Op 24 februari verschijnt Ik Ben De Nacht, het nieuwe boek van Ethan Cross. Het boek verteld het verhaal over de seriemoordenaar Francis Ackerman jr. Hij is niet zomaar een seriemoordenaar, eentje die alleen wilt moorden. Francis geeft al zijn slachtoffers een eerlijke kans. Hij speelt een spel met ze. Win je het spel, dan wordt je in leven gelaten, alleen heeft Francis nog nooit verloren. Ethan Cross is een internationaal bestselling en award winnende auteur van The Shepherd, The Cage, Callsign: Knight en The Prophet. Doe de deuren op slot en sluit je ramen, want wanneer je een kijkje neemt in de zieke geest van deze seriemoordenaar wordt je meegenomen in een rollercoaster van twistende verhaallijnen die je op het puntje van je stoel laten zitten.

De kudde

Jim Morgan keek hoe het zwaailicht van zijn patrouillewagen grillig werd weerspiegeld in de ruiten aan de voorzijde van het afgelegen tankstation. Hij probeerde naar binnen te kijken en door de vreemde, dreigende schaduwen heen te turen. Hoewel de meldkamer had doorgegeven dat het ging om een gewone roofoverval, bekroop hem om de een of andere reden een verlammend gevoel van beklemming. Hij kon die indruk niet verklaren: het kon het instinct van een politieman zijn, intuïtie of een voorgevoel, maar íets klopte er niet. Hij haalde diep adem en blies de lucht bewust en langzaam uit. Toen hij uit zijn auto stapte, onderdrukte hij uit alle macht het gevoel dat hem iets onheilspellends te wachten stond.

Hij zag dat er geen maan was. Achter de lampen van de politieauto en de verlichting van het tankstation leek de duisternis dicht en ondoordringbaar. Hij had het gevoel dat hij zich op de rand van de wereld bevond en dat er niets anders in het universum was. Toen hij zijn blik weer op het tankstation richtte, stak zijn angst opnieuw de kop op. Hij kon de bron van zijn vrees niet precies duiden, en dat maakte het alleen maar erger. De grootste angst van Jim was de angst voor het onbekende. Overmand door zenuwen overwoog hij zijn vrouw Emily en hun dochter te bellen. Hij keek op zijn horloge, maar zag er vanaf. Hij wilde hen niet wakker maken. Tom Delaine, zijn collega, zei: ‘Gaat het wel? Je ziet eruit alsof iemand in je cornflakes heeft gepist.’ ‘Het gaat prima. Schiet nou maar op. Het is al laat en ik wil zo gauw mogelijk naar huis.’ Toms keek nog steeds bezorgd, maar hij knikte en liep naar de voordeur van het tankstation. Geen van beiden had z’n wapen getrokken, want de meldkamer had laten weten dat de dader de locatie al had verlaten. Toch moest er een fatsoenlijk rapport worden opgemaakt en de medewerker van het tankstation vond kennelijk dat er meteen iemand moest komen.

Toen ze het pand in liepen, rook Jim een vleugje van een bekende geur, maar hij kon die niet zo gauw thuisbrengen. Hij verbeet zich en concentreerde zich op de taak die voor hem lag.Eenmaal binnen keek hij om zich heen. De toonbank stond tegen de achtermuur, evenwijdig aan de deur. Een man met donker haar en enge, grijze ogen zat erachter. Het pikzwarte Tshirt van de medewerker spande zich over zijn borst, de stevige spieren eronder waren goed zichtbaar. De man zei geen woord en hij staarde uitdrukkingsloos naar de twee politiemannen. Toen hun blikken elkaar kruisten gleed Jims hand automatisch dichter naar het pistool in de holster op zijn heup. ‘Mooie avond, hè?’ zei de pompbediende. ‘De duisternis vanavond is… benauwend. Drukkend.’  Hij begreep het verband tussen een benauwende duisternis en een mooie avond niet, en hij vertrouwde de man niet die die twee begrippen in één zin kon verenigen. De draagwijdte van die mededeling was zijn collega kennelijk ontgaan.

