Na Champions League-glorie verloor Angelo Boonman zijn zoon, nu zet hij zijn missie voort

26 mrt , 12:00Interviews
devano-2
Angelo Boonman stond jarenlang op het hoogste niveau als assistent-scheidsrechter en liep zelfs rond in de Champions League-finale van 2014. Maar kort daarna veranderde zijn leven compleet toen zijn zoon Devano een hersentumor kreeg. Wat volgde was een lange en zware periode die eindigde in groot verlies, maar ook in een missie die nog altijd doorgaat. Wij spraken Angelo over zijn leven, het verlies van zijn zoon en vrouw en waarom hij zich nu inzet om schelden met kanker te stoppen.
“Voetbal is altijd een groot deel van mijn leven geweest. Ik ben assistent-scheidsrechter in het betaald voetbal en maakte jarenlang deel uit van het arbitrageteam van Björn Kuipers. Daardoor reisden we door heel Europa voor wedstrijden in de Champions League en Europa League. Dat zijn bijzondere ervaringen, maar het absolute hoogtepunt was in 2014, toen we de Champions League-finale mochten doen in Lissabon tussen Real Madrid en Atlético Madrid. Op zo’n moment voelt het alsof de wereld aan je voeten ligt en dat je op het hoogste podium staat dat er is.
Angelo wedstrijd
Nog geen maand later stond ons leven op z'n kop. Mijn zoon Devano, toen acht jaar oud, kreeg te horen dat hij een hersentumor had. Binnen tien minuten zaten we in de ambulance richting het UZ Gent, omdat de druk op de tumor zo hoog was dat hij elk moment in coma kon raken. Dan kom je ineens in een compleet andere wereld terecht. Van volle stadions en internationale wedstrijden naar ziekenhuizen, artsen en onzekerheid over de toekomst van je kind. Dat contrast is enorm en dat besef je op zo’n moment direct.
Devano was een jongen die altijd bezig was. Zodra school uit was, ging hij naar buiten. Hij hield van sporten, van vrienden om zich heen en zat eigenlijk nooit stil. Tegelijkertijd was hij ontzettend trots op mijn werk in het voetbal. Als ik een grote wedstrijd had gehad, wilde hij alles weten: over de spelers, de stadions en de sfeer. Hij stond echt midden in het leven en genoot van alles wat hij deed.
Na de eerste operatie leek het even beter te gaan. Hij ging weer naar school en probeerde zijn leven zo normaal mogelijk op te pakken. Maar de tumor zat op een plek waar artsen hem nooit volledig konden verwijderen. Ze konden vaak tachtig of negentig procent weghalen, maar er bleef altijd iets achter. Dat betekende dat hij eigenlijk altijd ziek bleef en dat we continu in die onzekerheid zaten. De jaren daarna stonden in het teken van controles, operaties en behandelingen. Soms ging het een tijd goed en dan kwam er weer een moment dat het minder ging. Hoop en onzekerheid liepen constant door elkaar heen.
Als gezin werden we daardoor juist hechter. We beseften heel goed dat tijd samen het belangrijkste was. We deden veel samen, juist ook de kleine dingen. Samen eten, een dagje weg, bewust tijd maken voor elkaar. Als je in zo’n situatie zit, ga je anders naar het leven kijken. Je stelt minder uit en beseft dat je momenten moet pakken. Als ik nu terugkijk, denk ik dat wij in die tien jaar misschien wel meer samen hebben meegemaakt dan sommige gezinnen in een heel leven.
In 2025 overleed Devano, na tien jaar ziekte, op achttienjarige leeftijd. Drie maanden later overleed ook mijn vrouw Angelique, na een periode van ziekte. Dat is bijna niet in woorden uit te leggen. Je denkt dat het niet erger kan, maar je wereld stort opnieuw in. Dat zijn momenten die je leven compleet veranderen en waar je eigenlijk nooit echt woorden voor hebt.
PZC06032024-07___media_library_original_1500_844
We zijn begonnen met de stichting, door een simpele vraag van Devano. Hij kwam thuis van school en vertelde dat hij steeds vaker hoorde hoe het woord kanker werd gebruikt als scheldwoord of zelfs als iets positiefs. Voor veel jongeren lijkt dat normaal, maar voor iemand die zelf ziek is, komt dat keihard binnen. Hij vroeg zich af wat er zou gebeuren als kinderen op de kinderoncologie dat zouden horen en of we daar niet iets aan konden doen. Dat moment was eigenlijk het begin van alles.
Samen met Jacques Begijn en Henk van Oosten hebben we Stichting Stop Schelden met Kanker opgericht. Maar het is en blijft Devano’s stichting, het is zijn missie en wij voeren die alleen uit. Het doel is bewustwording. We willen niemand iets verbieden, maar wel laten zien wat woorden kunnen doen. Vrijwel iedereen kent wel iemand die kanker heeft gehad of eraan is overleden. Als je dat woord gebruikt, kan dat iemand diep raken zonder dat je dat doorhebt.
Tijdens presentaties op scholen vertel ik het verhaal van Devano. Ik laat ook reacties zien die hij kreeg na interviews. Daar zaten mooie reacties tussen, maar ook hele harde. Reacties waarin mensen hem belachelijk maakten of zeiden dat hij zich niet druk hoefde te maken omdat hij toch niet lang meer zou leven. Dat doet pijn, maar laat ook precies zien waarom deze boodschap nodig is.
In klassen merk je vaak dat het pas echt binnenkomt als je het persoonlijk maakt. Als iemand zegt dat het ‘kankerweer’ is, vraag ik of diegene dat ook tegen Devano zou zeggen. Dan wordt het stil. Dan realiseren ze zich ineens dat er een persoon achter dat woord zit en dat het meer is dan zomaar een krachtterm. Jongeren beseffen vaak niet wat hun woorden doen totdat ze ermee geconfronteerd worden.
Het gaat ons niet om verbieden. Iedereen maakt zijn eigen keuzes. Maar doe het met de wetenschap dat het anderen pijn doet. Dat is de boodschap die we blijven herhalen. Inmiddels werken we samen met steeds meer organisaties, scholen en sportverenigingen. Ook sportbonden zoals de KNVB, hockeybond en tennisbond zijn betrokken. Daarmee groeit de impact en bereiken we steeds meer mensen.
Na het overlijden van Devano was doorgaan moeilijk. Hij was altijd zelf bij de presentaties aanwezig en jongeren konden hem zien en spreken. Dat maakte het verhaal extra krachtig. Nu vertel ik het verhaal alleen, met foto’s en beelden, maar nog steeds leren jongeren hem kennen. Dat geeft mij de kracht om door te gaan. Het voelt alsof ik zijn stem nog steeds een beetje kan laten horen.
Ik sta inmiddels ook weer op het veld als assistent-scheidsrechter. Voetbal helpt om mijn hoofd leeg te maken, maar het blijft confronterend. Als ik langs de lijn het woord hoor, denk ik altijd even aan Devano. Dat gaat nooit meer weg.
Mijn hoop is dat schelden met kanker uiteindelijk net zo onacceptabel wordt als andere vormen van kwetsend taalgebruik. Dat het niet meer normaal voelt, maar juist iets waar mensen zich bewust van zijn. Dat we als samenleving zeggen: dit doen we gewoon niet meer.
Als Devano vandaag zou kunnen zien wat er allemaal gebeurt met zijn idee, denk ik dat hij vooral trots zou zijn. Trots dat iets wat begon als een klein idee, nu zoveel mensen bereikt. Dat is uiteindelijk waar we het voor doen.”
Delen met

Loading