Voorpublicatie: Mark Owen – Geen Held

Redactie 9 nov 2014 Entertainment

Op 24 november verschijnt het boek Geen Held van Mark Owen. Dat is dezelfde schrijver van Geen makkelijke dag, het verhaal dat gaat over de door hem geleide missie waarin Osama Bin Laden werd gekilld. Mark Owen is degene die dertien jaar lang leiding gaf aan Seal Team Six, het elitekorps van de Navy SEALs. Je hoeft niet over een hoogbegaafde hersenpan te beschikken om te bedenken dat hij ziek veel spannende shit heeft meegemaakt. In Geen Held vertelt de chef van Seal Team Six openhartig over allerlei missies die hij heeft meegemaakt. Zowel de succesvolle, als de mislukkingen. Een voorpublicatie.

De Val

‘Alpha is compleet,’ zei mijn teamleider. Ik ging terug naar mijn plaatsje in een ondiepe greppel. De radio kwam weer tot leven en ik hoorde druk gepraat nu de groepscommandant en de groepsleider met onze joint terminal attack controller (jtac) toestemming regelden voor een luchtaanval. Boven ons cirkelden twee a-10-gevechtsvliegtuigen. Ik hoorde het zwakke gebrom van hun motoren terwijl ze positie kozen om de compound te bombarderen. De jtac loodste hen ernaar toe en gaf de piloten de precieze locatie en kenmerken van de compound om ervoor te zorgen dat de bommen inderdaad het beoogde doelwit zouden treffen. We hadden geen andere keus dan de bommen daar op te blazen. Het was te gevaarlijk om ze te ontmantelen. Het huis was verlaten en er zou geen collateral damage zijn. De andere huizen waren te ver weg, wat betekende dat vrouwen of kinderen of andere onschuldigen in het gebied veilig waren.

‘Bommen los, tien seconden,’ hoorde ik onze jtac via de radio zeggen. We gaven de waarschuwing aan elkaar door. Ik ging zo laag mogelijk in de greppel liggen en dacht nog niet na over hoe dicht we daarnet bij de dood waren geweest. Het enige waar ik aan dacht was dat ik echt hoopte dat de Rangerkolonel zijn lesje had geleerd. ‘Vijf seconden.’ We lagen allemaal plat op onze buik en maakten ons zo klein mogelijk omdat we nog steeds betrekkelijk dicht bij het doelwit waren. Het onmiskenbare gegier van de a-10-motoren werd luider. Zelfs met mijn helm op en mijn gezicht zo diep mogelijk in de greppel begraven, zag ik de inktzwarte nachthemel oplichten toen de compound in een enorme vuurbal explodeerde. Een paar seconden later echode de explosie van de twee lasergeleide vijfhonderdponders terug door de vallei. Achter me zetten de a-10’s een bocht in en klommen omhoog terwijl de dreun van de explosie wegebde.

Ik wilde net uit mijn dekking overeind komen toen er nog een vuurbal als een paddenstoel opsteeg uit wat er nog over was van de compound. De bom die ons had moeten doden was ontploft, waardoor er een regen van puin vanuit het midden van de compound in een boog neerdaalde. Brokken modder en steen landden met een plof in het zand om ons heen. Ik gleed terug in de greppel en probeerde mijn hoofd laag te houden. Ik voelde iets in mijn dij steken en verplaatste mijn gewicht. Eerst dacht ik dat ik op een doornstruik of een stekel was gerold, maar er prikte nog steeds iets in mijn been. Ik kwam langzaam overeind uit mijn positie en keek in de greppel of ik een doornstruik zag, maar er was alleen zand. Ik wreef over de plek waar ik was gestoken en voelde het weer. Ik schoof mijn gehandschoende hand in mijn zak en trok er een granaatscherf uit. Hij was niet groter dan een stuiver. Hij had de vorm van een dolk en een rafelige rand die in mijn been stak. Het metaal was zo heet dat het schuim van de oordopjes die ik altijd in mijn linkerzak had zitten, ervan was gesmolten. Nadat de scherf was afgekoeld, rolde ik hem tussen mijn vingers. Ik had geen idee hoe hij in mijn zak was gekomen, maar ik had verdomd veel bof gehad dat hij niet groter was of meer snelheid had gehad toen hij me trof.

