Op bezoek in de hel van Bangkok

redactie 2 sep 2019 Interview

Oké jongens, even iets serieuzer dan wat jullie van ons gewend zijn. De afgelopen weken viel er namelijk niet aan zijn naam te ontkomen: Johan van Laarhoven. De Tilburger zit al meer dan vijf jaar vast in de ‘Hel van Bangkok’, maar lijkt nog ‘voor Prinsjesdag’ terug naar Nederland te komen. Als student aan de school voor journalistiek in Tilburg schrijf ik voor FHM en werd ik in die stad natuurlijk regelmatig geconfronteerd met nieuws over deze zaak.  Het onrecht wat hem is aangedaan is me daarom altijd een doorn in het oog geweest. Toen ik deze zomer vlak voor mijn afstuderen een maand naar Thailand vertrok kwam ik zodoende op het idee om Johan te bezoeken in de gevangenis. Dit bleek mogelijk en dus zette ik me schrap voor wat ongetwijfeld een intens gesprek en daarnaast een goed verhaal voor FHM zou worden. Elke extra aandacht voor zijn zaak is namelijk mooi meegenomen. Na terugkomst van mijn vakantie sprak ik daarom nog snel met zijn broer Frans van Laarhoven en wilde ik dit stuk over de gesprekken met de broers bijna gaan publiceren…

En toen was er ineens het verlossende nieuws dat minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus (CDA) zijn langverwachte bezoek aan Thailand bracht om Johan terug naar Nederland te krijgen. Na vijf jaar dan eindelijk het eerste moment van gerechtigheid in deze zaak. Tijdens de hectiek van de afgelopen weken leek het vervolgens niet zo handig om dit stuk online te gooien. Gelukkig lijkt nu alles erop dat Johan snel weer terug in Nederland is en zal hij ongetwijfeld snel veel meer vertellen over de afgelopen vijf bizarre jaren. Voor dat zover is willen we jullie dit gesprek niet onthouden.

Restricties

Bij binnenkomst in de gevangenis word ik al snel op wat restricties gewezen. Zo moet de telefoon logischerwijs achterblijven in een kluisje. Slechts gewapend met twee potloden en twee lege papiertjes word ik zo voor de uitdaging gesteld om alles te onthouden wat Johan vertelt. Als aanvulling op zijn verhalen zal daarom ook zijn broer Frans van Laarhoven aan het woord komen. Ook heb ik nog briefcontact gehad met Johan. Voor een goede tijdlijn van deze zaak moet je hier zijn.

Wachten op Johan

Na het fouilleren mogen we doorlopen naar de ontmoetingsruimte waarbij er een enigszins ongemakkelijk sfeertje hangt en de communicatie met de cipiers voornamelijk verloopt via gebaren. Het deel van de gevangenis waar Van Laarhoven zit is alleen bedoeld voor veroordeelden met een straf van hoger dan 15 jaar. Tijdens het wachten op Johan zijn we getuige van een groep van rond de 20 Thaise gevangenen die ook bezoek krijgen. Gescheiden door glas wordt er gepraat via telefoons. Iedereen die wel eens een bezoekje aan Thailand heeft gebracht weet dat daar gepraat wordt zoals het eten smaakt; vol met pit. Alle gesprekken die door elkaar gevoerd worden vormen dan ook een flinke geluidsexplosie. De gevangenis ziet er vanuit hier gezien vrij netjes uit. Het groene gras, geknipte bosjes en de nette tegeltjes geven niet het gevoel op zo’n beruchte plek te zijn. Tegelijkertijd besef je ook dat dit slechts schone schijn voor de pers en bezoekers is. Er volgt ook nog wat afleiding van een oudere man die een gesprekje aanknoopt. Nadat ik de situatie van Johan in simpel Engels proberen uit te leggen knikt hij instemmend en wijst hij richting de gevangenen. ‘Mijn kleinzoon zit hier vast en daarom ben ik hier. Hij is onschuldig.’ Ons gesprek wordt al snel verstoort als een zoemer afgaat en Johan komt binnenlopen. Met een gebaar wenkt hij ons naar een telefoon op afstand van de rest van de luidruchtige bezoekers en gevangenen. Na een korte introductie verschijnt er een grimas op Johans gezicht die vanwege het reflecterende glas slecht zichtbaar is. ‘Nou, welkom in de hel van Bangkok dan maar’