Tom trok slechts zijn wenkbrauwen omhoog en antwoordde met een langgerekt ‘Oké.’ Na een stilte zei hij: ‘Bent u degene die de roofoverval heeft gemeld?’ ‘Nee,’ zei de man, ‘ik heb een moord gemeld.’ Toen hij dat hoorde stokte Jims adem in zijn keel. Hij liet zijn hand op zijn pistool rusten, maar trok de halfautomatische 9mm Glock niet uit z’n holster. ‘Wie is er vermoord?’ vroeg Tom. De medewerker gaf geen antwoord en hoewel Jim het niet zeker wist, meende hij te zien dat de man een grijns onderdrukte. In plaats van antwoord te geven, boog de employee zich naar voren en wendde zijn blik naar een van de winkelpaden van het tankstation. Jim volgde de blik van de man en zag een gruwelijk beeld dat hem volkomen uit het lood sloeg. De dode man aan het eind van het gangpad was geheel ontkleed. Overal lag bloed. Over de lengte van zijn lichaam liepen talloze sneeën, maar de heftigste steken zaten vooral rond het hart, de longen en de geslachtsorganen. Zijn ogen waren uitgestoken. Zonder aarzeling trokken beide troopers hun wapen en richtten het op de vreemde man achter de toonbank. Tom deed een stap naar voren en zei: ‘Handen omhoog!’ De verdachte deed geen enkele moeite om zijn handen onder de toonbank vandaan te halen en ze omhoog te steken. Zijn enige reactie was een kwaadaardige grijns, die langzaam over zijn gezicht gleed. Het was een glimlach zonder vreugde of warmte. Kil.

Jim voelde zich alsof hij een vlieg was die gevangen zat in een spinnenweb. Tom deed nog een stap naar voren en herhaalde zijn woorden, weer zonder resultaat. Hij stond nu minder dan een meter van de toonbank. Jim had nou juist een stap achteruit gedaan en wilde Tom toeschreeuwen dat hij niet te dichtbij moest komen. Hij liet dat idee varen toen de man achter de toonbank met een kalme, maar toch autoritaire stem zei: ‘En, bevalt het jullie? Het is mijn versie van een moord door Andrei Chikatilo, de Rostov Ripper van Rusland. Jullie kennen hem waarschijnlijk niet. Toen jullie les kregen over Lincoln en Washington, leerde ik over Jack the Ripper, Albert Fish, Ed Gein, de Zodiac. Dat waren een paar van mijn voorgangers.’ De ogen van de killer schoten tussen hen heen en weer. ‘Jongens, jullie herkennen me niet, hè?’ Tom begon nog woester te schreeuwen. ‘Het kan me niet schelen wie je bent… leg je handen op je hoofd. Nu!’

De killer wierp Tom een ongeïnteresseerde blik toe en zei: ‘Je zou wel iets meer respect voor me kunnen tonen. Ik ben tenslotte een beetje een beroemdheid. Ackerman is de naam.’ Jim voelde zijn adem nogmaals stokken. Toen hij de man voor het eerst zag, had hij iets vaag bekends opgemerkt. Nu viel het kwartje. Hij had het gezicht van de man op televisie gezien, in een twee uur durende special van een actualiteitenprogramma. Hij probeerde zich de naam van het programma te herinneren. Het was iets als Hoe gek kun je zijn, maar de precieze titel schoot hem niet te binnen. Hij herinnerde zich echter nog wel de beschrijving van de man en zijn afgrijselijke misdaden. Het programma beschreef een monster dat eigenlijk alleen zou mogen bestaan in de filmwereld van Hollywood. Maar helaas, hij was echt, een persoon van vlees en bloed. Tom herhaalde zijn bevel, maar deze keer zei hij het zachtjes, alsof hij de krankzinnige smeekte zich over te geven en de confrontatie zonder geweld te beëindigen. ‘Handen omhoog. Ik tel tot drie en dan…’ ‘Ik zou niets overhaasts doen, agent. Als je niet oppast, zou mijn knappe, kleine gijzelaar haar mooie hoofdje wel eens kunnen verliezen.’ ‘Welke gijzelaar?’ Ackerman keek van Tom naar Jim. ‘Dat meisje dat hier onder de toonbank zit, met het afgezaagde jachtgeweer tegen haar rechterslaap. Het zal een hoop rotzooi geven, dat kan ik je wel verzekeren. Ik heb het eerder gezien. Het is geen fijn gezicht. En ik weet heus wel wat jullie denken. Jullie denken dat ik bluf.’ Hij richtte zich weer tot Tom. ‘En zelfs als ik de waarheid spreek, denk je waarschijnlijk dat je me een kogel tussen de ogen kunt schieten voordat ik iets kan doen. Maar dan vergis je je. Mijn vinger ligt al om de trekker en zodra jouw kogel doel treft, spannen mijn spieren zich en knalt haar hoofd dwars door de toonbank naar buiten. Dus heren, het lijkt dat we hier te maken hebben met een Mexican stand-off, een conflict dat niemand kan winnen.’

FHM mag 5 exemplaren van Ik Ben De Nacht weggeven. Winnen? Like dit artikel en beantwoord de volgende vraag in de comments:

Welke seriemoordenaar speelde in The Silence of the Lambs?