We probeerden de topsnelheid te halen in de McLaren 570S

Redactie 13 okt 2016 Machines

Op de bucketlijstjes van menig man staan dingen als bungeejumpen, parachutespringen, een voetbalwedstrijd in de Premier League bezoeken, sigaren roken op Cuba, een roadtrip maken door Amerika, een chick uit de FHM500 aan de haak slaan, gokken in Las Vegas en in een supercar over de Autobahn scheuren. Dat laatste puntje is bij ons wat specifieker. Want wij wilden altijd al eens de magische 300 kilometer per uur grens doorbreken. Laat de McLaren 570S daar nou uitermate geschikt voor zijn.

Met een vreugdesprongetje jumpen we ons bed uit en staan we nu met een genoegzame blik en wrijvende handjes in Utrecht voor de ingang van Louwman Exclusive. De huisdealer van merken als Lamborghini, Bentley, Maserati en McLaren. De Britse autofabrikant die roem en faam verwierf in de Formule 1, maar de laatste jaren de ene na de andere supercar de wereld inpompt.

Stukje historie
Een decennia lang waren ze verantwoordelijk voor de snelste en bruutste supercar die de wereld rijk was. Dat was de mythische McLaren F1, de wagen die het licht zag midden jaren’90. Een decennia lang was dit de snelste productieauto ter wereld met een topsnelheid van 386,5 km/u. Pas in 2005 werd dit record afgesnoept door de Koenigsegg CCR. Sinds die F1 (de auto) hoorden we jarenlang niks van de Britse autofabrikant op het gebied van productieauto’s. Des te beter ging het in de F1 (de sport), waar het in die tijd in samenwerking met Mercedes-Benz titels won met Mika Hakkinen achter het stuur. Samen met Mercedes werd ook de SLR ontwikkeld. Nog altijd een ongelooflijke bazenauto. De eerste bolide na de F1 die enkel van McLaren afkomstig was kwam in 2011 in de vorm van de MP4-12C. De basis voor de nieuwe toekomst van McLaren. Daarna bouwden ze hun assortiment zorgvuldig op met in het topsegment de McLaren Ultimate Series (P1, P1 GTR), in het middensegment de Super Series (650S en 675 LT) en de Sport Series als instapsegment. In de Sport Series zit de 540C en de 570S. Die laatste staat vandaag in feloranje voor ons klaar.

De 570S dus. Een van de instapmodellen van McLaren. Een instapmodel a €238.500 euro, that is. Gooi er nog een leuke Ford Focus RS aan opties tegenaan en je komt tot een prijs van net geen drie ton. Maar voor de prijs van een gemiddeld rijtjeshuis krijg je wel een state of the art modern kunstwerk op wielen. Wat een adembenemend vette bolide. De combi oranje en koolstofvezel is om het bloedheet van te krijgen, door de lijnen (die luchtinlaten aan de zijkant!) is ‘ie scherper dan het koksmes van een sushichef en de vleugeldeuren tillen het sensatielevel naar de volle 100%. Alleen de bilpartij is net wat minder lekker dan bij z’n broers in het hogere segment. Instapmodelletje hè.

Kippenvel
In de eerste kilometer gaan onze armharen al recht overeind staan als we de ramen opendoen en door de lange tunnel aan de A2 het gaspedaal intrappen. Ho-ly shit. De twee turbo’s fluiten prachtig en de 3,8 liter V8 buldert er op los. Met de zeventraps automaat kun je muziek maken. Een diep donker geluid dat naarmate de max van de toerenteller (8.500 tpm) wordt opgezocht overslaat in een hoog, snerpend gejank dat weerkaatst tegen alle muren in de tunnel. Genieten. Eigenlijk zouden we weer om kunnen keren om ‘m weer terug te brengen, want na vijf minuten is onze dag al helemaal gemaakt. Met een glimlach van oor tot oor vervolgen we onze weg naar Arnhem, om daar de Duitse autobahn aan flarden te scheuren.

Wij hebben dan wel de grootste smile op ons gezicht staan vandaag, maar onze medeweggebruikers zie je bijna net zo vrolijk worden van de auto. De duimpjes zijn niet te tellen, de blikken oneindig en de glimlachen komen in grote getale onze kant op waaien. Waar je bij een Ferrari nog wel eens afgunst kunt merken en al snel die patjepeeër bent, daar krijg je hier louter positiviteit over je heen. Iedereen komt een praatje maken, in de achteruitkijkspiegel hebben we wel tien bestuurders foto’s zien maken en als we later op de dag bezig zijn met onze fotoshoot hebben we een rits aan supporters op de denkbeeldige tribune zitten. De wagen is niet alleen goed om je serotonineniveau wat op te krikken, maar ook een upgrade voor je sociale leven.

Binnenin is het prettig toeven. Alcantara zo zacht als het oortje van een labradorpuppy bedekt de hele cockpit. Het zwevende multimediasysteem is een kleine computer waarbij je alle denkbare info over de auto terug kunt vinden. Het stuur is compact en ligt heerlijk in de hand, waarbij een opschakeling met de grote flippers van carbonfiber je telkens weer afschieten. De riante stoel kan wel in honderd verschillende standen versteld worden (optie a €3.420) en het stuur kun je zo dicht naar je toetrekken dat je lijkt op een oud omaatje. Allemaal prachtig en schitterend, maar het echte besef dat je in iets bijzonders rijdt is als je die oranje reflectie ziet in een gebouw of andere auto.


