Coureurs die je zittend in de berm bijna aan kunt raken, raceafstanden van meer dan 350 kilometer, snelheden die oplopen tot dik boven de 300 en een gemiddelde racesnelheid van meer dan 200 kilometer per uur. Dát is in een notendop de roemruchte Isle of Man TT, de oudste en gevaarlijkste stratenrace ter wereld. FHM Motorfreak Ed Smits was op Man om uit te zoeken wat deze race zo bijzonder maakt.

Voor wie nog nooit van de Isle of Man TT heeft gehoord, het is dit jaar op de kop af exact 110 jaar geleden dat de eerste Isle of Man TT werd verreden. Destijds over een 15 mijl en 1.470 yards lang stratencircuit met straatlegale motorfietsen, vier jaar later werd de race al verplaatst naar een 37,4 mijl lang circuit (huidige lengte is 37,73 mijl, ofwel 60,72 km) dwars over het eiland, door de bebouwde kom van verschillende dorpjes en over de Snaefell Mountain Course. In de periode 1949 tot 1976 was de Isle of Man TT zelfs onderdeel van de Grand Prix wegrace kalender, maar werd verbannen toen veiligheid een issue werd. Want dat is de keerzijde van straatracen, in de 97 keer dat de TT is georganiseerd zijn er maar liefst 143 coureurs verongelukt. Toch heeft de TT nog steeds een enorme aantrekkingskracht op zowel coureurs als motorsport liefhebbers voor wie de Isle of Man TT het Mekka van de motorsport is.

ter PACEMAKER, BELFAST, 2017: John McGuinness, TT 2017 press launch. Glen Helen.
PICTURE BY STEPHEN DAVISON

Hoe ontzettend het eiland verweven is met de TT en zijn coureurs (en visa versa) wordt me snel duidelijk als in Douglas de regen met bakken uit te hemel valt, maar 23-voudig TT-winnaar John McGuinness erop staat om het rondje circuit gewoon zoals gepland op de motor te doen. Van mijn suggestie om vanwege de regen en dicht gesneeuwd Snaefell Mountain traject over te stappen op plan B wil hij niets weten. “Ik woon niet ver van het eiland en kom hier graag om te rijden, beetje om fit te blijven, maar dan met mijn eigen Enduro. Dat het regent maakt me vandaag niks uit, maar tijdens de TT rijden we nooit als ’t regent. Te gevaarlijk.”

Dat tradities hier op Man in ere worden gehouden blijkt bij de Grand Stand start/finish tribune, waar aan de overkant van de straat gedurende de races op een ongekend groot scorebord door schoolkinderen de tussenstanden en rondetijden op kleine wasborden wordt bijgehouden. Alles mag tegenwoordig elektronisch worden geregistreerd en ook online via live-timing te volgen zijn, maar voor het aanwezige publiek gaat alles nog op exact dezelfde manier als aan het begin van de vorige eeuw. “In de TT wordt om de 10 seconden gestart, omdat een gezamenlijke start zoals in de MotoGP veel te gevaarlijk zou zijn.” De twee belangrijkste wedstrijden, de Superbike en Senior TT, worden over 6 ronden verreden, ofwel een raceafstand van bijna 365 kilometer – in minder dan 1 uur en 45 minuten. Dat zijn cijfers waar zelfs de Formule 1 niet aan kan tippen!

ter DAVE KNEEN/PACEMAKER PRESS, BELFAST: 02/06/2016: Conor Cummins (Honda – Honda Racing) at the Gooseneck during qualifying for Monster Energy Isle of Man TT.

Vanaf start/finish rijden we naar de ‘Bottom of Brey Hill’, voor het publiek een van de meest spectaculaire plekken naast de baan, in de moestuintjes van de bewoners die dat met liefde toestaan. Het is een knik naar rechts precies op het laagste punt van de straat, die na een beste afdaling weer steil omhoog gaat. “De 1000cc Superbikes komen hier met dik 170 voorbij,” weet McGuinness met te vertellen. Dat lijkt niet hard, tot ik me realiseer dat ‘ie wel in mijlen per uur praat. Goeiendag! Maal 1,6 hebben we ‘t dus over dik 270 km/u. In de bebouwde kom, met stoepranden, heggen, stenen muurtjes en allesbehalve strak asfalt. Bizar is hier het understatement van het jaar. Volgens McPils zijn de krachten zó groot dat de motor helemaal inveert en de onderkuip vol over het asfalt schuurt. Of dat niet extreem angstaanjagend is, vraag ik me af. “In ronde nummer 1, 3 en 5 is het een beetje oppassen, omdat je met een volle tank en verse banden rijdt, maar in ronde 2, 4 en 6 neem ik deze bocht gewoon volgas,” aldus John.