Nog vlijmscherp

Meteen wordt duidelijk dat Johan ondanks de erbarmelijke omstandigheden nog vol kracht en levensmoed zit. Vijf jaar gevangenschap heeft hem niet gebroken. Fysiek heeft hij het lastig maar mentaal is de Tilburger nog zo scherp als een mes. Heel begrijpelijk scheldt hij er uit frustratie soms op los. Met de ombudsman aan zijn zijde vertelt hij dat hij dit jaar nog terug wil zijn in Nederland. ‘Ik wil mijn onschuld aantonen. Elke dag dat ik hier vast zit is er namelijk een te veel.’

Onschuldig

Johan brandt gelijk los over de impasse waar zijn leven zich nu al vijf jaar in bevindt. ‘Ik ben onschuldig. Mijn enige fout is dat ik ooit naar Thailand ben verhuisd. Dat heeft alles verpest want in Nederland had ik alles kunnen weerleggen. Nadat ik mijn coffeeshops verkocht had hoefde ik niet meer te werken. Dat geld kon ik op de bank zetten, maar ik besloot te investeren in vastgoed in Thailand. Na de crisis vond ik het zonde om het op de bank te laten staan en dat leek me een veilige investering met veel rendement.’ Volgens de Thaise wetgeving moest dat op de naam van zijn vrouw Tukta, die hierdoor onschuldig in de zaak meegesleurd werd. De Thaise autoriteiten hebben vervolgens beslag laten leggen op zijn Johans vermogen en vastgoed in het land, waarbij de agenten ongetwijfeld een mooie commissie kregen. Daarom vallen er harde woorden:

‘Het Thaise OM is omgekocht met mijn eigen poen. De Nederlandse politie heeft in 2013 een powerpointpresentatie gegeven in Thailand waarin ik werd afgeschilderd als Pablo Escobar van de Lage Landen die zijn geld in Thailand wit zou wassen. Er werd met geen woord gerept dat ik een legaal bedrijf had die aan zijn belastingverplichtingen voldeed. Aan witwassen moet een basismisdaad liggen. Daarvoor gebruikten ze een zaak uit 2008 waarbij er in een shop in Den Bosch 2.6 kilo werd gevonden. Volgens het OM was ik voor die zaak vervolgd en daarom naar Thailand gevlucht. De werkelijkheid was dat ik daar helemaal niet voor vervolgd ben. Er is mij in 2009 een schikking aangeboden van 400 euro die ik heb geweigerd omdat ik voor wenste te komen. Uiteindelijk is deze zaak in februari 2014 geseponeerd. Het is dus puur bedrog van het Thaise OM (door Nederland).’

Johan en Tukta Foto: Justice For Johan Foto: Justice For Johan

Waarom hij?

Iedereen die wel eens als bezoeker in de coffeeshop The Grass Company in Tilburg is geweest zal het opvallen dat de regels hier nauwkeurig worden nageleefd. Er staat een beveiliger voor de deur, er hangen camera’s, alcohol is taboe en binnen mag er geen tabak op tafel. Gevestigd in een monumentaal pand met een professionele keuken tegenover CS Tilburg lijkt de zaak zo oppervlakkig beoordeeld heel respectabel. Waarom werd Johan dan toch een doelwit?  ‘Ik ben een perfectionist en wil mijn zaken altijd op orde hebben. Het was mijn missie om de wietroker zo goed te behandelen als de alcoholdrinkers. De overheid wil je wegstoppen in een donker hol, maar juist als wietroker word je daar achterdochtig van. Je wilt in een veilige sfeer zitten waar iedereen die zich gedraagt welkom is.’ Dat hij ineens toch in de problemen kwam had hij dan ook niet verwacht, zo vervolgt hij. ‘Iedereen was altijd van alles op de hoogte. Ik heb met mensen van de gemeente gesproken waarbij de zakken met wiet op tafel lagen. Ze kwamen op bezoek en zagen hoe voorgedraaide jointjes gemaakt werden. Dat was allemaal geen probleem. Toen ik met burgemeester Johan Stekelenburg in overleg was over het verhuizen naar het pand aan de Spoorlaan gaf hij me dan ook slechts mee ‘maak er iets moois van’. Hoe kan het dan dat juist hij verdacht werd? ‘Uiteindelijk denk ik dat we slachtoffer zijn geworden van het succes. Het OM richt zich op de grote vissen.’

