Met tientallen gerunde bioscopen, talloze primeurs en de
nodige prijzen op zijn naam is Albert Jan Vos één van de meest bepalende
bioscoopexploitanten van Nederland. In 1997 won hij de felbegeerde Gouden
Mickey van Disney voor beste bioscoop van het land en later haalde hij de
primeur van de eerste Dolby Atmos-zaal naar Europa. We lezen en schrijven vaak
over welke films eraan komen, maar hoe is het anno 2026 eigenlijk met de bioscoopbranche?
Wat is er veranderd en wat is het verhaal achter het succes van Vos?
Een onverwachte wending
"De jaren tachtig waren de slechtst bezochte periode
voor de bioscoop sinds de Tweede Wereldoorlog," begint Albert Jan Vos.
"De opkomst van de videotheek hakte er hard in. En bioscopen maakten het
er zelf niet beter op: we zaten op houten klapstoeltjes te kijken naar films
met monogeluid. Het stond bij mijn vrienden totaal niet hoog in het vaandel om
naar de bioscoop te gaan."
Een carrière in het filmvak lag voor Vos dan ook niet voor
de hand. Albert Jan werd geboren in Steenwijk, volgde later de hotelschool en
droomde van de internationale hotelwereld in Amerika. Gastvrijheid en reuring
zaten er namelijk al vroeg in; vanaf zijn dertiende werkte hij al in de horeca.
Allemaal tot een leraar van de hotelschool werd ontslagen en
Vos tijdelijk ging bijspringen in de bioscoop van zijn familie. Al snel werd
hij gebeld door Wim de Bruijn, directeur van een bioscoopconcern, die dringend
een bedrijfsleider zocht met én een horeca-opleiding én kennis van
35mm-bioscooptechniek.
Vos ging akkoord, maar op zijn eigen voorwaarden: "Ik
zei: 'Ik word bedrijfsleider voor acht uur in de week. Als het niet bevalt, ben
ik zo weg.' Na vier maanden kwam hij naar me toe en zei: 'Albert Jan, we
betalen je voor acht uur, maar je werkt er zestig. Mogen we je een normaal
contract geven?' Zo is het begonnen. Was dat niet gebeurd, dan had ik
waarschijnlijk in Amerika gezeten."
Het bioscoopbezoek als spektakel
Wim de Bruijn werd zijn leermeester, maar Vos ontwikkelde al
snel een geheel eigen filosofie. Een bioscoopbezoek moest veel meer zijn dan
alleen een film starten op een doek.
"Disney is de koning van entertainment," legt Vos
uit. "Entertainment is emotie. Wanneer er in entertainment geen emotie
zit, is het mislukt. Ons team was daarom continu bezig met de vraag: hoe maken
we rondom een film net dat beetje extra spektakel?"
Dat leidde tot creatieve en spraakmakende acties. Voor de
horrorfilm Piranha 3D zette zijn team een aquarium met een echte piranha
op de kassa. Vos vertelde op de radio dat bezoekers kortingskaartjes van de
bodem van de bak konden vissen. Het landelijke radioprogramma van Edwin Evers
dook er bovenop en bleef er uren over praten op de radio. "Die actie was
onbetaalbaar," lacht Vos. "De film trok uiteindelijk bijna 400.000
bezoekers."
Bij een première van Indiana Jones stortte hij zelfs
zestien kubieke meter zand in de straat voor de bioscoop, inclusief boogtenten
en een parcours voor Land Rovers. "De directeur van de filmmaatschappij
zei me later dat hij bij de wereldpremière in Cannes was geweest, maar dat de echte
première bij ons in de straat plaatsvond. Bezoekers wisten: bij ons is er
altijd wat te beleven."
Vos begon in 1992 voor zichzelf en startte met behulp van de
bank een eigen bioscoop in Hoogeveen. Die gedrevenheid bleef niet onopgemerkt.
In 1997 ontving Vos de prestigieuze
Gouden Mickey van Disney voor beste
bioscoop van Nederland. Het vakblad
Holland Film Nieuws stopte na tien
jaar zelfs met de jaarlijkse verkiezing voor 'Beste Bioscoopteam van
Nederland', omdat het team van Vos de prijs steevast bleef winnen. Later
breidde hij het imperium verder uit naar andere steden, waaronder de
vestigingen
van zijn huidige Luxor Cinemas in Meppel en Steenwijk.
