De denderende internationale voetbaltrein staat stil bij het zomerstation, de tijd dat er met tientallen miljoenen wordt gesmeten is aangebroken. De hoogste bedragen worden altijd uitgegeven aan spitsen. De midvoors. De aanvallers. De nummer 9. Maar garanties voor doelpunten kun je niet kopen. Laat staan dat je succesvolle aanvalsduo’s kunt kopen. Die ontstaan. Soms omdat ze in hetzelfde land zijn geboren, soms per toeval. 

Nu het zomerstop is hebben wij de tijd genomen om de 17 meest legendarische aanvalsduo’s uit de voetbalhistorie te selecteren. Twee spitsen die aan een blik genoeg hebben om elkaar te begrijpen. Mannen die hele verdedigingen uiteen konden scheuren met hun dodelijke verstandhouding. Dit zijn de gevaarlijkste koningskoppels die ooit op de velden hebben geschitterd. Maar wie waren samen de beste?

Dwight Yorke & Andy Cole (Manchester United)
Yorke en Cole, dat waren twee giganten hoor. Een duo dat per toeval ontstond, want coach Ferguson had liever Patrick Kluivert gewild als partner van Yorke. Verder stonden spitsen Solskjaer en Sheringham ook hoger in de rangorde. Het duo bleek een chemie te hebben die daarna zelden nog vertoond werd. De Engelsman en de vrolijke noot uit Trinidad & Tobago bleken een schot in de roos, met als hoogtepunt ’98/’99, waarin ze de Champions League wonnen na die historische finale tegen Bayern München. In de 36 wedstrijden waarin het duo samen aan de start verscheen, verloor United slechts één wedstrijd en scoorde het 81 goals.

Dirk Kuijt & Salomon Kalou (Feyenoord)
De K2 was in de jaren 2004-2006 berucht en bevreesd in de Nederlandse Eredivisie. De balvaste en makkelijk scorende Kuijt met daaromheen de slalommende Salomon zorgden voor slapeloze nachten van mannen als Rob Penders, Ruud Knol en Ettiene Shew-Atjon. Kuijt vertrok voor een recordbedrag naar Liverpool, terwijl zijn geneutraliseerde maatje naar Chelsea ging.

Sergei Rebrov & Andrey Shevchenko (Dinamo Kiev)
Internationaal gevreesd koppel in de jaren ’90 bij Dinamo Kiev. Regen de landskampioenschappen in Oekraïne aaneen en scoorden tussen 1994 en 1999 liefst 153 doelpunten in 306 wedstrijden. Ook in de Champions League een vervaarlijk tweetal.

forlan aguero

Diego Forlán & Sergio Agüero (Atletico Madrid)
Atletico Madrid heeft al jaren patent op goede spitsen, denk maar aan Fernando Torres, Diego Costa en Radamel Falcao, maar in het tweede decennium van de 21e eeuw stak hun voorhoede het best in elkaar met de Zuid-Amerikaanse killercombi van Diego Forlán en Sergio Agüero. Met de gevestigde Uruguyaan en de talentvolle Argentijn won Atletico de Europa League en de Europese Supercup in 2010. Niet toevallig waren ze in hun carrière allebei goed voor 74 doelpunten voor Los Rojiblancos.

Luc Nilis & Ruud van Nistelooy (PSV)
Gaan we weer terug naar de Eredivisie, want waarschijnlijk was het beste duo dat de Nederlandse velden ooit heeft gezien is die tussen Nilis en van Nistelrooy. Complementair in alles. Van Nistelrooy als goalgetter pur sang, Nilis als op en top stilist. In 1999 was het duo goed voor 49 doelpunten. De een nog mooier dan de ander.

Nihat Kovacevic

Nihat Kaheveci & Darko Kovacevic (Real Sociedad)
Minder bekend, maar niet minder gevreesd. Het Real Sociedad van 2003. Een soort Leicester City maar dan zonder sprookjeseinde. Door puntverlies op de voorlaatste speeldag ging de titel alsnog naar Real Madrid. Het elftal had prachtige spelers als een jonge Xabi Alonso en de stijlvolle Karpin. Maar het had de uitmuntende prestaties ‘t meest te danken aan de Servisch-Turkse doelpuntenmachine Nihat en Kovacevic.

Ronaldo & Rivaldo (Brazilië)
Een dergelijke opsomming superspitsen zou niet geloofwaardig zijn zonder Braziliaans duo. We zouden voor Romario en Bebeto van 1994 kunnen gaan, maar we kiezen toch voor Rivaldo en Ronaldo. En van vooral vanwege de laatste. Een van de beste, zo niet de beste, nummer negen die ooit heeft geleefd. In 2002 vierden ze het hoogtepunt, toen RoRi de seleção naar de wereldtitel schoten. Eigenlijk was hier sprake van een supertrio, want ene Ronaldinho deed ook nog mee. Aardige R3.

Edin Dzeko & Grafite (VFL Wolfsburg)
Dat een koningskoppel weinig geld hoeft te kosten bewijzen Grafite en Dzeko wel bij VFL Wolfsbrug. Samen kostten ze 10 miljoen euro en werd het ’t meest scorende uit de geschiedenis van de Bundesliga. In 2009 schoten ze Wolfsburg voor het eerst in de historie naar de landstitel. Samen maakten ze dat jaar maar liefst 54 doelpunten, nog altijd een record.

