Kjeld Nuis hoefde niet lang na te denken over wat hij
ervan vond toen hij hoorde dat het olympische schaatstoernooi van 2030
definitief in Thialf wordt gehouden. Meer dan een eeuw nadat Nederland voor het
laatst olympische wedstrijden organiseerde tijdens de Spelen van Amsterdam in
1928, keert de olympische beweging terug naar Nederlandse bodem. Niet naar
Amsterdam of Rotterdam, maar naar Heerenveen. Dat is op meerdere manieren bijzonder. In de moderne
olympische geschiedenis is het slechts enkele keren eerder voorgekomen dat een
onderdeel van de Spelen buiten het organiserende land wordt gehouden. Dat
Frankrijk voor Nederland kiest, is een bewuste keuze die past bij de nieuwe
koers van het IOC: gebruik bestaande accommodaties in plaats van nieuwe
stadions die na de Spelen leeg komen te staan. En als er één bestaande
accommodatie is die daarvoor in aanmerking komt, dan is het Thialf.
Het schaatshart van de wereld
Het stadion in Heerenveen is al decennialang het epicentrum
van het langebaanschaatsen. Sinds de opening van de overdekte hal in 1986
werden er talloze EK's, WK's en wereldbekerwedstrijden georganiseerd. Vrijwel
iedere grote schaatser heeft er zijn grootste momenten beleefd. Thialf groeide
uit tot een begrip, niet alleen in Nederland, maar ook ver daarbuiten. Maar
waarom Thialf in dat specifieke Heerenveen? Volgens Nuis zit de kracht van
Thialf niet eens in het ijs: "Als je elke andere schaatser vraagt waar zou
je het liefst schaatsen: op het snelste ijs ter wereld in Salt Lake City of in
een vol Thialf? Meer dan de helft kiest voor Thialf."
Dat heeft alles te maken met de sfeer die nergens anders
bestaat. "Als jij over de streep komt en er gaan 12.000 man helemaal los,
dat is gewoon supervet. Dat ga je nergens anders in de wereld krijgen." Juist
daarom ziet de drievoudig olympisch kampioen de Winterspelen van 2030 ook als
een kans voor de
sport: "Als we dat hier tijdens de Spelen kunnen laten
zien, dat het fucking vet is, dat is dan wel weer heel mooi." Voor twee
weken wordt Heerenveen daarmee het middelpunt van de schaatswereld.
Voordelen voor Nederland
De Olympische Spelen in Thialf zijn niet alleen een
sportfeestje, maar ook gewoon een enorme kans voor Nederland om zich weer op de
wereldkaart te zetten. In 2030 verandert Heerenveen voor even in een
internationale hotspot: camera’s, journalisten, teams en fans van over de hele
wereld komen allemaal naar Friesland toe. Voor zo’n relatief kleine regio is
dat een unieke economische boost. Hotels zullen volzitten, restaurants draaien
topdagen en ook de hele omgeving profiteert mee. Maar het gaat niet alleen om
geld of drukte. Het is ook een soort visitekaartje. Nederland laat zien dat je
geen bergen of wintersportgebieden nodig hebt om een hoofdrol te spelen in een
wintersport. Thialf wordt zo het bewijs dat een klein land met de juiste
faciliteiten en cultuur gewoon het middelpunt van een wereldsport kan zijn.
Toch ook een dubbel gevoel
Tegelijkertijd plaatst Nuis een kanttekening. De schaatsers
zitten tijdens de Winterspelen honderden kilometers verwijderd van het
olympische centrum in de Franse Alpen. Normaal gesproken draait de Olympische
Spelen om het samen beleven van sport in één olympisch dorp. Dat gevoel zal in
2030 anders zijn. Zo zegt Nuis: "Hetgene waar het volgens mij bij de
Olympische Spelen om draait, is samen de sport beleven. Dat gaat niet zo
zijn." Dat maakt de Spelen in Heerenveen ook uniek: ze zijn tegelijkertijd
een enorme eer voor het schaatsen én een experiment voor de olympische
beweging. Want op wat voor manier dit er in de praktijk uit gaat zien, is
natuurlijk de vraag.
En is Nuis er zelf bij?
Het is de vraag die veel schaatsfans direct stelden. Rijdt
de dan 40-jarige Nuis in zijn 'achtertuin' nog één keer op de Olympische
Spelen? Zelf weet hij het nog niet: "Ik ben er sowieso bij. Maar in wat
voor rol? Geen idee." Vorig jaar sprak hij nog uit dat Milaan 2026 zijn
laatste Olympische Spelen zouden worden. De komst van de Spelen naar Thialf
veranderde dat perspectief voor hem enigszins, maar een terugkeer als beste
schaatser acht hij niet vanzelfsprekend: "Om dan nog bij de beste drie van
de wereld te horen op mijn veertigste, dat is echt een kansloze missie. Maarja,
als het nog heel lang goed gaat, dan zou ik echt gek zijn om het niet te gaan
proberen."