Het is een van de belangrijkste vragen in het leven. Waar the fuck dient dat krijtje voor tijdens een partijtje snooker? We hebben er nog altijd geen antwoord op, maar daar gaat vandaag verandering in komen. FHM gaat undercover in de wereld van ballen, gaten en stokken.

We kennen het eigenlijk alleen als de grote broer van het poolen. Of als we langs Eurosport zappen. Eerlijk is eerlijk, tot nog toe wist de sport ons net zoveel te boeien als het nieuws dat iemand met tatoeages een talentenshow heeft gewonnen of Patty Brard een nieuwe Klysmakuur blijkt te volgen. Laat staan dat we ons erin hebben verdiept. Toch weet Eurosport jaarlijks mil-jar-den kijkers aan de buis te kluisteren voor de op ’t oog zo saaie sport. Omdat mannen over alle sporten moeten kunnen meepraten, dus ook snooker, gaan wij je de fijne kneepjes van het vak vertellen.

‘Honderdduizenden euro’s’
Het is een grijs buiten. Druppels dalen uit de hemel neer op plassen die er al liggen. We zijn in het altijd exotische Londen. Bakermat van de snookersport. We lopen de trap op bij de Whetstone Snooker Club. Binnen ruikt het naar gitzwart bier en stoffige biljartlakens. Voor ons staat Joe Johnson. Een regelrechte snookerlegend en FHM’s masterclassmaestro van vandaag. Hij won in 1986 het wereldkampioenschap. ‘Vroeger zat er geen geld in de sport. Als je een toernooi op je naam schreef was het enige wat je won een klok. Tegenwoordig verdienen de winnaars van de grote toernooien honderdduizenden euro’s.’

Zo werkt ‘t!
Waar poolen een simpel caféspelletje is, daar is snooker van een complexer kaliber. Een uur later snappen we er nog de, ha, ballen van. Gelukkig legt de ex-wereldkampioen ons het spelletje uit. In een notendop: de basis ingrediënten zijn een tafel met zes nauwe gaten, een cue, een witte bal en vijftien rode ballen die elk één punt vertegenwoordigen. Verder heb je een aantal gekleurde ballen met verschillende puntenwaardes. Rood is toch ook een kleur? Niet voor de doorgewinterde snookersheriff. De overige kleuren zijn een gele (2 punten), groene (3 punten), bruine (4 punten), blauwe (5 punten) roze (6 punten) en de zwarte bal (7 punten). Met snooker moet je met de witte bal alle rode ballen potten waarna de kleuren weggespeeld kunnen worden. Na elke rode bal moet je een kleur in het gaatje knallen. Die gekleurde ballen worden teruggelegd op het veld, totdat de rode ballen op zijn. Het beste is dus om na elke rode bal een zwarte bal erin te potten, want dat levert de meeste punten op. Is het potten van een gekleurde bal een mission impossible? Dan zorg je dat de witte bal zo gaar mogelijk komt te liggen voor je tegenstander. Snap je het een beetje? Hier, Ronnie O’ Sullivan – de Messi van het snooker – laat in wereldrecordtempo even zien hoe het moet.

Topsport
Tijd voor een internationaal potje twee tegen twee. Met een vriendelijke Fin nemen we het op tegen een psychopathisch uitziende Amerikaan en een, het zal eens niet, Duitser. Eerst maar eens een cue (spreek uit: keu) scoren. ‘Alles draait om de feeling met je cue. Net zoals je een klik moet hebben met je club bij het golfen. Als het gevoel goed is, dan blijf je bij die cue. In mijn 50-jarige loopbaan heb ik maar twee cues gehad’, vertelt de aimabele Britse ex-wereldkampioen. We mogen stoten. ‘Nee nee nee, zo sta je helemaal verkeerd. Je gaat met je goede been in de lijn staan met de bal die je gaat stoten. Je legt de cue tussen je wijsvinger en je duim, mikt, en stoot’. Het klinkende geluid van op elkaar botsende snookerballen galmt door de zaal. ‘Not a bad effort’, becommentarieert Joe. ‘Snooker draait om geheugen. Hoe heb je de bal geraakt? Welk effect gaf dat? Dit moet je onthouden en allemaal gebruiken bij je volgende stoten.’ We kunnen stoer doen, maar het is serieus lastig. Niet met poolen te vergelijken. Allereerst is de tafel zo groot dat er vijf Victoria’s Secretmodellen op passen, daarnaast zijn de gaten zo nauw als Calais. Je moet je soms in allerlei onmogelijke bochten wurmen om een bal een beetje redelijk te stoten. Topsport dit jongens. Topsport.


‘Ik vinger altijd met het topje van de linkerduim.’

