Chris Stussy is tegenwoordig niet meer weg te denken uit de internationale housescene. De Nederlandse dj staat op festivals als Coachella en Tomorrowland, verkoopt wereldwijd tickets voor zijn eigen shows en behoort jaar na jaar tot de meest geboekte Nederlandse artiesten in het buitenland. Toch had hij vroeger een heel ander plan voor ogen. Zijn droom lag niet achter de draaitafels, maar op het voetbalveld. In het nieuwe
boek For the Record duikt journalist Robyn van Gorsel in het succes van de Nederlandse dance-industrie. Voor het boek sprak ze met meer dan 25 dj's, labelbazen, organisatoren en andere sleutelfiguren uit de scene. Daarbij zoekt ze antwoord op een vraag die al jarenlang wordt gesteld: waarom komen juist uit Nederland zoveel succesvolle dj's voort?
Een van de hoofdrolspelers in het boek is Chris Stussy. In een uitgebreid hoofdstuk vertelt hij hoe hij als tiener per toeval achter een draaitafel belandde, waarom hij uiteindelijk afscheid nam van zijn voetbalambities en hoe hij stap voor stap uitgroeide tot een van de grootste Nederlandse exportproducten binnen de dancewereld.
Lees hieronder een exclusief fragment uit For the Record van Robyn van Gorsel.
ALTIJD ONDERWEG
Hoewel bekende namen als Tiësto, Martin Garrix of Laidback Luke traditiegetrouw goed vertegenwoordigd zijn in het onderzoek naar de exportwaarde van Buma Cultuur, zijn het vandaag de dag andere namen die de exportlijst aanvoeren. In het onderzoek over 2025, dat begin 2026 is gepubliceerd, voert dj Franky Rizardo de lijst aan met maar liefst 130 buitenlandse shows. Op de tweede plek staat Chris Stussy, alias Niels Christiaan Steenbergen (1994), met in 2025 jaar in totaal 119 gigs in het buitenland.
En dat voor iemand die nooit de intentie heeft gehad om dj te worden. De in Leiderdorp geboren Steenbergen wilde professioneel voetballer worden, geen professioneel plaatjesdraaier. Hij speelde op dat moment in de jeugdopleiding van HFC Haarlem en later bij UVS Leiden. Was hij nooit op een feestje even achter de draaitafels gaan staan, dan kenden we hem nu misschien wel als prof in de voetbalwereld.
Steenbergen: ‘Ik was vijftien en een vriend vierde zijn zestiende verjaardag. Hij had net een draaitafeltje gekocht en stond de hele dag op zijn eigen feestje te draaien. Of ik het even wilde overnemen, zodat hij even naar de wc kon. Daar had ik niet per se zin in, maar vooruit.’
Die vriend heeft zijn controller die avond nooit meer teruggezien. ‘Voor ik het wist stond ik de hele avond achter de decks. Ik vond het fantastisch.’
Samen met een andere goede vriend besluit hij ook een dj-set te kopen. ‘Ik zeulde hem overal mee naartoe, samen met mijn laptop en twee spelertjes. Waar mijn vrienden en ik ook kwamen, stond ik te draaien. Ik was er helemaal aan verslaafd.’
Ondertussen zijn Steenbergen en zijn vrienden ook niet vies van het uitgaansleven. ‘We gingen al veel naar clubs en feestjes waar je als zestienjarige binnenkwam. Naar Michel de Hey en Erik E in de LVC of de Harmonie in Leiden.’
Draaien voor een groter publiek, dat lijkt hem ook wel wat. Hij mailt nachtclubs in de omgeving van Leiderdorp en Oegstgeest met de vraag of ze een baantje voor hem hebben. ‘Discotheek De Bob in Noordwijk hapte toe; ik mocht komen proefdraaien.’
Wanneer Steenbergen daar aankomt, blijkt de club niet open. Voor een lege zaal mag hij zijn kunsten vertonen aan de bedrijfsleider, die via een verbonden speaker in zijn kantoor meeluistert. ‘Ik draaide geen commerciële hits, maar deep house. Dat wilde hij niet: ik moest van alles draaien, van hiphop tot disco tot pophits. Alleen wanneer de club sloot, mocht ik het laatste half uur de muziek draaien die ik zelf echt leuk vond.’
