaties. 

We mogen naar de Ring rijden. Helaas niet op. Dus rijden we na een presentatie over de GT-R en een lunch met röstirondjes weer richting ons eigen land. Dit keer als bijrijder. Dan valt het toch wat tegen dat er geen handgreep boven het portier aanwezig is. In zo’n auto moet je je toch fatsoenlijk vast kunnen houden. Als bijrijder kunnen we ook even goed checken hoe de wagen ligt bij de buitenwereld.

Qua bekijks valt het eerlijk gezegd wel mee. Of tegen, het is maar hoe je het wenst. Autoliefhebbers herkennen ‘m uit duizenden, maar het is nou niet dat mensen foto’s van je maken of duimpjes naar je opsteken. En dat is precies de bedoeling van Nissan. Dit is geen schreeuwerige sportwagen die vraagt om aandacht. Zo klinkt hij dus ook niet. De twee turbo’s die fluiten als een raket in combinatie met de V6. Het is mooi gedaan, maar mist wel een beetje emotie. De buren zullen niet voor het raam staan om te kijken wat er nou hun straat in komt rijden. Als wij 170K voor een auto zouden neerleggen zouden we dat stiekem toch wel leuk vinden.

Dus?
Heeft Nissan haar paradepaardje opnieuw verbeterd. Het interieur is nu echt een stuk fraaier. Past ook beter bij  en past bij z’n prijs. Verder rijdt ‘ie als een Japanse hogesnelheidstrein, haalt het belachelijke snelheden en is ‘ie prima te gebruiken als alledaagse auto. En hij is exclusief. De marketingman van Nissan wist ons te vertellen dat er sinds de introductie in 2007 nu een stuk of 80 GT-R’s in Nederland rond rijden. Van de Porsche 911, zijn belangrijkste concurrent, rijden er alleen in Wassenaar al 80 rond. Kortom: geen poespas, gewoon hard gaan. De prestaties van een Ferrari, Lamborghini en McLaren voor de helft van de prijs. Wij gooien ‘m in ons winkelwagentje.

In cijfertjes
Prijs Nissan GT-R: vanaf €169.900 ,-
Motor: 3,8-liter twinturbo V6
Vermogen: 570 pk
Koppel: 637 Nm
Acceleratie 0-100: 2,8 sec.
Topsnelheid: 315 km/u
Gewicht: 1.752 kg
Verbruik: 11,8 L/100 km