Het is alweer dertig jaar geleden dat de enorme kernramp in Tsjernobyl plaatsvond. Nu pas is het stralende hart van de kerncentrale, voorgoed afgesloten van de buitenwereld. Mede dankzij het Nederlandse bedrijf Mammoet zit er nu een antistralingsschild omheen, die het lekken van nieuwe radioactieve stoffen moet voorkomen.

Op 26 april 1986 om 01.23 uur, als de meeste mensen in Tsjerbobyl liggen te slapen, leidt de onomkeerbare meltdown in reactor vier in de kerncentrale tot een explosie. In eerste instantie snellen inwoners nog naar een brug om de vlammen in regenboog kleuren te checken, die worden veroorzaakt door de brandende nucleaire kern. Maar als de reactor smelt en begint te branden, komt er een extreme hoeveelheid radioactieve rook in de lucht die ongelooflijke schade aanricht. Bij sommige slachtoffers duurt het nog jaren tot ze door kanker getroffen worden, maar bij anderen rotten de longen al binnen twintig minuten. 

De autoriteiten lijken alles pas vrij laat door te hebben, want pas na 36 uur gaan ze tot actie over. Dan pas worden zo’n 160.000 mensen geëvacueerd. Het gebied in een straal van dertig kilometer om de kerncentrale is vanaf nu de Dead Zone. De rook, vol met radioactieve deeltjes, verspreidt zich over Europa. De wind brengt de walm helemaal tot Rusland, Zweden en Schotland.

Bij de kerncentrale is het dan nog steeds een grote bende. Dit wordt opgeruimd door de bazen van liquidators. Zij liepen in één minuut de hoeveelheid straling op, die een mensen in zijn hele leven mag krijgen, echt ziek. Ze bouwen ook al een eerste sarcofaag om de straling tegen te houden. Al snel wordt duidelijk dat in de haast geen goed werk is geleverd. Er ontstaan scheuren waar dieren door naar binnen kunnen, regenwater lekt naar binnen en verdampte weer naar buiten. Alleen wil niemand geld investeren in zo’n project. Uiteindelijk krijgt de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling de financiering rond en nu is de nieuwe sarcofaag dus af. Hierdoor blijft, in ieder geval de komende honderd jaar, de straling binnen.

Bron: Flabber.nl.