Parma

Enrico Chiesa & Hernan Crespo (Parma)
We schakelen over naar de Serie A, waar Enrico Chiesa en Hernan Crespo bij Parma een fenomenaal duo vormde. Eigenlijk waren Di Vaio en Crespo doeltreffender, maar dit allitererende duo vinden wij mooier. Crespo was de Argentijnse sluipmoordenaar, terwijl de snelle, technische Chiesa om hem heen cirkelde. Sowieso was dat Parma van eind jaren’90 een schitterend elftal, met namen als Gianluigi Buffon, Lilian Thuram, Fabio Cannavaro en Juan Sebastián Veron in de gelederen.

Foto: Pinterest / Electronic Image

Iván Zamorano & Marcelo Salas (Chili)
Bij clubelftallen kun je duo’s kopen, maar bij een nationaal team moet je maar net geluk hebben dat je twee spitsen hebt die elkaar naadloos aanvoelen. Het Chili van de jaren ’90 had dat geluk met Iván Zamorano aka Iván el Terrible en Marcelo Salas aka El Matador. De mondiale voetbalwereld maakte kennis met SAZA op het WK’98. Zamorano speelde bij Inter en Salas nog bij River Plate, maar zou na het toernooi voor tientallen miljoenen worden getransfereerd naar het toen nog kapitaalkrachtige Lazio Roma. Nog altijd behoort het tweetal tot de beste voetballers uit de Chileense voetbalhistorie.

Dennis Bergkamp & Thierry Henry (Arsenal)
Het Arsenal van 2003/2004 staat bekend als The Invincibles. In het hele Premier League seizoen werd geen wedstrijd verloren. Niet in de laatste plaats dankzij het heerlijke tweetal in de spits. Bergkamp was de stilist die voetbal tot kunst verwierf, Henry de pijlsnelle afmaker. Van beide helden is er dan ook een standbeeld neergezet bij het Emirates Stadium.

Foto: Pinterest

Alessandro Del Piero & Filippo Inzaghi (Juventus & Italië)
Het contrast kan niet groter tussen de twee Italianen bij de Oude Dame. Inzaghi was zo a-technisch dat hij van zijn medespelers niet eens mee mocht doen aan positiespelletjes, terwijl Del Piero de Bergkamp van Italië was. Het beste seizoen van 97/98, toen ze de Serie A en de Coppa Italia wonnen en de Champions League finale verloren van Real, de finale die werd gespeeld in de Amsterdam Arena.

Marco van Basten & Ruud Gullit (AC Milan, Oranje)
Na grote prijzen te hebben gewonnen bij PSV en Ajax zijn zowel Gullit als van Basten toe aan een nieuwe uitdaging. Ze worden allebei gekocht door AC Milan. Nog altijd behorend tot de beste aankopen uit de geschiedenis van de Rossoneri. De Zwarte Tulp wordt in zijn eerste seizoen verkozen tot Europees- en Wereldvoetballer van het jaar, terwijl van Basten datzelfde bereikt in 1992. Jaren later wordt het duo door Corriere della Sport uitverkozen als het beste aanvalsduo uit de historie van de Serie A. Wij denken nog altijd met weemoed terug aan het gouden EK’88.

Foto: FourFourTwo

Niall Quinn & Kevin Phillips (Sunderland)
Topduo’s spelen niet altijd bij topclubs. Kijk maar naar Nial Quinn en Kevin Phillips bij Sunderland. In het millenniumjaar was het een prima keuze om supporter van The Black Cats te zijn, toen het als zevende finishte in de Premier League. Philips maakte er dat jaar 30, wat hem de Gouden Schoen opleverde. Nog altijd de enige Engelsman die dat ooit heeft gepresteerd.

Raul & Fernando Morientes (Real Madrid)
Een van de mooiste aanvalsduo’s uit de laatste twintig jaar is wat ons betreft die van Raul en Fernando Morientes. Alleen de namen al. De rolverdeling was duidelijk: Morientes was de pure nummer 9, terwijl Raul als tweede aanvaller fungeerde. Tussen 1997 en 2002 schonk het tweetal Real Madrid twee landstitels, drie Champions Leagues en scoorde het 224 doelpunten in vijf seizoenen.

Alfredo Di Stéfano & Ferenc Puskás (Real Madrid)
We duiken diep de geschiedenisboeken in, toen onze ouders nog luiers droegen en Real Madrid z’n hoogtijdagen vierde. Tussen 1955 en 1960 won de Koninklijke liefst vijf jaar achter elkaar de Europa Cup 1. Di Stéfano maakte ze allemaal mee en wist in elke finale het net te vinden. Puskás joinde hem in 58/59. Hoogtepunt was de met 7-3 gewonnen Europa Cup 1 finale tegen Eintracht Frankfurt. Op Hamden Park, met 135.000 toeschouwers op de tribune, scoorde Di Stéfano een hattrick, terwijl Puskás er vier maakte. Het was in die tijd alsof Ronaldo en Messi in hetzelfde team speelden.

James Vardy & Riyad Mahrez (Leicester City)
Het laatste koningskoppel dat op het netvlies van de voetballiefhebber is gegrift staat aan de basis van misschien wel het grootste voetbalsprookje dat we ooit hebben gezien. Het nietige Leicester City groeide van degradatiekandidaat uit tot reuzendoder. Gezamenlijk kostte ze nog geen twee miljoen euro, terwijl de landstitel Leicester zo’n 215 miljoen opleverde. Over rendement gesproken!

Tekst: Chris Riemens