Jonathan Mor was undercover bij de Mossad en moest zich jarenlang
schuilhouden achter aliassen, dekmantels en een zorgvuldig opgebouwde
identiteit als rijke zakenman. Silvan Schoonhoven, een journalist gespecialiseerd
in inlichtingendiensten, schreef samen met hem het boek Spion van de Mossad.
Wat begon als een uitzonderlijk levensverhaal, groeit nu uit tot een inkijk in
een van de meest gesloten werelden die er bestaan: die van de Israëlische
geheime dienst.
“Het is toch een beetje spionage in de romantische sfeer,”
zegt Schoonhoven in een interview met FHM. ‘’Je zit een beetje in de Hollywood-
of Netflix-achtige sfeer.’’ Jonathan Mor is geen klassieke held uit een
actiefilm, al zou je dat op basis van zijn loopbaan wel bijna denken. Hij
werkte vier jaar voor het Israëlische leger, bijna twintig jaar als spion voor
AMAN en meer dan vijftien jaar voor de Mossad.
Werkwijze van Jonathan Mor
Jonathan Mor specialiseerde zich in human intelligence: het
rekruteren van bronnen, het winnen van vertrouwen, het manipuleren van mensen
met charme en intelligentie in plaats van met geweld: “Zijn werk was voor een
groot deel praten, niet schieten.” Juist daarin schuilt de spanning. Mor
opereerde niet als man met zonnebril en pistool in een steegje, maar als een
gladde, overtuigende zakenman die zich voordeed als iemand anders: “Hij deed
zich altijd voor als een zeer rijke zakenman, meestal uit Zuid-Afrika. Met die
dekmantel wist hij mensen het gevoel te geven dat ze de loterij hadden
gewonnen. Mensen raakten dan in de ban van deze Jonathan.”
Mor sprak meerdere talen, zag eruit als een Europeaan en
paste daardoor moeiteloos in rollen die hem overal ter wereld toegang gaven.
Volgens Schoonhoven was dat cruciaal: “Hij ziet er niet uit als een Israëliër,
hij ziet eruit als een Nederlander.” Daardoor kon hij zich voordoen als Duitse,
Oostenrijkse of Zuid-Afrikaanse zakenman zonder meteen argwaan te wekken.
Het maken van De Spion Van De Mossad
In het boek en het gesprek komt ook de duistere kant van dat
bestaan naar voren. Mor werkte niet alleen aan het binnenhalen van informatie,
maar ook aan operaties die over de grens van het onvoorstelbare gingen:
ontvoeringen, infiltraties en liquidaties. Hoe voelt het om iemand te benaderen
terwijl je weet dat die persoon mogelijk zal sterven door jouw toedoen?
Schoonhoven vraagt het hem expliciet, maar Mor blijft trouw
aan de logica van zijn vak. “Het is oorlog,” is in wezen zijn antwoord. In die
redenering zijn
liquidaties geen doel op zich, maar een middel om erger te
voorkomen. Of, zoals hij het zelf laat begrijpen: als iemand onderweg is om jou
te doden, dan moet je hem eerst stoppen. Schoonhoven wil die spanning bewust laten
bestaan in het boek. Hij oordeelt niet voor de lezer, maar zet de feiten neer
en laat de morele vraag open.
Wat het boek extra spannend maakt, is dat Schoonhoven niet
alleen op Mors herinnering hoefde te vertrouwen. De wereld waarover hij
schrijft, is afgesloten, geheim en vol mensen die niets willen zeggen. Toch
wist hij stukken van het verhaal te verifiëren. “Dat is heel lastig, documenten
zijn er bijna niet.” Juist daardoor wordt elk klein stukje bewijs belangrijk:
een deelnemerslijst, een conferentie, een e-mail, een alias op een
visitekaartje, een getuige die bereid is te spreken.
Soms valt alles op zijn plek. Zo sprak Schoonhoven met een
familielid van een Iraanse wetenschapper die destijds benaderd was door iemand
met een van Mors schuilnamen. Die persoon herkende de werkwijze, de context en
zelfs de ontmoeting in Hongkong. “Dan zie je dus een mailconversatie met een
schuilnaam, en dan klikt alles zodanig in elkaar dat je weet: hier is
letterlijk geen speld tussen te krijgen.”
Achter de schermen en motivatie
Geloofwaardigheid is essentieel, want Mors levensloop bevat
precies de elementen die anders als overdrijving zouden klinken: hij stond op
de dodenlijst van de Iraanse Revolutionaire Garde, leefde jarenlang onder
schuilnamen, deed operaties in exotische landen en moest uiteindelijk vluchten
voor zijn leven.
Waarom komt hij nu naar buiten? Volgens Schoonhoven spelen
meerdere dingen mee. ‘’Er is ijdelheid, zegt hij eerlijk: na een leven van
zwijgen wil elke inlichtingenman ooit vertellen wat hij werkelijk heeft gedaan.
Er is ook behoefte aan erkenning, en aan geld. En er is een duidelijke drang om
zijn eigen versie van het verhaal te geven, zeker nu zijn carrière niet is
geëindigd zoals gehoopt. Hij wil duidelijk maken waarom zijn carrière
uiteindelijk mis is gelopen.” Dat gebeurde niet door eigen falen, maar doordat
hij werd ontmaskerd tijdens een te riskante missie.
Voor Schoonhoven zelf was het project ook uitzonderlijk. Als
journalist die al jaren over inlichtingendiensten schrijft, noemt hij het een
droom om iemand tegenover zich te hebben die overal over kan praten.: “Je
krijgt een soort masterclass van iemand die op wereldschaal heel hoog stond in
dit vak.”
Spion van de Mossad is daarmee een zeldzame inkijk in
hoe geheime diensten werkelijk werken als wereld van macht, afwegingen en een
soort territoriumstrijd. Zelfs in Nederland, vertelt Schoonhoven, botsen
diensten op elkaar: “Het is een soort spel achter de schermen, af en toe komt
er een grote ruzie als iets uitkomt.” Daarmee wordt het boek uiteindelijk meer
dan alleen het verhaal van één voormalige agent. Het laat zien hoe
inlichtingendiensten opereren: via relaties, afwegingen en beslissingen die
zich grotendeels buiten het zicht afspelen. Een zeldzame inkijk in een wereld
die normaal gesloten blijft.
Het boek Spion van de Mossad is nu verkrijgbaar bij
diverse boekhandels.