‘Dat was dikke shit,’ hoorde ik een teamgenoot zeggen toen we terugliepen naar de landingszone. ‘Ik zou er dolgraag bij zijn als de groepscommandant “zei ik het niet” tegen de kolonel zegt.’ Ik dacht er net zo over. We waren allemaal kwaad. De Rangerkolonel had op ons oordeel moeten vertrouwen. We hadden de operatie een dag moeten uitstellen en meer inlichtingen moeten inwinnen. We wisten dat de telefoon in het doelwit aan stond en niet van zijn plaats kwam. Vanwaar de haast om de compound aan te vallen? We noemen dit ‘tactisch geduld’ en de Rangerkolonel had daar duidelijk gebrek aan. De helikoptervlucht terug duurde lang. Ik zag dat de teamgenoten die naast mij zaten kookten van woede. Er was te veel lawaai om te praten, maar onze lichaamstaal verried onze woede. Iedereen had van meet af aan twijfels bij deze missie. We hadden onze zorgen geuit, maar die waren aan dovemansoren besteed geweest. De officier die de aanval had bevolen, had er waarschijnlijk een paar honderd kilometer verderop vanachter zijn bureau naar gekeken terwijl wij ons leven in de waagschaal stelden. Ik heb bij de seals keer op keer geleerd dat vertrouwen het fundament van een relatie is. Onze commandanten moesten het vertrouwen hebben dat we onze missie uitvoerden, maar aan de andere kant moesten ze ons ook vertrouwen als we zeiden dat er iets niet goed was. Het moet van twee kanten komen, anders werkt het niet. Toen ik de helikopter uit liep, wist ik dat ik nooit meer een bevel van deze Rangerkolonel zou vertrouwen.

Na de missie namen we ruim de tijd om de zorgen door te nemen die we eraan voorafgaand hadden geuit. De Rangerkolonel was daar natuurlijk niet bij. Hij was terug naar zijn hoofdkwartier in Bagram. Een van de moeilijkste lessen die ik als beginnende seal moest leren, was dat je nooit te emotioneel mocht worden, zelfs niet als je gelijk had. Ik weet nog dat ik mezelf tijdens de aar bij die missie een paar keer bewust tot kalmte moest manen terwijl we elk aspect van de planning en acties voor het operatiedoel doornamen. Ik liet tijdens dat gesprek de granaatscherf tussen mijn vingers rollen. Hij herinnerde me aan meer dan mijn geluk alleen. Hij herinnerde me eraan dat we voor hetzelfde geld dood waren geweest omdat een onervaren landmachtkolonel weigerde te luisteren naar zijn experts op het gebied van de zaak in kwestie. ‘En wat gaan we hier godverdomme aan doen?’ flapte een van mijn teamgenoten er tijdens de aar uit. ‘Heus, hij had ons kunnen doden,’ zei een ander. Ten slotte sprak onze groepsleider. ‘Oké, jongens, ik weet dat we nu allemaal behoorlijk opgefokt zijn,’ zei hij. ‘We zijn allemaal heel emotioneel, en dat moet ook. Maar we gaan eerst de lessen verzamelen die iedereen heeft geleerd en daar een dag of twee op broeden.’

De groepsleider had gelijk; er was geen enkele reden om naar de Rangerkolonel terug te rennen, vloekend en tierend dat hij ons bijna had gedood. Te hevige emoties doen alleen maar afbreuk aan een boodschap die veel beter overkomt nadat we zijn afgekoeld. Hij zou er waarschijnlijk niet ontvankelijk voor zijn geweest als we naar hem waren teruggegaan om op onprofessionele wijze ons beklag te doen. Een paar dagen later had onze groepscommandant het genoegen om de Rangerkolonel te bellen en zo precies en zo beleefd en zo ijzig als hij kon uit te leggen waarom zijn besluit om het doelwit aan te vallen verkeerd was. De groepscommandant wist zijn punt duidelijk te maken door te wachten en de emotie eruit te halen. Al was er verder niets bereikt, het liet de kolonel tenminste zien dat hij bij ons altijd op een accurate beoordeling van het doelwit kon rekenen. Dit gesprek was een kans voor onze groepsleiding om vertrouwen op te bouwen bij de kolonel. We waren natuurlijk nog steeds allemaal opgefokt en boos, maar onze leiding had vaker met dit bijltje gehakt.

Ik weet nog dat ik onder de indruk was van de beheersing die mijn groepsleider en groepscommandant aan de dag legden. Ze wisten al dat niemand gebaat was bij een emotionele uitbarsting. Hun kalme gedrag, eerlijke feedback en heldere communicatie waren juist essentieel voor het opbouwen van vertrouwen. Het maakt indruk op me dat ze de kolonel net zo behandelden als de jongste seals in de groep.

Het kostte me moeite om die vaardigheid in de loop van mijn carrière onder de knie te krijgen, op z’n minst het beheersen van mijn emoties. Vertrouwen is een van die lastige dingen die je niet kunt kopen op rang of titel. Je moet het met vallen en opstaan verdienen, door gemeenschappelijke ervaring, en door constante communicatie. De Rangerkolonel had bij de missie mijn vertrouwen verloren en zou dat beslist moeten terugwinnen. Dankzij de reactie en de feedback van onze leiding zou hij onze groep de volgende keer dat we een probleem met een operatie hadden hopelijk wel vertrouwen. Het vertrouwen dat ik in Scott en mijn andere teamgenoten had, werd natuurlijk alleen maar groter.

FHM mag 3 exemplaren van Geen Held weggeven. Winnen? Like dit artikel en beantwoord de volgende vraag in de comments:

Afgelopen week werd de identiteit bekend van degene die Osama Bin Laden heeft gedood. Wat is zijn naam?

Reageer op artikel:
Voorpublicatie: Mark Owen – Geen Held
Sluiten