De meest bizarre crash in de ‘Bottom of Brey Hill’ stamt uit 1999, toen in de F1 race Paul Orritt na een giga tankslapper onderuitging. Orritt liep bij de crash ‘slechts’ tal van botbreuken op

Vanuit Brey Hill rijden we via Ago’s Leap naar Quarter Bridge (elke bocht of recht stuk heeft hier zijn eigen naam), de enige bocht waar John ooit is gecrasht. “Het afgelopen jaar tijdens de training voor de classic TT op de Paton 500. Ik was zo kwaad op mezelf, want dit is de bocht waar je elke nieuwkomer voor waarschuwt, omdat ’t de eerste echte bocht is en je banden nog niet op temperatuur. Dat uitgerekend ik hier met al m’n ervaring onderuit moest gaan, was zo ontzettend stom van mezelf. Ik heb de motor opgepakt, ben buiten het parkoers terug naar de pits gereden en heb daarna in mijn volgende ronde meteen een nieuw kwalificatie ronderecord gezet.” John geeft wel aan dat van alle plaatsen waar je onderuit zou kunnen gaan, dit wel een van de meest veilige is. “Als je een kaart zou moeten trekken met daarop de bocht waar je gaat crashen en je trekt deze kaart dan zeg je, dankjewel.”

ter DAVE KNEEN/PACEMAKER PRESS, BELFAST: 06/06/2016: Ian Hutchinson (BMW – Tyco BMW) at Creg ny Baa during the RL360 Quantum Superstock TT race.

Dat het noodlot elk moment kan toeslaan weet John maar al te goed. In zijn eerste jaar 1996 leerde hij meteen hoe dicht de scheidslijn tussen extreme hoogte- en dieptepunten is: hij finishte zijn 250cc race als beste nieuwkomer op de 15e plaats, na in de training zijn beste vriend Mike Lofthouse te hebben verloren. “Dat was een enorme klap, maar ik dacht: weet je wat, ik ga de race gewoon rijden en zie wel hoe ik me voel. Ik finishte de race in de stralende zon en toen waren er de emoties, het bier en ineens ben je keerzijde van deze sport vergeten.” In de 20 jaar dat hij hier heeft geracet heeft de inmiddels 45-jarige coureur uit Morecambe, Lancashire drie vrienden verloren. “In 2003 verloor ik opnieuw een goede vriend, David Jefferies. Dave was net zo oud als ik, we maakten beide in hetzelfde jaar (1996, red.) ons debuut in de TT en behaalden in 1999 allebei onze eerste overwinning, hij in de F1 en ik in de Leightweight 250 TT. Na de dood van Dave sprak zijn moeder me toe en drukte me op het hart vooral met racen door te blijven gaan. Dat heeft toen een enorme indruk op mij gemaakt.”

Op bijna elk punt van het meer dan 60 kilometer lang circuit heeft John in het verleden wel iets meegemaakt, maar dan hadden we op z’n minst enkele dagen nodig gehad en officieel staat voor onze trip ‘slechts’ twee uur ingepland. Dus knallen we een een ruk door naar McGuinness Corner op mijlpaal 12,45, een snelle, blinde bocht naar links die in 2013 naar John werd vernoemd. En met knallen bedoel ik letterlijk knallen, met snelheden die oplopen tot ver boven de 100 mijl per uur, in de stromende regen en over behoorlijk bochtige wegen. “Toen mij werd gevraagd een bocht te kiezen die naar mij zou worden vernoemd kwam deze meteen in mij op,’ vertelt John als we bij McGuinness corner zijn gearriveerd. “Geen idee waarom, maar ik heb iets met deze bocht. Ik neem ‘m vol in 5 of nét in 6, afhankelijk van de snelheid die ik op het rechte stuk heb gehaald.” Even voor de goede orde, vol in vijf betekent dus opnieuw een snelheid van dik, dik boven de 250 km/u. “Weet je dat ik hier ooit iemand bij het uitkomen voorbij ben gegaan? Dat was echt kicken! Hij was voor de bocht van het gas gegaan en ik ging gewoon voluit.” Hadden we al gezegd hoe bizar dit is?

ter DAVE KNEEN/PACEMAKER PRESS, BELFAST: 28/05/2016: Jochem van den Hoek* (Kawasaki – Performance Racing Achterhoek) at Ballaugh Bridge during qualifying for Monster Energy Isle of Man TT.

