Met de single Nooit Gekend zet Rico de toon voor
zijn nieuwe album Rico. Dat moet een persoonlijk, rauw en tegelijkertijd
hoopvol project worden waarin herstel en vooruitkijken centraal staan. Een open
verhaal van iemand die na jaren in de muziek opnieuw zoekt naar wie hij is.
Voor Rico voelt deze plaat niet als een herhaling van zijn verleden, maar juist
als een frisse start. Een nieuwe fase en een nieuw hoofdstuk.
In gesprek met FHM vertelt de Zwolse hiphopveteraan over de
zoektocht achter zijn album, zijn openheid over verslaving en wat hem
tegenwoordig inspireert, van zijn kinderen tot een retro boombox uit de jaren
tachtig.
Je hebt net een nieuwe single uit en je album komt eraan.
Waar gaat je album over?
‘’Ik heb heel lang nagedacht over de titel van het album, maar die kwam maar
niet. Op een gegeven moment dacht ik: het is gewoon Rico. Dat is het.
Niet ingewikkelder maken dan nodig is. Omdat het album eigenlijk een zoektocht
is naar mezelf. Iedereen zoekt natuurlijk wel ergens naar zichzelf, maar voor
mij voelt dit echt als een nieuw hoofdstuk. Ik ben de afgelopen twintig jaar
een beetje mezelf kwijtgeraakt. Ik heb ook heel erg in twee werelden geleefd,
onder andere door mijn verslavingsproblematiek. Daardoor kom je op een gegeven
moment op een kruispunt terecht waarop je denkt: wie ben ik nou eigenlijk
precies? Ik ben niet meer dezelfde persoon als twintig jaar geleden, en dat
hoeft ook niet. Dit album is voor mij een nieuwe start. Het is eerlijker,
duidelijker en dichter bij mezelf. En dat voelt goed.’’
Waarom was ‘Nooit Gekend’ dan de juiste eerste single?
‘’Omdat dat zinnetje al jaren in mijn hoofd zat. “Ik heb jou nooit gekend.” Dat
had ik al een tijd in me. Dat vat eigenlijk precies samen waar de plaat over
gaat. Niet alleen qua inhoud, maar ook qua gevoel. Het draait om de vraag: wie
ben ik zonder al die lagen, zonder al dat verleden, zonder alles wat anderen al
van me denken te weten? Daarom voelde dit als een logische eerste single. Het
is bijna de kapstok van het hele album.
Behalve de sample uit “Doe Maar” heb ik de beat zelf
gemaakt. Dat maakt het extra speciaal, ik had die ene zin al jaren in mijn
hoofd zitten. Toen ik het nummer af had, voelde het meteen goed. Ik heb ook
contact gehad met Ernst Jansz van Doe Maar en hem een demo gestuurd. Hij
reageerde heel mooi en gaf zelfs zijn zegen. Dat voelde echt als een bevestiging.’’
Je noemt het album rauw en eerlijk. Was het moeilijk om
daarin de juiste balans te vinden?
‘’Ja en nee. In eerste instantie had ik eigenlijk al een volledig album klaar.
In september had ik al een versie af, en zeven tracks lagen zelfs al bij de
mixer. Die was dus ook niet bepaald blij toen ik later aankwam met het nieuws
dat ik toch een nieuw album wilde maken. Want mixen is geen klein klusje; je
bent daar echt dagen per track mee bezig. Maar ik had na mijn boek Mijn
Eigen Wereld het gevoel dat ik ook muzikaal iets wilde maken dat daarbij
aansloot. Alleen merkte ik uiteindelijk dat het te veel van hetzelfde werd.
Waarom zou ik dat dan ook nog eens op een album gaan doen?
Dan ga je eigenlijk twee keer op exact hetzelfde onderwerp zitten. Dat voelde
niet goed. Dus heb ik op twee of drie tracks na bijna alles van het album
gehaald en ben ik opnieuw begonnen. Daardoor werd het meteen een andere plaat.
