Fragment uit het boek De Jacht op Che Guevarra (+ winactie)

Redactie 17 sep 2017 Entertainment

Hij is een van de beroemdste vrijheidsstrijders die ooit over onze aardbol heeft gewandeld. We hebben het natuurlijk over Che Guevarra. De Argentijn wilde in 1967 een opstand ontketenen in Bolivia, maar de regering in Bolivia hoort ervan en vraagt hulp aan de Verenigde Staten.

De jacht op Che kan beginnen. Naderhand wordt het een van de eerste succesvolle missies van de U.S. Special Forces in de geschiedenis. Che Guevarra wordt opgespeurd en vakkundig om het leven gebracht.

Een verhaal dat eigenlijk nog nooit echt goed is verteld. In De jacht op Che Guevarra vertellen schrijvers Mitch Weiss en Kevin Maurer aan de hand van regeringsrapporten, documenten, ooggetuigenverslagen en gespreken met de hoofdrolspelers tot in detail hoe de beruchte revolutionair werd uitgeschakeld. Het boek ligt sinds deze week in de winkel. Wij delen een fragment uit het boek en mogen drie exemplaren weggeven.

De jacht op Che Guevara

PROLOOG

3 november 1966

De passagiers hadden hun veiligheidsriemen vastgegespt, haalden diep adem, sloegen kruisjes en zetten zich schrap voor de landing.

Vliegen naar La Paz was bijna altijd spannend, en de meeste passagiers in de volle dc-6 waren te druk met bidden om aandacht te besteden aan de spectaculaire aanblik die de Andes bood. De piloten richtten het toestel op de landingsbaan van El Alto International Airport, op een hoogte van ruim vierduizend meter het hoogste vliegveld ter wereld. Ze wisten wat ze konden verwachten, maar door de windvlagen vanaf de bergtoppen zwiepte het toestel heen en weer en in de cabine klonken kreten en geschreeuw. Ze waren vanuit São Paulo in Brazilië, drieduizend kilometer zuidelijker, naar de Boliviaanse hoofdstad gekomen, en hadden drie uur lang zitten stuiteren. De atmosfeer in de cabine was klam van angst.

Eén man leek de sfeer van een dreigende dood niet op te merken. Hij zat aan het gangpad voor in de cabine, zijn witte overhemd en stropdas met windsorknoop gestreken. Adolfo Mena González bewaarde de comfortabele kalmte van een man die zijn plannen zorgvuldig heeft gemaakt, een man die gewend is te worden gehoorzaamd. Hij was mollig, gladgeschoren, hij had een hoornen bril en langs de wijkende haargrens verschenen de eerste grijze haren. In zijn zak zat een Uruguayaans paspoort.

Zijn gedachten waren bij zijn missie.

Hij vertrouwde erop dat niemand in Bolivia hem zou herkennen. Hij was er dertien jaar geleden voor het laatst geweest, en hij leek in geen enkel opzicht meer op de ongewassen jonge student medicijnen die er met een vriend op hun transcontinentale motortocht doorheen was gekomen. Toen waren ze sjofele knapen, zorgeloze avonturiers. Maar die tocht had González’ ogen geopend voor de bedenkelijke kanten van Zuid-Amerika, waar in het ene land na het andere een paar rijke mensen de hulpbronnen bezaten en de rest worstelde met een leven in afschuwelijke armoede. Aan het eind van de tocht besloot de idealistische jonge arts een andere loopbaan te kiezen. Hij gaf de medicijnen op voor de strijd voor sociale rechtvaardigheid.

Hij kwam nu terug naar Bolivia voor de grootste uitdaging van zijn leven. Na twee jaar nauwkeurig plannen was alles geregeld: de auto’s waarin hij zou rijden, de routes die hij zou volgen, de afgelegen boerderij waar hij zou gaan wonen. Hij wist niet hoe lang hij in Bolivia zou blijven. Een paar maanden? Een jaar? Dat lag voor een groot deel aan de mensen daar. Het enige wat hij nu moest doen was deze landing overleven en door de douane komen.

De wielen van het toestel stuiterden op de landingsbaan, de motoren krijsten. González voelde de adrenaline door zijn lichaam gieren. Hij schoof zijn bril hoger op zijn neus en knikte naar zijn kameraad Antonio Garrido, die wit weggetrokken in de stoel naast hem zat.

Toen de deur openging, sprongen de mannen het vliegtuig uit de schitterende middagzon in. Met diepe teugen ademden ze de ijle lucht in en liepen snel over het asfalt naar de terminal. Er kwam een slanke, sexy vrouw met lang zwart haar naar hen toe, haar zwarte baret zo zwierig dat die haar voorhoofd bedekte.

Hoofden draaiden zich naar haar om. Haar hoge jukbeenderen en wipneus markeerden haar Europese afkomst, en haar kleding zei dat ze een intellectuele bohemienne was, een dichteres of een beeldhouwster. Ze richtte haar bruine ogen op González, omhelsde hem als een oude vriend en liet een opgevouwen vel papier in zijn paspoort glijden.

Het trio zette vervolgens koers naar de paspoortcontrole, en terwijl de vrouw Garrido begroette, pakte González zijn paspoort en opende het nieuwe document. Het was van onschatbare waarde, en precies waar hij op had gehoopt.