Zijn broer Frans vult hier verder op aan: ‘Ik heb Johan ook wel eens geschreven dat hij met zijn coffeeshops een makkelijk slachtoffer was. Hij reed niet met een auto vol cash het land uit. Alles werd netjes gedaan en valt te herleiden en traceren. Er is geen euro gevonden die contant meegenomen is naar Thailand. We hebben een waterdicht dossier gemaakt nadat Johan gearresteerd werd. Hieruit blijkt dat alle euro’s die in Thailand zijn uitgegeven te herleiden zijn tot wat in de kassa’s van de coffeeshops is gevloeid. Waterdicht! Toen we dat aan de Thaise justitie lieten ze zien hadden ze daar lak aan.’

Coffeeshop The Grass Company Foto: Justice For Johan

Nederland, een bananenrepubliek die ‘zijn bananen verstopt’

Johan vertelt ook hoe lastig het is om het tegen het Nederlandse systeem op te nemen als het zijn vizier op je gericht heeft. Constant zijn er anekdotes over hoe hij te maken had met het OM dat zich boven de wet plaatst. ‘Al jaren word ik afgeschilderd als een crimineel, maar weigeren ze me tot op heden om me te horen. Sterker nog, ze doen hun uiterste best om me bij verstek te laten veroordelen.’

Zijn broer Frans haakt hierop in. ‘Als je als mens een fout maakt dan zou je verwachten dat je het goedmaakt. Zeker in een zaak als dit. De kinderen van Johan zijn inmiddels tieners! Hoe moeten zij dit ooit weer normaal oppakken? Het duurt veel te lang. Ik ben al jarenlang dag en nacht samen met een team advocaten aan het strijden om alles boven tafel te krijgen in deze zaak. Het enige voordeel van dat het zo lang duurt is dat we inmiddels steeds meer ontdekken dat ontlastend is. Dat gaat dan met Wob-verzoeken wat ze allemaal tegen proberen te houden doordat 90% is weggelakt. Je zou verwachten dat alles open en eerlijk gaat, maar nee. Ik zeg dan ook; Nederland is net zo goed een bananenrepubliek, we zijn alleen beter in het verstoppen van de bananen.’

Ook vertelde Frans hoe zijn advocaat vol ongeloof was over de vervolging van Johan: ‘Ik zat de eerste dag bij Gerard Spong, 7 juli 2014 en toen vroeg hij wat we gedaan hadden. Vier keer moest ik het herhalen. Hij kon niet begrijpen dat Johan hiervoor was aangehouden in Thailand.’ Daarbij zei Spong echter nog wat belangrijks. ‘U komt nu aan een andere kant van een lijn terecht waarvan u het bestaan niet kent en waarvan u ook niet kan zien wat u gaat overkomen. Nou, dat was nog een understatement. Het blijft namelijk maar bezig, al is het alleen maar de psychologische oorlogsvoering. ‘

Trauma’s

Terwijl je zo tegenover Johan zit bekruipt je ook de nutteloosheid van zijn celstraf. Terwijl gevangen in Nederland korte straffen krijgen en in redelijke luxe leven, zit Johan hier te verpieteren voor vermeend witwassen. Indien veroordeeld in Nederland zou hij allang weer vrij zijn. Johan beaamt dit gevoel: ‘Waar is dit goed voor? Alle trauma’s die mijn vrouw en ik hebben opgelopen. Mijn kinderen die ik al vijf jaar niet meer gezien heb. Het is natuurlijk niet alleen de celstraf. Ik ben bijna 60 jaar oud… Hoeveel tijd van mijn leven gaat dit uiteindelijk kosten? En dat terwijl ik nooit op de vlucht  ben geslagen en altijd beschikbaar was voor justitie.’ Officieren van justitie Peter Snijders en Lucas van Delft moeten het dan ook flink ontgelden. ‘Lucas van Delft kwam met een anonieme tip op de proppen waarbij ik zogenaamd iemand op hem af zou sturen. Later bleek dat hij op de camera stond van de MediaMarkt toen hij de simkaart kocht waarmee deze anonieme tip werd gedaan. Bij Peter Snijders heb ik het idee dat hij mijn zaak in de doofpot wil stoppen. Waarom blijft mijn zaak in Thailand in hoger beroep gaan? Ik ben veroordeeld tot 103 jaar maar daarvan hoef je bij financiële delicten maar 20 jaar vast te zitten dus het heeft geen nut. Misschien is hij bang voor mijn waarheid als ik terug in Nederland ben?’ besluit Johan vastberaden.