Terwijl de regen weer met bakken uit de hemel valt rijden we door naar het dorpje Ballaugh, waar ‘Ballaugh Bridge’ elk jaar weer veel toeschouwers trekt. Het is de plek waar de motor met beide wielen loskomt. “De truc is om ‘m zo haaks mogelijk te nemen, anders zet je achterwiel zomaar een flinke stap opzij.” “Maar even iets anders, denk je dat we tijd hebben voor een kop thee?” In ‘The Raven’, de pub direct na Ballaugh Bridge, wordt me opnieuw snel duidelijk hoe iedereen hier op dit eiland van de TT leeft. Nog maar amper de helm afgezet raakt John direct in gesprek met een man op leeftijd aan de bar, alsof ’t vrienden zijn die elkaar een tijdje niet hebben gezien. Want ook dát is de Isle of Man TT, tijdens de race bewonder je ze op de baan en daarna tref je ze in de pub. Of John, nu hij er toch is, nog even vlug wat foto’s aan de muur wil signeren.

Eigenlijk zitten we er allebei wel doorheen, binnen no-time is de vloer veranderd in een waterpoel en daarbij is het ook nog eens stervenskoud. En alsof dat nog niet erg genoeg is moeten we het hele stuk nog terug, omdat de bergweg vanwege sneeuw afgesloten is. Dat zal echter nog even op zich laten wachten, eerst rijden we door naar de Sulby Straight, een 1,5 mijl (2,4 km) recht stuk waar in 2015 door de Nieuw-Zeelander en voormalig teamgenoot Bruce Anstey een topsnelheid van 206 mijl per uur (331,51 km/u) werd gehaald. Bij een kleine, karakteristieke kruidenierswinkel op een kruispunt tegenover het Sulby hotel – zo eentje waar je vlak voor de race nog snel even een broodje, een blikje drinken of pakje peuken gaat halen, wil John namelijk nog vlug even naar binnen gaan. “De oude man die deze winkel runde is afgelopen jaar overleden en ik heb nog geen kans gehad om z’n zoon te condoleren.” Het winkeltje is beroemd om z’n opmerkelijke verzameling collectebussen, waar voor de meest uiteenlopende goede doelen geld kan worden gedoneerd. “Die oude man kon aan het gewicht van zo’n bus precies vertellen hoeveel geld erin zat.” De brede collectie foto’s met grootheden (tussen de collectebussen) achter de toog toont aan hoe ontzettend geliefd deze familie bij de coureurs was.

Met zijn 45 jaar is John de jongste niet meer en is zich daar zelf terdege van bewust, maar denkt voorlopig nog niet aan ophouden. “Als je hier eenmaal hebt geracet, dan houd je het ofwel voor gezien, ofwel kom je elk jaar terug. Ik weet dat ik dit niet eeuwig kan doen, maar vind het nog steeds gigantisch kicken. Ik ben nog drie TT-overwinningen verwijderd van mijn idool Joey Dunlop, die met 26 TT-overwinningen het record in handen heeft. En ik weet dat ik nog steeds wedstrijden kan winnen. Misschien zou in het reglement moeten worden opgenomen dat je maar 20 jaar mag racen, dan weet je wanneer het klaar is en dat zou het een stuk gemakkelijker maken om afscheid te nemen. Nu kan en wil ik dat nog niet.”

Dat John ondanks zijn leeftijd nog steeds een serieuze kandidaat voor de overwinning is laten de statistieken zien. In 2015 won hij zijn laatste TT, de Senior TT, en reed dat jaar ook een nieuw ronderecord. De competitie is de laatste jaren wel behoorlijk sterker geworden. Met 14 en 13 TT-overwinningen zijn de 37-jarige Ian Hutchinson en Joey’s 28-jarige neef Michael Dunlop, die afgelopen jaar het ronderecord aanscherpte tot onder de 17 minuten (bijna 134 mph), Johns z’n grootste concurrenten om de overwinning. “Tien jaar geleden was ik de eerste met een 130’er (een rondetijd in gemiddeld 130 mijl per uur), maar tegenwoordig rijdt iedereen in de top 10 zo hard.” Het zijn trouwens niet alleen de super ervaren rotten die hier knetterhard rond kunnen gaan, in 2014 zette de toen 28-jarige Peter Hickman het ronderecord voor snelste nieuwkomer op 129.104 mph (207,773 km/u).
Ga d’r maar even voor zitten. Een rondje Isle of Man TT met Michael Dunlop en minder dan 17 minuten

Als ik de volgende dag na afloop van een middagje kleischieten met de meest toonaangevende coureurs van de komende TT met Hutchy en John in diens van met ‘JM 130 TT’ kentekenplaat terug keer naar het hotel en het gesprek over koetjes en kalfjes gaat blijkt maar weer eens hoe gemoedelijk de sfeer tussen de meeste coureurs onderling is. Overdag racen, daarna met z’n allen naar de pub. Of dat de reden is dat tijdens race-week om de dag wordt geracet? ‘Come als visitor, leave as friend,’ zo zegt de spreuktegel aan de wand van het toilet in het hotel, en zo is het maar net. Als je hier eenmaal bent geweest, dan raak je meteen verslaafd en wil je het liefst zo snel mogelijk terug.

Credits: Ed Smits / Motorfreaks.nl