 

Het Hoofd Voorlichting van de President van de Republiek heeft het genoegen te introduceren: 

Adolfo Mena González

Speciaal gezant van de Organisatie van Amerikaanse Staten, die onderzoek doet naar en gegevens verzamelt over de meest voorkomende sociale en economische betrekkingen op het Boliviaanse platteland.

Ondergetekende, die deze geloofsbrieven heeft overlegd, vraagt de nationale autoriteiten en privépersonen en instituties señor Adolfo Mena González alle mogelijke medewerking te verlenen teneinde zijn onderzoekswerk te faciliteren.

Was getekend:

Gonzalo López

Hoofd Voorlichting

President van de Republiek Bolivia

La Paz,

3 november 1966

 

Met dit document konden González en zijn vriend vrijelijk in Bolivia rondreizen. Het was zijn ‘Verlaat de gevangenis’-kaart: een zeldzaam rijk bezit voor een reiziger. De vrouw had goede relaties met rijke en machtige personen in Bolivia. Lastige zaken bestonden er niet voor haar.

González liep op zijn gemak naar de douanebalie en gaf zijn paspoort en de brief aan de beambte. De man in kaki uniform bestudeerde de documenten en onderwierp de pasfoto van González aan een grondig onderzoek. Hij bekeek González om te zien of de gezichten overeenkwamen, zette toen een stempel in het paspoort en gebaarde dat hij door mocht lopen.

González zuchtte en wachtte tot ook Garrido door de douane was. Het tweetal had de plattegrond van de luchthaven maanden eerder in hun geheugen opgeslagen en haastte zich nu de terminal uit naar het trottoir waar de vrouw in haar jeep op hen wachtte. Zwijgend reden ze de vijftien kilometer langs stalletjes waar fruit, groenten en kleren werden verkocht. La Paz is gebouwd in een canyon waar de huizen en flatgebouwen tegen steile hellingen omhoogklommen. Lage wit gestucte winkeltjes en cafés stonden aan smalle, volle straten. In de verte zag González door de mist van uitlaatdampen de majestueuze besneeuwde toppen van de Illimani, de hoogste bergketen van de Andes. Ze reden noordwaarts het stadscentrum in met zijn modieuze Pradowijk, op weg naar hotel Copacabana.

Daar begroetten meer vrienden hen. González checkte in en zijn vrienden volgden hem naar de suite op de tweede verdieping. Urenlang bespraken ze daar hun plannen terwijl ze hem complimenteerden met zijn uiterlijk, tot de vermoeide González zich verontschuldigde en zich terugtrok in zijn privévertrek.

Hij bevond zich in een mooi hotel, hartje Bolivia, maar was niet van plan er te blijven. De volgende morgen zou hij vroeg naar de ranch vertrekken, een reis van twee dagen langs de rand van de bergachtige jungle op meest onverharde wegen.

De geluiden in de kamer ernaast stierven weg, maar hij was te moe om te kunnen slapen. Hij dacht eraan meteen te vertrekken. Een minuut of wat ijsbeerde hij door zijn kamer om tot rust te komen en trok toen de dikke witte gordijnen naar het balkon open. De Illimani vulden het beeld en liepen weg naar de horizon, bergrug na bergrug –met sneeuw bedekte pracht. González stak een sigaar op, liet zijn blik op het nevelige beeld rusten en pakte zijn vertrouwde Minolta uit zijn tas. Hij had de camera altijd bij zich en maakte kiekjes als een enthousiaste toerist. Hij keek om zich heen in de luxueuze kamer, sloeg de details op in zijn geheugen. Hij was gewend aan de beste hotels en toprestaurants. Dit zou waarschijnlijk de laatste luxe zijn, hield hij zichzelf voor.

Het was het waard. Deze missie was van essentieel belang voor zijn grotere plan. Hij wilde in Zuid-Amerika ‘twee, drie of veel Vietnams’ beginnen, en uiteindelijk de kapitalistische krijgsheren van de Verenigde Staten op de knieën dwingen.

González ging bij het raam in een stoel zitten. Op de garderobekast recht tegenover hem hing een manshoge spiegel. Hij keek naar zijn spiegelbeeld, verbaasd over deze transformatie tot middenklasse zakenman. Misschien wilde hij het begin van zijn grote reis vastleggen. Om een of andere reden zette hij de camera op zijn schoot, trok een lelijk gezicht tegen de spiegel en maakte een zelfportret.

Hij trok zijn nette pak uit en veranderde in zichzelf. In Bolivia, zo wist hij, was de tijd rijp voor de revolutie.

De Jacht op Che Guevarra is vanaf nu verkrijgbaar in de winkels voor €15,-

Winnen?
Wil jij De Jacht op Che Guevarra lezen? Wij geven drie exemplaren weg! Vertel ons in de comments het goede antwoord op de volgende meerkeuzevraag en optioneel nog waarom jij dit boek graag wil hebben, wie weet ben jij straks weer een paar uurtjes onder de pannen.

Met welke wereldleider was Che Guevarra goed bevriend?
A) Jan Peter Balkenende
B) Fidel Castro
C) John F. Kennedy

Reageer op artikel:
Fragment uit het boek De Jacht op Che Guevarra (+ winactie)
Sluiten