Een jury in de Amerikaanse staat Alabama heeft The New York Times veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 9,25 miljoen dollar (ongeveer 7,9 miljoen euro). De gerenommeerde krant maakte zich schuldig aan smaad door een 23-jarige basketballer foutief te linken aan een dodelijke schietpartij. Het is voor het eerst in vijftig jaar dat het dagblad een smaadzaak verliest, en dus ook gelijk eentje met flinke gevolgen.
De zaak werd aangespannen door Kai Spears, een voormalig speler van het basketbalteam van de University of Alabama. The New York Times publiceerde in maart 2023 een artikel waarin werd beweerd dat Spears in een auto zat die betrokken was bij een fatale schietpartij nabij de campus, waarbij een vrouw om het leven kwam. De krant baseerde zich hierbij op een anonieme bron binnen het politieonderzoek.
Fout pas na rechtszaak gecorrigeerd
Achteraf bleek de berichtgeving volledig onjuist. Het was namelijk niet Spears, maar een manager van het basketbalteam die op de passagiersstoel van het betreffende voertuig zat.
The New York Times paste het artikel echter pas aan nadat de basketballer in mei 2023 officieel naar de rechter stapte. Tijdens de rechtszaak liet Spears weten dat de valse beschuldiging hem emotioneel zwaar heeft getroffen. Hij verklaarde voor de rechter dat hij vreest zijn leven lang geassocieerd te worden met een moordzaak. De achtkoppige jury gaf de student gelijk en kende hem een forse miljoenenvergoeding toe.
Teleurstelling bij de krant
In een officiële reactie laat een woordvoerder van
The New York Times weten teleurgesteld te zijn in de uitspraak van de jury. De krant benadrukt dat het ging om een "oprechte fout" en wijst erop dat een dergelijke veroordeling in halve eeuw niet is voorgekomen. Het is nog onbekend of de krant tegen de uitspraak in hoger beroep gaat.
Voorlopig laat de historische uitspraak in ieder geval zien dat ook de grootste kranten ter wereld niet ongestraft de fout in kunnen gaan.