Fulltime Job
Er gloeit een blauw lampje op bij de tafel naast ons. Een elektronische sigaret bungelt in de mondhoek van een man gekleed in nonchalante joggingsbroek. ‘Dat is professioneel snookeraar Anthony Hamilton. De beste speler die nooit een groot toernooi won,’ fluistert Joe. Als zijn tegenstander aan de beurt is lopen we even op hem af. Hoe vaak train je nu eigenlijk? ‘Ik train zes dagen per week zo’n vijf tot zes uur per dag. Ja, het is echt een fulltime baan. ’

Krijtje!
We pakken ons krijtje. O ja, dat krijtje! Waar dient dat nou voor? ‘Het krijtje is een van de belangrijkste attributen van het snooker. Het zorgt ervoor dat je cue grip krijgt op de bal. Zonder grip zal je de bal nooit zo precies raken als je wilt.’ He, jottem, is dat geestelijk beklemmende vraagstuk ook weer uit de wereld. We stoten een rode bal erin. Kunst is om de witte bal telkens zo neer te leggen zodat je er een zwarte in kan knallen. Wat zijn de belangrijkste eigenschappen als je pro wilt worden? De meester vertelt: ‘Je moet er heel veel uren in steken, dus toewijding is heel belangrijk. Verder is besluitvaardigheid erg belangrijk. Als alles tegenzit en je voor 3.000 man publiek onder druk staat, moet je mentaal sterk zijn en goede beslissingen kunnen nemen. Tot slot kom je natuurlijk nergens zonder natuurlijk talent.’

Dikke Business
Oké. Neerlands snookerhoop zal niet op ons gevestigd zijn. Dan maar kijken hoe het wel moet. Gaan we doen op de heilige grond van sportpaleis Alexandra Palace. Onlangs won Michael van Gerwen hier nog zijn wereldtitel darts en tijdens de Olympische Spelen van 2012 was dit ‘ons’ Holland Heineken House. Vanavond wordt de kwartfinale gespeeld tijdens The Masters London. Een van de drie meest prestigieuze snookertoernooien ter wereld. En wie lopen we daar tegen het lijf? De one and only Jan Verhaas! De enige Nederlander die iets betekent in professioneel snookerland. Hij staat alleen niet met een cue, maar met een onzichtbare fluit in z’n fluwelen Micheal Jackson-handschoentjes. ‘Hé hoeist?’, begroet de oer-Rotterdammer ons joviaal. ‘Ja, dit is gewoon mijn baan. Ik ben al twintig jaar fulltime scheidsrechter en kom overal ter wereld. In elk geval minstens zes keer per jaar in China.’ De arbiter leidt de kwartfinale tussen meervoudig wereldkampioen John Higgins en de nummer twee van de wereld Mark Selby. Dat er wat op het spel staat, toont het prijzengeld wel aan. De winnaar van het toernooi pakt 200.000 pond, de verliezend finalist 90.000 en wie strandt in de halve finale mag altijd nog 50.000 pond op z’n pennyrekening bijschrijven. De verliezer van vandaag krijgt alsnog 25.000 pond, dus medelijden hoeven we niet echt te hebben. Dan is er ook nog 10.000 pond te verdienen voor een 147-finish. De hoogst haalbare break. Te vergelijken met een hole-in-one bij het golfen of een ooooonehundreeedaaandeeeeeeeeeeeeeeeeeeighty bij het altijd sfeervolle darten.

De enige Nederlander die iets betekent in snookerland: Jan Verhaas. 

Snooligans
We nestelen ons op de tribune. Om ons heen een zeer divers publiek. Van bejaard grijs stel tot een voluptueuze Britse chick. Die overigens eigendom van speler Higgins is, dus snooker is ook nog eens een regelrechte babemagnet. We hebben een oortje meegekregen waarop we Eurosport ons van live commentaar voorziet. Het is doodstil in de zaal. Zo stil dat je de lucht van een zacht windje uit een anus kan horen ontsnappen. Oké, we kunnen nu een heel professioneel wedstrijdverslag van de match gaan neerkwakken. Maar da’s zonde van de letters. Wel kunnen we je vertellen dat het het verrassend leuk was. Mark Selby in een zinderende partij, ja echt waar, zegevierde met 6-5. We een houten kont hebben gekregen. Maar dat niet zo gek is. Omdat de wedstrijd vijf-en-een-fucking-half-uur duurde. Er buiten gevochten is door Snooligans. Je gelukkig bier kan drinken tijdens de wedstrijd. We een handtekening hebben gescoord van winnaar Mark. Die gaan we later als hij dood is verkopen voor heel veel geld.

Holy Snooker Ground: een stijf uitverkocht Alexandra Palace

Na de wedstrijd treffen we onze favoriete scheidsrechter ever al nippend aan een pint. ‘Het enige dat we in Nederland nog nodig hebben is een topspeler. Maar dat zit er voorlopig niet in. We zijn te druk met school enzo. Als jij op 14-jarige leeftijd tegen je ouders zegt dat je stopt met school en je gaat richten op een pro snookercarriére dan krijg je een pets in je gezicht. En dat is ook wel logisch.’ Een mening die Barry Hearn – de grote baas van de snookerbond en zeg maar de aardige, charismatische versie van Josepp Blatter – deelt met onze landgenoot. ‘You need to have local heroes. They can give the sport a real boost in their country.’ Nou beste vrienden. Altijd al een pionier willen zijn? Beroemd willen worden? Veel geld willen verdienen? Gooi weg die studieboeken, neem ontslag, schaf een mooi pinguïnpak aan en begeef je als de wiedeweerga naar de snookertafel!

*Snooker check je op Eurosport en nergens anders*
Eerstvolgende toernooi: Welsh Open, 19 februari t/m 2 maart 2014.

Woordjes: Chris Riemens
Plaatjes: Thomas van Driel