Terwijl anderen nog in de file staan, klikken wij al onze ski’s al vast. Stubai laat zien dat wintersport niet groter of duurder hoeft te zijn om beter te werken. Met een nachttrein, vier perfect verbonden skigebieden en sneeuwzekerheid tot mei is dit misschien wel het slimst ingerichte skiregiovan Oostenrijk. Op visite in het schitterende Stubaital. De fun begint al voordat we de bergen zien. Geen stress op Schiphol, maar wij stappen deze donderdagavond op Amsterdam Centraal de trein in. Het “Tingelingeling, dit is de Alpen Express!” galmt door onze hersenpan, als we onze coupé ontwaren. Sfeervol stekkie. Na een treinpicknick duiken we onze cabine in, roetsjen we ons gordijntje dicht en vallen we tijdens het lezen van een boek in slaap. Zo rollen wij richting de Alpen.
Rapido
De volgende ochtend staan we om 9 uur stipt op het perron van Innsbruck. Een beetje krokant misschien, zo’n treincabine ligt toch net anders dan een donzig hotelbed, maar voorzien van opvallend goed humeur. Dit is optimaal reizen: slapen terwijl je kilometers maakt, wakker worden in een ander landschap en direct dóór.
De stad wordt een dal, het dal maakt plaats voor bergen. Nog geen halfuurtje later rijden we het Stubaital in en checken we in bij Hotel Serles, waar we enthousiast worden begroet door Moses. Geen man met een stok in de hond die zeeën openslijt, maar een dolle viervoeter. Wat ons te wachten staat? Vier skigebieden, één skipas en een gevoel van overzicht dat je zelden nog tegenkomt in de Alpen.
Skiën is ouder dan luxe
Voordat we de latten onderbinden, is het goed om te beseffen dat skiën niet begon als weekendvermaak voor mensen met skipassen en thermokleding. Skiën is oud. Ouder dan de Alpenhotels, ouder dan de skilift. In Scandinavië zijn rotstekeningen gevonden van duizenden jaren oud waarop mensen zich al glijdend door sneeuw verplaatsen. Skiën was geen vermaak, maar noodzakelijk transport.
Tegenwoordig is het vooral ontspanning en vermaak. In
Oostenrijk wordt bij zo’n beetje elke inwoner direct na de geboorte twee latten ondergebonden, maar ook in Nederland is het een populaire voor vakantie voor een land zonder bergen. Naar schatting zijn er jaarlijks zo’n miljoen wintersporters die zich uitleven op de pistes.
Stubai is een van de plekken waar naar uitgewaaierd wordt. Een gebied dat heel ruim is opgezet. Brede pistes, veel blauw en rood, overzicht en rust. Perfect voor wie het wil leren, maar minstens zo prettig voor wie al jaren skiet en vooral mooi wil skiën. Wij gaan voor de tweede keer in een decennia weer eens de skies onderbinden, dus ons motto is bovenal om de gipsvlucht te skippen en heel huids beneden te komen.
Ontspannen afdalen bij Schlick 2000
Onze eerste skidag brengen we door in
Schlick 2000. Een compact maar verrassend veelzijdig skigebied dat zich uitstekend leent voor twee dagen relaxed skiën. Hier geen massatoerisme of opgefokte wedstrijdsfeer, maar overzicht, rust en berghutten die precies weten wat hun rol is.
De pistes zijn breed, de liften modern. Sinds 2023 is er een nieuwe lift geopend, samen met een prachtig nieuw panoramarestaurant. Dit is het iets luxere segment, maar zonder dat het ongemakkelijk wordt. Een plek waar je bovendien een voortreffelijke schnitzel kan tjappen. De sfeer is gemoedelijk, bijna dorps. Met onze snufferd in de zon vergeten we moeiteloos dat we eigenlijk nog een paar afdalingen wilden pakken.
Het is vrijdag en de pistes zijn opvallend leeg. De lokale gids legt uit dat de meeste Oostenrijkers pas in het weekend komen. Voor ons betekent dat strak geprepareerde afdalingen, geen wachttijden en alle ruimte om bochten te maken zonder stress.
Mobiliteit als USP
Wat Stubai slim aanpakt, is de samenwerking tussen de vier skigebieden. Schlick 2000,
Serlesbahnen,
Elferbahnen en de
Stubaier Gletsjer zijn geen losse eilanden, maar vormen samen één logisch geheel. Met één skipas en korte transfers reis je moeiteloos van gebied naar gebied. Vandaag lekker cruisen, morgen hoogalpien skiën. Mobiliteit is hier de USP.