Dat het Bredase OM inderdaad liever niet ziet dat Johan terugkeert blijkt ook wel uit het ongenoegen dat zij, aldus de NRC, uitspraken over het bezoek van minister Grapperhaus aan Thailand.

Gaat Tukta mee naar Nederland?

Waarschijnlijk wordt er momenteel een strijd gevoerd om zowel Tukta als Johan terug naar Nederland te krijgen. Zijn broer vertelde hier ook over. ‘Johan zegt dat hij niet gaat zonder haar. Dan zeg ik ook dat hij misschien meer kan betekenen voor haar in Nederland maar dat is gevoel, loyaliteit. Ze zit daar door Johan dus hij vertrekt niet zonder haar. Dan zegt ze tegen hem ‘when you love me, you leave me’ nou dat komt aan hoor..’

Johan leefde nog in onzekerheid over Grapperhaus

Over de recente ontwikkelingen in zijn zaak was Johan hoopvol maar tegelijk ook achterdochtig richting minister Grapperhaus. ‘Er zijn twee mogelijkheden. De man is integer en wil mij uit deze situatie bevrijden of hij is tijd aan het rekken en hoopt dat Thailand mij definitief veroordeelt zodat hij me via de diplomatieke weg kan terughalen. Natuurlijk wil ik hier ook niet te veel over kwijt want ik wil mijn zaak niet in gevaar brengen.’ Destijds was Johan ook nog in ongewisse over wanneer zijn Thaise rechtszaak zou plaatsvinden. ‘Dat weet je hier nooit.’ Dat sommige zaken soms ineens sneller kunnen in Thailand blijkt wel uit zijn definitieve veroordeling die hij afgelopen dinsdag na het bezoek van minister Grapperhaus ontving. Dit is een voorwaarde om Johan via de diplomatieke weg terug naar Nederland te halen.

Frans van Laarhoven vertelde hierover: ‘ik heb gesproken met Grapperhaus en het is een integere man. Hij vertelt dan dat dit soort dingen tijd kosten en dat er slechts één kans is. Als het antwoord op het verzoek tot uitlevering dan ‘nee’ is zijn we uitgerangeerd. Als Nederlands burger begrijp ik dat, maar als Johans broer natuurlijk niet want ik zou gelijk in het vliegtuig stappen.’

Hulde voor minister Grapperhaus die zich uitzonderlijk heeft ingezet voor Johans zaak Foto: Wikipedia

Overlevingsstrategie

Over de omstandigheden mag Johan niet veel kwijt. Hij vertelt ons heel wat schokkends, maar onder zijn naam mag dit niet gepubliceerd worden dus dat verzoek respecteren we. Ook kun je waarschijnlijk zelf wel bedenken dat het leven in een overvolle, snikhete gevangenis met beperkte watervoorzieningen geen pretje is. De overlevingsstrategie van de Tilburg is dan ook weinig aandacht trekken: ‘Ik blijf voornamelijk op mezelf, hou me afzijdig van wat er allemaal om me heen gebeurt. Heb dus geen vrienden. Soms ga ik wel om met een Pakistaanse jongen die half Westers is maar verder doe ik alles alleen. Mijn tijd besteed ik voornamelijk aan het schrijven van brieven en mijn zaak. De houding die ik leerde door mijn werk in de coffeeshops komt nu gelukkig goed van pas. Daar zat je ook met allerlei types en dat verliep altijd vreedzaam. Zo blijf ik op een of andere manier buiten problemen.’ Elke dag volgt hetzelfde patroon vertelt hij. ‘Om half 5 wordt er een oproep gedaan om te bidden. Waarom dat zo vroeg moet weet ik ook niet. Om half 6 gaan mensen dat dan doen en na half 7 verlaten we de cel om te wassen. Hierna gaan we eten en om 8 uur vindt het appel plaats. Dan wordt er gezongen voor het land en de koning.’ De rest van de tijd besteden gevangenen aan werken, maar Johan is hier niet voor te porren. ‘Werken weiger ik. Ik was al met pensioen dus dat kan ik niet meer verkroppen. Dat ik dat niet doe zijn ze hier ook niet gewend. Obstinaat zijn. Daar moet ik dus wel mee oppassen zodat de bewakers zich niet aan me gaan storen. Toch kan ik niet toestaan dat ze mijn eigenwaarde van me afnemen. Ze kunnen me opsluiten maar niet breken.’ Hoe hij zijn erbarmelijke situatie verder volhoudt? ‘Uiteindelijk is een mens toch heel flexibel. Je past je aan. Overleven zit in de menselijke natuur en huilen is voor baby’s!’