Ondernemen op gevoel
Wie denkt dat Vos al zijn succes uitstippelt met
ingewikkelde rekenmodellen, heeft het mis. Hij onderneemt primair op gevoel.
"Ik heb nooit angst gekend," vertelt hij openhartig. "Angst om
te investeren of om grote leningen aan te gaan om iets op te bouwen, zit
simpelweg niet in mij. Ik reageer emotioneel op kansen. Geld is voor mij nooit
een drijfveer geweest, maar een middel om de beleving beter te maken. Als je
elk initiatief vooraf in Excel gaat doodrekenen, verander je nooit meer iets in
je pand."
Die durf stelde hem in staat om grote vernieuwingen door te
voeren en voorop te lopen in techniek. Zo bracht hij Dolby Atmos naar Nederland
en was hij nauw betrokken bij de uitrol van Dolby Cinema. "Technisch
gezien is Dolby Cinema nog steeds het allerbeste wat je kunt hebben,"
stelt hij vast. "Regisseurs en producenten vliegen speciaal over om te
zien hoe hun films daarin klinken en tonen."
De diepe dip van de pandemie
Toch kende het vak ook zware tijden. Na het absolute
recordjaar 2019 en een veelbelovend begin van 2020, legde de coronapandemie de
hele sector stil.
"Wij zijn negen maanden achter elkaar dicht
geweest," blikt Vos terug. "In tegenstelling tot de horeca hadden wij
geen afhaal of bezorging. Ik kan moeilijk thuis popcorn bezorgen als mensen op
de bank een film kijken. Daarbovenop kwamen de latere stakingen in Hollywood en
de opkomst van streamingdiensten."
Voor het eerst twijfelde de ras-ondernemer aan het
voortbestaan van zijn branche. "We hebben de komst van televisie
overleefd, de videotheek, de dvd en het internet. Maar door streaming dacht ik
echt even: dit gaan we niet redden, het is klaar.' Dat was een heel heftig
moment."
De magie van de zaal
Het geloof keerde terug tijdens
CinemaCon in Las Vegas, het
grootste internationale bioscoopcongres ter wereld. Vos zat er tussen 2.500
vakgenoten toen filmmakers als Steven Spielberg en Christopher Nolan het woord
namen.
"Spielberg noemde Tom Cruise de redder van de bioscoop,
omdat Cruise weigerde zijn Top Gun: Maverick direct naar een
streamingdienst te sturen. Hij wachtte tot de zalen weer open mochten en bracht
wereldwijd 1,5 miljard dollar op. In één klap was het iedereen weer duidelijk:
de échte impact en de grootste opbrengsten van een film ontstaan op het grote doek."
Dat besef gaf Vos een enorme boost. "Ik kreeg kippenvel
in die zaal. Ik kwam terug in Nederland en wist: de bioscoop knalt weer. We
hebben het overleefd."
Toekomst en gastvrijheid
Kijkend naar de toekomst van het bioscoopvak, benadrukt Vos
dat persoonlijke aandacht het verschil gaat maken. Hij ziet dat grote ketens
steeds meer automatiseren met poortjes en zelfscankassa's, maar gelooft juist
in een warme, menselijke benadering.
In zijn huidige Luxor-bioscopen brengt Vos die filosofie
dagelijks in de praktijk. "Gastheerschap is alles," zegt hij beslist.
"Wanneer ik mensen lesgeef in hospitality, laat ik ze beelden zien van The
Love Boat. Captain Stubing staat bij de loopplank om iedere gast
persoonlijk te verwelkomen en weer uit te zwaaien. Dat authentieke
gastheerschap ontbreekt tegenwoordig te vaak. Een bezoeker wil vermaakt worden,
zich welkom voelen en een magische avond beleven."
Als hem gevraagd wordt naar zijn persoonlijke favoriete
film, wijst Vos naar de poster van Forrest Gump. "Die film heeft
werkelijk alles: vernieuwende techniek, prachtige muziek van Alan Silvestri en
een hoofdpersoon die puur op gevoel keuzes maakt, zonder angst," besluit
Vos.
"Het laat zien dat je in het leven altijd de keuze hebt
om er iets moois van te maken. En dat is exact wat wij in het theater doen. Als
je ergens met passie voor staat, neem je mensen daarin mee. Film blijft wat dat
betreft een heerlijke verslaving."