Luchtiger ook. Minder zwaar op de hand. Dat maakt het voor mij ook beter
verteerbaar. Ik vind dat muziek best drama mag hebben, absoluut, maar het moet
geen overkill worden. Dat past ook niet bij mij.’’
Wat hoop je dat mensen uit het album halen als ze het
straks luisteren?
‘’Allereerst ben ik zelf gewoon blij dat ik het van me af heb geschreven. Dat
is misschien een beetje egoïstisch, maar wel eerlijk. Voor mij is het
belangrijk om een fase af te sluiten en weer verder te gaan met de volgende.
Dat is al een soort opluchting op zich. Maar daarnaast hoop ik natuurlijk dat
het bij mensen iets losmaakt. Dat ze er misschien iets in herkennen. Dat ze
denken: hé, hier kan ik me in vinden. Of: dit heb ik ook meegemaakt. Of zelfs:
ik ken iemand die hiermee worstelt. Het is mooi als muziek iets plant, een
zaadje achterlaat.’’
Hoe merkte je dat je die nieuwe fase hebt bereikt?
‘’Een groot deel daarvan heeft te maken met het feit dat ik mijn problematiek
een plek heb gegeven. Vroeger maakte ik muziek terwijl dat allemaal op de
achtergrond meedraaide, al vanaf de tijd van Spuugdingen op de Mic. Ik
moest het wel benoemen voor mezelf, maar ik verpakte het allemaal in metaforen.
Daardoor snapte lang niet iedereen precies wat ik bedoelde. Journalisten
noemden me vaak “onnavolgbaar”. Ik snap wel waarom. Dat woord kan positief
klinken, maar ook gewoon betekenen: ik volg je niet helemaal. En dat was toen
ook zo. Ik wilde niet dat mensen wisten dat ik met problemen zat.’’
Wanneer veranderde dat?
‘’Ik denk ergens rond 2017 of 2018 toen ik wat opener ben geweest in een
magazine. Daarna ben ik daar steeds opener over geworden. En na dat boek
helemaal. Toen was het gewoon: dit ben ik. Dit is mijn verhaal. Daardoor hoef
ik het niet meer weg te stoppen en kan ik er ook makkelijker over praten.’’
Je bent een gevestigde naam in de Nederlandse hiphop.
Geeft dat extra druk bij het maken van een nieuw album?
‘’Eigenlijk niet tijdens het maken. Tijdens het maken doe ik het echt voor
mezelf. Het is iets wat ik uit mezelf haal. Maar zodra zo’n plaat straks
daadwerkelijk uit is, dan ga je toch denken: oei, nu ligt het op straat, hoe
gaat de wereld erop reageren? Ik ben inmiddels ook minder gevoelig geworden
voor meningen van anderen. Als ik dat gevoel heb, dan lees ik gewoon geen
comments. Dan bescherm ik mezelf daar gewoon tegen. Maar terwijl ik maak, voel
ik geen druk.’’
Wat inspireert je buiten de muziek om?
‘’Mijn kinderen sowieso. Dat is oprecht een van de grootste dingen. Maar ook
gewoon van die kleine, onverwachte dingen. Zoals nu die oude boombox die
opnieuw wordt uitgebracht. Of mensen die zo’n oude machine helemaal uit elkaar
halen en restaureren. Daar kan ik echt door gefascineerd raken. Ik zat laatst
naar een filmpje te kijken van iemand die zo’n oude radio helemaal opknapte,
alles openhaalde, onderdelen verving, bandjes vernieuwde, het hele apparaat
nieuw leven inblies. Dat vind ik zó tof. Dan denk ik echt: wauw, iemand heeft
daar gewoon geduld, liefde en aandacht voor en daar zit ik dan rustig een uur
naar te kijken.’’
Hoe ziet een gemiddelde dag van Rico eruit?