Thailand

Wat in het zonnige Thailand een mooi begin van de tweede helft van Johans leven moest worden liep uit op een nachtmerrie. ‘Ik hoefde nooit meer te werken dus kon ik het veroorloven om wat terug te doen. Zo was ik met een sportschool bezig waar iedereen welkom was en ondersteunde ik een weeshuis. Dat is allemaal van me afgenomen en nu zit ik in deze rotzooi.’ De liefde voor het land waar Johan al sinds de jaren 80 op bezoek kwam is dan ook aardig bekoeld. ‘Iedereen in deze samenleving is bang. Het is hier allemaal gebaseerd op angst. Je ziet het aan de bewakers die bang zijn voor hun leidinggevenden, die zelf weer bang zijn voor de mensen boven hen. De jaren voor ik opgepakt werd dacht ik er ook aan om uit Thailand te vertrekken. Dan hoorde ik verhalen van gangs die bij een stoplicht zomaar in het wilde weg schieten…’ Daardoor heeft het land waarop hij verliefd werd hem door de jaren gevangenschap met een gebroken hart achtergelaten. ‘Dertig jaar geleden was Thailand nog heel idyllisch. Zo reed ik er rond in een oude Mercedes die vaak panne kreeg. Nadat ik weer eens langs de kant van de weg stond werd ik direct geholpen door een journalist van de Bangkok Post. Toen hij mij even later weer veilig thuis had gekregen wilde ik hem wat geld geven voor de moeite. Daar moest hij niets van weten, beledigd was ‘ie zelfs. Nu draait alles om geld en is er weinig meer over van die mentaliteit. Zelf zal je ook wel merken dat je op straat wordt lastiggevallen door mensen..’

Johan en Tukta in betere tijden met hun Thaise vrienden Foto: Justice For Johan

Afscheid

Dan is het uur voorbij en moeten we ons gesprek alweer afronden. Natuurlijk heb ik nog talloze vragen, maar dat is hopelijk voor een ander moment. We nemen afscheid van elkaar en ik vertel hem dat Nederland hem nog niet vergeten is. Zo doe ik Johan bijvoorbeeld de groeten van cannabis-activist Bart Hissink. Er verschijnt een warme lach op zijn gezicht en hij beschrijft hem als een man die hij ‘nog nooit ontmoet heeft maar zich al jaren inzet voor mijn zaak. Zeg hem maar dat ik van hem hou.’ We spreken ook de hoop uit elkaar snel weer in Nederland te zien. Terwijl Johan opstaat om weer terug naar zijn cel te gaan, is juist hij degene die de bemoedigende woorden toespreekt. ‘Pas op daarbuiten’ zegt hij terwijl hij opstaat en terugloopt naar zijn Middeleeuwse cel. Het illustreert de absurditeit van wat hem, zijn vrouw en familie is overkomen. Een ogenschijnlijk erg vriendelijke en gedreven man die met zijn coffeeshops een indrukwekkend levenswerk achterlaat is daar uiteindelijk genadeloos voor gestraft. Ons falende gedoogbeleid heeft hem geslachtofferd en geen kans gegeven terug te vechten. Dat Johan terug naar huis lijkt te komen is fantastisch. Tegelijkertijd kan dat al het leed dat hem en zijn vrouw is aangedaan natuurlijk nooit en te nimmer goedmaken. Het laatste woord hierover is dus nog zeker niet gerept.

Tekst: David de Graef (contact: david@fhm.nl)

Foto’s: Justice For Johan

Reageer op artikel:
Op bezoek in de hel van Bangkok
Sluiten