Autobahn
We zijn hier vandaag met een doel. Nog nooit gingen we door de magische 300 km/u grens. Met de McLaren zou dat moeten lukken. Al in Nederland merken we dat de acceleratie van sensationele klasse is. Van 0 naar 100? 3,2 seconden. Maar vooral de sprint van pak ‘m beet 110 naar 220 is adembenemend. Waar de meeste auto’s 10 seconden nodig hebben om de 100 te halen, daar zit de Mc al op 200. Lijp. Na anderhalf uur passeren we de grens met onze oosterburen en kunnen we écht op het gas. Als we een eerste gaatje op de autobahn signaleren gaan we ervoor. In enkele seconden klimmen we van 150 naar 200, 220, 250, 270, 290, 298… maar dan moeten we in de ankers. En stevig ook. In de verte zien we een auto een vrachtwagen in te halen, dus zijn we genoodzaakt onze poging naar de topsnelheid te staken.

298 is godsgruwelijk hard. Maar dat is niet waarvoor we zijn gekomen. We besluiten even van de snelweg te gaan om wat bochten te pakken op het Duitse platteland. Daar merken we pas echt wat deze auto kan. Hij ligt zo strak op de weg en je kan ‘m zo vreselijk snel door bochten sturen, veel harder dan je denkt. Proberen de 300 te halen is leuk, maar in een bochtig parcours komt de ware aard van het beestje naar boven. De wegligging is subliem. Wat een briljante machine. Maar ook een heel makkelijk te besturen machine. Door alle elektronische hulpmiddelen is het niet een moeilijk te besturen auto. Je moet alleen rekening houden met die absurde acceleratie. Anders wordt het als je ‘m in Track-modus zet. Op het middenconsole zitten twee draaiknoppen: één met de H van Handling en eentje met de P van Powertrain.

De tellers veranderen en benadrukken nog extra dat er nu veel meer op jou, de bestuurder aankomt. Hij is nog feller, directer en agressiever. Na een tijdje denken we weer even aan de prijs van ruim 292.000 en zetten ‘m maar weer in sport. Fine enough. We besluiten om weer koers te zetten richting thuisland. Op de autobahn moet het gebeuren, maar in alle kilometers verschijnt geen enkele keer een noemenswaardig leeg stuk asfalt waarop het kan. Een beetje teleurgesteld rijden we weer Nederland in. Ja maar hallo, we zijn hier niet naartoe gekomen om 298 te rijden. Dus zit er maar een ding op: de eerste de beste afslag pakken en voor de tweede keer de Bondsrepubliek bezoeken.

Adrenalinekick
Zo gezegd zo gedaan. En nu treffen we het veel beter. Na een paar kilometer doemt een leeg stuk Duitse autobahn voor ons op. Alle 570 pk’s worden opgetrommeld om het maximale uit de auto te trekken. De adrenaline raast door ons lichaam. Onze hartslag verhoogd. Binnen no time is de 250 bereikt. 280. Allejezus dit ding is niet te stoppen. 290. 300! Een denkbeeldige kroon staat in onze hersenen op ons hoofd. 310. We ontwaren zelfs 313 op de digitale snelheidsmeter voor we weer gedwongen worden om af te remmen.

313. Met een versnelling over nota bene. Fucking hell. Dit zijn F1-snelheden. Het voelt wel alsof ‘ie door kan trekken tot 400 per uur. Zoveel kracht. Het gaat zó hard. Zelfs bij zo’n snelheid ligt ‘ie stabiel op de weg, maar je moet zo gevoelig en gedoseerd remmen. Iets te hard in de brakes en je kan de ambulance bestellen. Pfoe. Dit is bijna topsport joh. Het uiterste wordt gevraagd van je inschattings- en concentratievermogen. Ook wel grappig om te zien hoe je benzinemetertje de tegenovergestelde richting bewandelt ten opzichte van je snelheidsmeter, maar hé, wie een kleine drie ton aan een auto kan spenderen die kan ongetwijfeld ook wel 100 euro per dag kwijt aan een tankje.

Zo vliegt deze dag letterlijk weer voorbij. Op een parkeerplaatsje staan we even bij te komen van onze ervaring. Er klinkt een geluid alsof er een vliegtuig opstijgt. Ah, de luchtkoelers aan de zijkant die overuren schrijven. De topsnelheid hebben we dan wel niet gehaald, we kwamen wel dichtbij. We lopen nog een bewonderend rondje om onze office of the day. Het is een open vleugeldeur die we maar al te graag intrappen, maar wat is dit een mag-i-strale bolide. De 570S stuurt geweldig. Stelt je op je gemak. Is zo snel als een F1-auto. De cockpit is prachtig. De looks zijn extreem bruut. Hij is goed voor je sociale leven en humeur. En hij is origineel. Veel origineler dan een Audi R8 V10, Porsche 911 Turbo of Mercedes-AMG GT om maar een paar concurrenten te noemen. Zeg nou zelf, wanneer heb jij ooit een McLaren in het wild op de openbare weg gezien? Wij nooit. Tot we onszelf vandaag gespiegeld zagen dan.

In cijfertjes
Prijs McLaren 570S (vanafprijs): €238.500,-
Prijs McLaren 570S (gereden versie): €292.760,-
Motor: 3,8-liter twin turbo V8
Vermogen: 570 pk
Koppel: 600 Nm
Acceleratie 0-100: 3,2 sec.
Acceleratie 0-200: 9,5 sec.
Topsnelheid: 328 km/u
Gewicht: 1.313 kg
Verbruik: 10,7 L/100 km

Opties

Tekst: Chris Riemens
Foto’s:
Jeroen Roest
Met dank aan Louwman Exclusive


 

 

Reageer op artikel:
We probeerden de topsnelheid te halen in de McLaren 570S
Sluiten