‘’Veel sporten. Dat is echt een groot onderdeel van mijn leven. Ik was altijd
vooral van het fitnessen, vier dagen per week of zo, maar de laatste tijd heb
ik yoga ontdekt, pilates en bodypump ook. Ik vind het fijn om anders met mijn
lichaam om te gaan dan alleen maar krachttraining. Het gaat niet alleen om
groot worden, maar ook om conditie, lenigheid, rekken en herstellen. Ik word
bijna vijftig, dus je wordt op een gegeven moment sowieso wat stijver. Dan
helpt dit enorm, fysiek én mentaal.’’
Hoe kijk je naar de huidige Nederlandse hiphopscene?
‘’Ik ben eigenlijk best wel trots op hoe het zich ontwikkeld heeft. Toen wij
begonnen, was rap nog iets van een handjevol mensen. Ik weet nog dat ik op
workshops stond en dan vroeg: wie kent hiphop of rapmuziek? Dan staken er
misschien twee of drie mensen hun hand op. Echt serieus. Nu hoef je die vraag
niet eens meer te stellen, want iedereen kent het. Op elke straathoek wordt wel
ergens gerapt. Dat is toch prachtig?’’
Zie je ook een nieuwe generatie die echt goed is?
‘’Ja, zeker. En ik probeer daar ook gewoon mijn rol in te pakken. Ik coach
jongeren al jaren in rap en schrijven. Niet als strenge leraar, maar meer vanaf
de zijlijn. Als de flow niet goed zit, zeg ik er iets van. Maar inhoudelijk
bemoei ik me niet met hun verhalen. Zij hebben hun eigen leven en hun eigen
wereld. Soms hoor ik dingen waarvan ik denk: waarom zeg je dit eigenlijk? Maar
ik ga niet bepalen wat wel en niet mag. Dat is niet mijn rol. Muziek mag ook
best een beetje verzet bevatten.
Ik hoor veel muziek die vooral draait om geld, status en
indruk maken. Dan denk ik: ja, dat heb ik nu wel een paar keer gehoord. Ik hoor
liever dat iemand iets vertelt over hoe hij leeft, wat hij heeft meegemaakt of
hoe hij ergens in staat. Dat gaat voor mij een stap verder. Natuurlijk hoeft
niet alles zwaar te zijn, en ik wil ook niet zuur doen. Er is echt nog steeds
veel goede
hiphop, maar ik hou wel van verhaal, van inhoud, van een beetje die
film in een track.’’
Je tour begint in Zwolle, jouw stad. Hoe heb je Zwolle in
al die jaren zien veranderen?
‘’Heel erg. Toen ik hier kwam, werd Zwolle in de hiphopwereld vaak gezien als
een boerenstad. Sommige mensen dachten serieus dat er hier alleen maar tractors
reden. Natuurlijk was dat onzin, maar zo werd er wel over gedacht. En ja,
dertig jaar geleden was het ook gewoon een stuk minder levendige stad dan nu.
Inmiddels is Zwolle enorm gegroeid. Er zijn grote winkels gekomen, het is veel
bruisender geworden en er komen steeds meer verschillende mensen en culturen
samen. Dat vind ik alleen maar mooi.’’
Voelt Zwolle voor jou nog steeds als thuis?
‘’Zeker. Ik woon hier inmiddels al zo’n dertig jaar. Ik kwam hier op mijn
achttiende en leerde hier al snel mensen kennen zoals Sticks en Delic. Vanuit
daar begon eigenlijk alles echt te lopen. Het is mijn stad geworden. Ik vind
het mooi om te zien dat Zwolle niet alleen groter, maar ook groener en
levendiger wordt. Er wordt echt nagedacht over cultuur, leefbaarheid en de
toekomst. Dat voel je.’’
Op 17 april verscheen het volledige album exclusief op vinyl en vanaf 29 mei is het album via alle streamingsdiensten te beluisteren.