Voor een avond krijgt hij 75 euro. De ene keer draait hij op vrijdag en zaterdag, dan op een dinsdag of donderdag. ‘Daarvoor fietste ik 45 minuten vanaf huis. Soms met mijn vrienden samen, soms werd ik gebracht door mijn moeder.’
Het vele uitgaan en draaien in De Bob leidt er ook toe dat het met zijn voetbalcarrière minder voorspoedig gaat dan voorheen. ‘Ik zat nog op school, liep net stage bij een voetbalclub en ik draaide tot diep in de nacht in die club. Dat was soms moeilijk combineren, maar ik kreeg er zoveel energie van. Ik wist nog helemaal niet zo goed wat ik nou precies wilde doen met mijn leven. Ik was zestien, misschien net zeventien. Maar ik kreeg deze kans en ik wilde er vol voor gaan. Nu ik merk hoe groot mijn passie voor de muziek is, zie ik pas dat ik nooit die volle honderd procent voor voetbal heb gegeven.’
Via Facebook stuit hij een paar jaar later, het is dan 2014, op de Kweekvijver-competitie van dj Michel de Hey. Samen met vijf anderen wint hij de talentenjacht voor beginnende dj’s. ‘Dat was de kickstart van mijn carrière. Michel de Hey heeft mij zoveel kansen gegeven. Dat heb je nodig als je net begint. Door hem mocht ik dat jaar Boothstock Festival in Rotterdam openen en draaien in clubs als Toffler in Rotterdam en Lux in Utrecht.’
Voor de kans die Michel de Hey hem gaf, is Steenbergen hem nog altijd dankbaar. Dat dj’s in Nederland elkaar onderling zo helpen, met contests, kweekvijvers en support, is volgens hem een belangrijke reden waarom Nederlanders op internationaal niveau zo goed presteren.
Steenbergen: ‘Samen met jongens uit mijn sound waarmee ik in 2015 draaide, zoals Anotr, Toman, Luuk van Dijk en Prunk, ben ik gegroeid. We trokken elkaar mee omhoog en gunden elkaar het podium. Nu kom ik ze over de hele wereld tegen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat iemand mij iets niet gunde. Dat had ik veel meer met voetbal; daar was ik onzeker en dacht ik al snel dat iemand beter was. Ik kon er echt van balen als iemand op mijn plek stond opgesteld. Met festivalboekingen heb ik dat helemaal niet. Word ik niet geboekt, dan misschien wel het jaar erop.’
‘Ik heb nu ook mijn eigen scholarship-programma opgericht. Daarmee help ik nieuw talent, wereldwijd. Het is leuk om ruwe diamanten te ontdekken. De winnaar van mijn beurs schuif ik naar voren bij boekingen. Dankzij alle kansen die ik heb gehad bevind ik me nu op mijn beurt in een situatie waarin ik tegen een promotor kan vertellen wie ik wil zien op een line-up. Leuk om dan iemand die mensen nog niet kennen neer te zetten als opener. Daarmee geef je iemand zo’n kickstart, net als ik ooit kreeg.’
‘Maar ik vind het ook belangrijk dat clubs en festivals blijven investeren in talenten. Door onbekendere artiesten een kans te geven, kunnen zij de headliners van de toekomst worden. Zo boekte Michel de Hey mij ooit als opener van de Carl Cox-stage op Extrema Outdoor in Best. Als scene help je elkaar daar heel erg mee. En als je dit echt leuk vindt, kun je dit jarenlang blijven doen.’
Na drie jaar intensief draaien in clubs en op festivals, besluit Chris Stussy in 2018 ook zelf zijn eigen muziek te gaan maken. ‘Ik was alleen maar bezig met draaien, draaien en nog meer draaien. Ik heb geen muzikale achtergrond. Er werd thuis wel vaak Tiësto en Ben Liebrand gedraaid, maar ik speelde zelf geen piano of iets dergelijks. Zelf muziek maken kwam niet eens in me op. Dat was ook niet nodig. Ik ging met mijn vrienden ook altijd naar een feest vanwege de dj zijn draaistijl, niet vanwege zijn nummers. Dat is nu wel anders. Tegenwoordig beginnen veel dj’s in hun kamer met muziek maken en gaan ze daarna pas draaien.’
