James Worthy: "Gameconsoles zijn tijdmachines en al mijn gamevrienden zijn mijn medetijdreizigers"

Van een Amiga 1000 op een kerstochtend in Liverpool tot de release van GTA VI: voor James Worthy zijn games veel meer dan alleen vermaak. Ze zijn tijdmachines, gevuld met herinneringen aan familie, vrienden en bijzondere momenten. Nu hij zelf vader is, staat er een nieuwe generatie klaar om die herinneringen te maken.
Ik weet nog goed dat ik voor het eerst een game speelde. Het was in het ouderlijk huis van mijn vader in Liverpool. Het was rond de kerst in het jaar 1986. Het huis rook naar kalkoen, kerstboom en pakpapier.
In de slaapkamer van mijn oom stond een Amiga 1000 en mijn neef was Arkanoid aan het spelen. Ik werd bijkans gehypnotiseerd door het bewegende balkje en de gekleurde blokjes die verdwenen als ze door het balletje werden geraakt.
Een paar jaar later kocht mijn vader een Vendex Headstart II bij Vroom & Dreesmann. Een joekel van een apparaat in de kleuren crème, gebroken wit en grijs. Er zat een harde schijf van 20 MB in en er zaten drie games bij: Paratrooper, Prince of Persia en Lode Runner.
Ik wil even stilstaan bij die 20 MB en het feit dat zo’n spel slechts 48 KB groot was. Die spellen gebruikten weinig geheugen, maar dat wil niet zeggen dat de spelers ze zijn vergeten. Iedere gamer van mijn leeftijd weet nog het moment in Paratrooper waarop de helikopters plaatsmaken voor de bommenwerpers, of het moment in Prince of Persia waarop je je zwaard voor het eerst ziet liggen naast een stapeltje mensenbotten.
Dat is dan ook hoe ik mijn leven heb opgedeeld. Niet met behulp van wereldgebeurtenissen of datums, maar aan de hand van legendarische gamemomenten. Ik denk niet in de Val van de Muur of in de invoering van de euro. Ik denk aan de eerste keer dat ik Yoshi zag. Mijn eerste geslaagde fatality in Mortal Kombat. De eerste ontmoeting met een Big Daddy in BioShock of mijn eerste rijbewijs in Gran Turismo. De eerste keer dat ik de finish haalde op Rainbow Road. De eerste keer dat ik een vlag veroverde in Unreal Tournament.
Al veertig jaar noem ik mezelf een gamer en het is bijzonder om te zien dat mensen nog steeds op dezelfde manier over games praten en schrijven. Ik las laatst een onderzoek van psycholoog en gameonderzoeker Rachel Kowert, waarin bijna 200.000 media-artikelen en berichten op sociale media werden geanalyseerd. Daaruit kwam een opvallend beeld naar voren. Het negatieve sentiment rondom gamen is vele malen groter dan het positieve.
Gamen lijkt op de een of andere manier nooit te mogen ontsnappen aan het stadium van boekverbrandingen en het boycotten van films.
Over twee weken komt GTA VI uit. Ik had het zojuist over een spel van 48 KB groot. De nieuwe GTA is 212 GB. Dat is ruim vier miljoen keer zo groot. En toch maakt dit de herinneringen niet kleiner. De eerste keer dat ik het piepje hoorde van een opstartende GameBoy was in dezelfde week waarin ik voor het eerst een kus kreeg van een meisje.
Gameconsoles zijn tijdmachines en al mijn gamevrienden zijn mijn medetijdreizigers, Mathias, Michael, Rishi, Jules, Fernando en Ottavio.
Als ik over twee weken voor het eerst GTA VI opstart, zal mijn zoon naast me zitten. Net zoals ik veertig jaar geleden naast mijn neef zat. GTA VI zal zijn Arkanoid zijn.
Technieken verouderen, maar de herinneringen blijven haarscherp. Scherper dan de stekels van Bowser.
Lees ook
Delen met
Lees ook












