Actieheld Jason Statham is al 47 jaar, maar zo fit als nu is hij nog nooit geweest. En dat is maar goed ook, want halverwege dit jaar komt zijn nieuw film Mechanic: Resurrection uit. Onze collega’s van Men’s Health vroegen hem naar zijn fitnessroutine en het geheim achter zijn beestachtige fysiek.

Je hebt keihard getraind voor je nieuwe film. Had de regisseur verwachtingen over je fitheid?
Niet perse, maar hoe meer ik train, hoe minder risico ik loop op blessures. Gespierd of sterk zijn was daar in het kader van deze film ondergeschikt aan, dus ik heb niet zozeer de zwaarste gewichten gepakt, maar meer gedoseerd getraind.

Dus je hebt anders getraind dan je gewend bent.
Het competitieve is in elk geval een stuk minder. Ik trainde ooit met Logan Hood en dat was echt een beest. Ik wilde het perse van hem winnen, wat nogal eens ten koste ging van mijn vorm. Toen Logan marinier werd, heb ik het verder zelf uit moeten vogelen. Dat was goed, want vanaf het moment dat ik alleen trainde, ben ik ook een stuk slimmer gaan trainen. Ik deed ook veel mobiliteitstraining om uit te vinden wat er voor mijn lichaam het beste werkt. Ik ben nu 47 en dat werpt nog steeds zijn vruchten af; ik voel me topfit.

Dat maakt je toch wel tot de monteur van je eigen lichaam.
Absoluut! Ik heb mijn eigen sportschool in mijn garage. Daar doe ik afwisselend flexibiliteitstraining, vechtsporten zoals martial arts en boksen, krachttraining en natuurlijk ook conditietraining. Welke training ik doe, hangt niet alleen af van mijn routine, maar ook van hoe ik me voel. Naar je lichaam luisteren is belangrijk – ik deed dat vroeger te weinig en dat gaat ten koste van je progressie. Je gaat dan met vier koppen espresso in de sportschool staan, maar je kunt je niet voor 100% geven.

Welke training is typerend voor jou?
Een afwisselende training. Dat voorkomt dat je in een sleur raakt en je gaat vervelen. Bovendien zorgt afwisseling voor vooruitgang. Het menselijk lichaam is erg slim en het is niet de bedoeling dat die went aan de manier waarop je traint. Ik doe dan ook nooit tweemaal dezelfde oefening. Wel houd ik me bezig met Olympisch liften, omdat ik het idee heb dat de techniek die je daarvoor nodig hebt essentieel is voor al je andere oefeningen. Ik doe veel cleans, deadlifts en overhead squats. Die laatste is één van de beste oefeningen ooit.

Daar moet je ongetwijfeld erg flexibel voor zijn.
Het vergt een bepaalde vorm en techniek, maar het is een geweldige oefening. Ook een gevaarlijke trouwens; is je vorm niet goed, dan raak je onherroepelijk geblesseerd. Datzelfde geldt trouwens ook voor veel lifts voor je benen. Ik heb wel eens een blessure van vier maanden gehad vanwege een verkeerd uitgevoerde front squat 1-rep max. Vorm en techniek zijn essentieel.

Loopt er een rode draad door je trainingen?
Eén rode draad is dat ik altijd mijn benen train. En dat doe ik net zolang tot ze niet goed meer voelen. Oftewel: tot ik zeker weet dat ze flink aangepakt zijn. Ik doe ook bij elke training Olympische lifts. Vooral heavy cleans zijn zwáár. Als je die snel en zwaar doet, kun je echt de grenzen van je uithoudingsvermogen opzoeken.

Is dat niet ook een vorm van cardio?
Absoluut. Rennen op een loopband is veel saaier dan dit. Mijn cardio ís mijn krachttraining. Dat is veel interessanter en uitdagender dan op een crosstrainer staan. Als ik mensen daarop zie staan, dan denk ik: je hebt zojuist een uur van je leven verspild.

Je bent nu 47 jaar. Hoe lang ga je dit nog volhouden?
Vorig jaar, op 21 augustus, ben ik weer begonnen met trainen. Tot op de dag van vandaag train ik dagelijks en dat gaat prima. Ik denk dat ik dit best nog een jaar of 20 á 30 vol kan houden. Ik voel me goed!

Bron: Men’s Health
Fotografie: Daniel Smith