Ferrari staat bekend om brullende V12-motoren, bloedstollende supercars en rode bolides die het asfalt aan flarden rijden. Toch werkt het merk uit Maranello aan iets wat je niet meteen in de showroom verwacht: een zeilboot van bijna dertig meter die boven de oceaan moet vliegen. De Ferrari Hypersail krijgt steeds meer vorm en is inmiddels voorzien van zijn definitieve kleurstelling. Alleen ontbreekt er nog één klein detail: hij moet straks ook daadwerkelijk over het water scheren. Wie bij Ferrari meteen denkt aan een
Ferrari F80 of een knalrode 12Cilindri, moet zijn blik even naar de zee verleggen. Met de Hypersail duikt de Italiaanse fabrikant namelijk in de wereld van het oceaanracen. Geen jacht om rustig met een glas champagne langs de kust te dobberen, maar een technologisch hoogstandje dat is ontworpen om op hoge snelheid de elementen te trotseren. De bouw heeft inmiddels een belangrijke mijlpaal bereikt. De romp is volledig gespoten, de definitieve kleurstelling zit erop en de enorme onderdelen die de
boot straks boven het water moeten tillen, zijn op de werf aangekomen. De volgende fase draait om de technische afwerking. Ferrari begint dus steeds meer op een scheepswerf dan op een autofabriek te lijken, al blijft de technische obsessie onmiskenbaar dezelfde.
Een Ferrari zonder motor, maar mét vleugels
De Hypersail is ongeveer dertig meter lang en is ontworpen als een zogeheten foiling monohull. Dat klinkt alsof iemand bij Ferrari iets te lang in de windtunnel heeft gezeten, maar het principe is behoorlijk slim. Onder de boot zitten speciale draagvleugels, de zogenaamde foils. Zodra de zeilboot voldoende snelheid maakt, genereren die vleugels lift en komt de romp grotendeels uit het water.Minder contact met het water betekent minder weerstand. Daardoor kan de boot efficiënter en sneller varen. Het is een techniek die al langer in de zeilsport wordt gebruikt, maar Ferrari wil die naar een nieuw niveau tillen voor een oceaanracer van dit formaat.
Daarvoor heeft de Hypersail drie belangrijke steun- en controlepunten. De foils aan de zijkanten leveren de benodigde lift, de kiel krijgt een eigen beweegbare vleugel en zelfs het roer helpt mee om de boot stabiel te houden. Kleine kleppen kunnen voortdurend worden bijgesteld om de bewegingen van de boot te corrigeren. Verwacht dus geen zeilboot die zomaar met zijn neus omhoog uit het water springt. Het gaat om gecontroleerd vliegen boven het wateroppervlak, waarbij iedere aanpassing telt. En met een oceaan onder je voeten is een beetje stabiliteit geen overbodige luxe.
Het brein dat de boot in balans houdt
Al die bewegende onderdelen moeten natuurlijk samenwerken. Daarvoor ontwikkelde Ferrari het elektronische systeem Flight Control, dat in feite fungeert als het zenuwstelsel van de Hypersail. Een netwerk van sensoren verzamelt voortdurend informatie over onder meer de wind, de golven, de snelheid en de hellingshoek. Een computer verwerkt die gegevens en berekent welke aanpassingen nodig zijn. Vervolgens sturen mechanische actuatoren de foils, kiel en andere onderdelen bij om de boot in balans te houden.
Dat gebeurt continu, zodat de Hypersail zich kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. De bemanning blijft daarbij onmisbaar. De automatisering neemt vooral taken over die nauwkeurig en voortdurend kunnen worden bijgestuurd, zodat de zeilers hun aandacht kunnen richten op de omstandigheden, de route en de strategie. Hier komt de kennis uit Maranello goed van pas. Ferrari gebruikt zijn ervaring met elektronische voertuigsystemen, simulaties en dynamische controle om een zeilboot te ontwikkelen die op de oceaan zo stabiel mogelijk blijft. Dezelfde obsessie met controle die bij een sportwagen op hoge snelheid belangrijk is, krijgt daarmee een heel andere bestemming.
Koolstofvezel en titanium: licht moet sterk zijn
Een boot van dertig meter die boven de golven moet vliegen, kan niet zomaar een zwaar gevaarte zijn. Gewicht en stijfheid spelen een cruciale rol. Daarom bestaat de romp uit meerdere lagen koolstofvezel, een materiaal dat bekendstaat om zijn lage gewicht en hoge sterkte. Op plekken waar enorme krachten vrijkomen, gaat Ferrari nog een stap verder. Daar wordt een zogeheten sandwichconstructie gebruikt met koolstofvezel en titanium. Die combinatie moet de constructie sterk genoeg maken om de belasting tijdens het varen op te vangen, zonder onnodig gewicht toe te voegen. De ambities zijn niet mals. De mast is ongeveer 35,5 meter hoog, terwijl de totale hoogte van mast tot onderkant van de kiel zo'n 44 meter bedraagt. De zeiloppervlakte is circa 462 vierkante meter. De foils hebben samen een breedte van ongeveer 23,5 meter. Dit is dus niet het soort boot dat je na een middagje varen even achter in de garage parkeert.
Meer dan twintig patenten uit Maranello
De Hypersail is bovendien veel meer dan een opvallend speeltje voor Ferrari-ingenieurs. Het project heeft inmiddels geleid tot meer dan twintig patenten. Een van de opvallendste innovaties is Winch by Wire, een systeem dat menselijke kracht omzet in elektrische energie om onder meer de zeilbediening aan te sturen. Ook het energiesysteem is bijzonder. De boot is ontworpen om tijdens het varen zelfvoorzienend te zijn, met energie uit zonnepanelen, windturbines en de inspanningen van de bemanning. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het dek en de zijkanten van de romp, terwijl de opgewekte energie wordt gebruikt voor de elektrische systemen en de bediening van de zeilen.
Daarmee wil Ferrari niet alleen prestaties verbeteren, maar ook laten zien hoe efficiëntie en energiemanagement kunnen werken op een oceaanracer. De opgedane kennis kan bovendien weer interessant zijn voor toekomstige auto's van het merk. Ferrari ziet het project dus nadrukkelijk als een technologisch experiment dat verder reikt dan de zeilsport.
Wanneer gaat de Ferrari Hypersail het water op?
Voorlopig staat de
Hypersail nog op de werf in Pisa, waar de laatste bouw- en afwerkingswerkzaamheden worden voorbereid. De mast, zeilen en andere onderdelen worden op verschillende locaties ontwikkeld en gebouwd. Volgens de huidige planning moet de boot in maart 2027 het water op. Daarna wordt pas echt duidelijk wat alle technologie in de praktijk oplevert. Een boot laten vliegen in simulaties is één ding; datzelfde kunstje uitvoeren op een onvoorspelbare oceaan is een heel ander verhaal.