‘Ik had het geluk dat ik bij clubs waar ik draaide telkens weer een promotor tegenkwam van een andere club. Zo liepen mijn eerste boekingen. Als je je eigen ding doet en er altijd bent, kom je er vanzelf. Daar geloof ik heilig in. Je moet gewoon vaak je gezicht laten zien.’
De eerste grote shows van Chris Stussy in het buitenland beginnen in 2018 met een tour door Australië. Daarna volgen het Verenigd Koninkrijk, België en Duitsland. Tijdens de coronapandemie weet hij zelfs als een van de weinige Nederlandse dj’s door Amerika te touren. ‘Ik had mijn visa net voor de lockdown gekregen, waardoor ik wel het land in kon. Toen heb ik daar zes shows gedaan. Ook daar heb ik kansen gehad van promotors, waardoor ik sta waar ik nu sta. Zij namen een risico door mij te
boeken. Ik weet niet hoeveel volgers ik toen had op social media, maar ik was absoluut nog niet bekend. Het is geen zekerheid dat je volle zalen trekt in landen waar je niet vaak komt; daar begin je altijd weer helemaal onderaan.’
‘In Zuid-Amerika, bijvoorbeeld, ben ik nu net van co-headliner de transitie aan het maken naar mijn eigen soloshows. Daar heb ik vijf, zes jaar op gewacht. Dat moet je langzaam opbouwen. Wanneer je vijfduizend tickets verkoopt in Londen, moet je niet denken dat je dat ook meteen in Buenos Aires doet. Zo houd ik het ook leuk voor mezelf. Als ik alleen maar stadions zou doen, dan heb je alles al gehad. Het is juist leuk om in kleine stapjes naar iets groots toe te werken.’
Ruim tien jaar na die eerste keer draaien, staat Chris Stussy tegenwoordig aan de top van de internationale housescene. Hij speelt op de grootste festivals wereldwijd, van Coachella tot Tomorrowland. Zijn populariteit wordt in 2025 nog maar eens onderstreept wanneer hij in Engeland op het Parklife Festival moet draaien. Op het allerlaatste moment wordt zijn optreden omwille van de veiligheid afgelast: zo’n 25.000 mensen willen het concert bijwonen, terwijl er slechts plaats is voor 8000.
De groep vrienden die erbij waren toen hij voor het eerst achter de draaitafel stond op dat ene verjaardagsfeestje, zijn er ook nog steeds bij. ‘Ze waren er al bij de eerste show in Schubbekutteveen, waar je aankomt bij een schuur met één speaker. Mijn vrienden hebben me altijd gesteund, dus ik vind het mooi om nu ook iets voor hen terug te kunnen doen. De eerste keer dat ik bijvoorbeeld met een jet ergens naartoe ging, moesten ze mee. Ze moesten maar vrij zien te regelen. Zoiets gebeurt maar één keer voor de eerste keer, dat wilde ik graag met hen delen.’
Naast dat Chris Stussy jaarlijks in de top 10 van meest in het buitenland tourende dj’s verschijnt, draait hij ook nog steeds veel in Nederland. Dat heeft een reden. ‘Ik wil nooit vergeten waar ik ben begonnen. De shows in Nederland zijn de basis, daar hecht ik veel waarde aan. Ik vind het dus ook belangrijk om hier het juiste volume aan shows te doen. Niet alleen grote festivals, maar ook kleinere clubs. Juist daar kan ik lekker experimenteren met mijn eigen geluid. Dat ik zoveel shows in het buitenland doe, zie ik ook als iets moois. Daardoor kan ik veel van de wereld zien. Ik hou ook van fotograferen, dus ik vind het ook leuk om dan ergens voor een show de straat op te gaan en tijdens het wandelen foto’s te maken.’
For the Record van Robyn van Gorsel verschijnt bij Just Publishers, is online te bestellen en is te koop in de boekhandel.