’s Avonds is het net zo eenvoudig om richting Innsbruck te rijden voor een goed restaurant, een bar of zelfs een dansvloer. Die combinatie – overdag bergen, ’s avonds stad – maakt Stubai aantrekkelijk voor meer dan alleen fanatieke wintersporters. Wij duiken na twee halve weisen lekker de sauna in, om na een uitgebreid dinerbuffet ons mandje in te duiken.
Imposante gletsjer
Zaterdag staat in het teken van de Stubaier Gletsjer, het grootste skigletsjer resort van
Oostenrijk. Hier verandert de sfeer meteen. De pistes zijn goed gevuld, de liften draaien op volle toeren en alles ademt SKIDAG in hoofdletters.
Fun fact: de gondels zijn ontworpen door Pininfarina, de fameuze designbazen uit Italië, verantwoordelijk voor vele ontwerpen van Ferrari en Maserati. Ze zien er dan ook retestrak uit. We stijgen van 1700 naar 2900 meter en later zelfs naar 3200 meter. Ondertussen wordt het rotsachtige en groene weiden steeds witter en stiller.
Nog een fun fact dan, want op deze gletsjer trainde ooit Edmund Hillary voor zijn Mount Everest-expeditie, lang voordat hier skiliften waren. Bij de Schaufelspitze voel je die geschiedenis. De lucht is ijl, de wind scherp en het uitzicht is waanzinnig: een 360 graden panorama met zicht op de Italiaanse Dolomieten en zelfs Sölden, waar jaarlijks de World Cup-skiseizoenen worden geopend. Ondertussen is de lucht strakblauw en schijnt het zonnetje fel onze goggle binnen. Heerlijk. Dit zijn de momenten waarvoor je op
wintersport gaat.
Na een heerlijke ochtend skiën, lunchen we midden in dat hoogalpiene decor bij restaurant Schaufelspitz. Dit is haute cuisine op bijna 3000 meter hoogte. Dit is geen bord worst met mosterd, maar verfijnde gerechten met uitzicht op eeuwige sneeuw. Zelfs de skiwasser wordt geleverd in een chique vaas.
Na een lange afdaling van de Serlesbahnen, belanden we bij Koppeneck op 1650 meter. Zon in het gezicht, ligstoelen buiten, muziek net hard genoeg. “Van het huis,” zegt de serveerster als ze een paar schnaps neerzet. We weten beter, maar laten ons toch weer verleiden.
Family friendly zonder kinderparadijs
Mocht je over een gezin beschikken, dan is het ook goed om te vermelden dat Stubai opvallend family friendly. Kinderen skiën gratis tot tien jaar (als ze vergezeld zijn van een ouder), er zijn speciale kinderweides en de infrastructuur is logisch en overzichtelijk. Tegelijkertijd voelt het nergens als een kinderparadijs. Dat is misschien wel de grootste kracht van dit dal: het probeert niemand krampachtig te pleasen, maar slaagt daar juist door in.
Minder family friendly, maar wel leuk om te noemen is dat aan het einde van het seizoen hier de
Stubai Wild Ride plaats: een publieke reuzen-slalom van 3200 naar 2300 meter, waar iedereen aan mee mag doen.
Waarom Stubai blijft hangen
Stubai bewijst dat
wintersport niet ingewikkeld hoeft te zijn om goed te zijn. Sneeuwzeker, slim verbonden en verrassend dichtbij. Wij kwamen uitgerust aan en gingen met tegenzin weer weg. Dat zegt eigenlijk genoeg. Voor wie even wil verdwijnen in de bergen, is dit een plek die blijft hangen.
Meer info, check stubai.at voor de mogelijkheden. Hoteltip: Hotel Serles
Als je comfortabel wil chillen na een dag skiën, dan is Hotel Serles een zeer geschikte plek. Ruime kamers, een fijne wellness om vermoeide benen weer op niveau te krijgen en een sfeer die persoonlijk blijft. De eigenaar maakt graag een praatje, een hond die je begroet alsof je zijn baasje bent en uitstekend (en veel!) eten. Geen designhotel dat om aandacht vraagt, maar een comfortabel basiskamp waar je graag naar terugkeert na een dag in de bergen. Check
serles.at voor meer informatie.
Gallery