El Bocho is een van Berlijn haar bekendste street artists, maar niemand kent zijn echte naam. Zijn artiestennaam betekent kleine ezel in het Mexicaans, maar hij is eind jaren ’70 geboren in Frankfurt. Hij laat niet veel over zichzelf los, maar des te meer over de wereldberoemde El Bocho die hij geworden is. De weg naar de street artist komt voort uit twee bepalende momenten:

“Ik kan me nog goed herinneren wanneer ik voor het eerst bewust street art zag. Ik was nog maar vier jaar oud en zag toen opgeplakte stencils in mijn buurt hangen. Ik wist dat het verboden was en dat fascineerde me. Toen ik zestien was vroeg een vriend me mee om graffiti te spuiten en ik dacht: ik ga ervoor. Ik heb dezelfde dag nog voor 600 euro aan spuitbussen gekocht. Toen was het hek van de dam.”

“In het begin richtte ik me vooral op de standaard graffitikunst, wat inhoudt dat je zo vaak en zo creatief mogelijk je naam overal op spuit. Toen ik in 2003 voor het eerst in Berlijn kwam zag pas echte street art. Ik zag een poster die thuis geschilderd was en op straat op de muur was geplakt. Fantastisch.  Ik kreeg een soort van kortsluiting in mijn hoofd en op diezelfde dag veranderde ik mijn artiestennaam nog in El Bocho, waaronder ik nog steeds werk. Inmiddels woon ik ook al jaren in deze stad.”

Is El Bocho je schuilnaam of vertel je in je omgeving wel wie je bent?
“Sommige mensen kennen mijn echte identiteit, maar dat zijn er niet veel. Galeriehouders, mensen die mijn kunst kopen en een paar andere kunstenaars weten wie ik ben. Kunst is een communicatieplatform voor mij en ik heb kritiek nodig om beter te worden. Dat kan niet als niemand weet wie ik ben.”

Foto: Wolfram Stein

Er zijn mensen die beweren dat Berlijn graffiti in zijn DNA heeft, vanwege haar geschiedenis met de Berlijnse muur. Wat vind jij hiervan?
“Nadat de muur was gesloopt, waren er ineens zoveel nieuwe plekken vrijgekomen. Bovendien hing de passie voor graffiti, kritiek en expressie in de lucht. Dat was toen de tijdsgeest en dat is nog steeds zo. Maar er is meer dan alleen graffiti. Ik vind dat Berlijn beter verdiend dan alleen maar letters. Veel schrijvers (jargon voor graffitispuiters) staan hier helaas niet open voor kunst op straat.”

Hoe denk je dat Berlijn eruit zou zien zonder street art?
“Er is genoeg kunst in Berlijn, het zal hier nooit saai zijn. Maar ik zou het wel vreselijk missen. Eigenlijk zou ik de tags nog meer missen dan de opgeplakte posters.”

Hoe vind je het street art-klimaat in Berlijn, vergeleken met andere grote wereldsteden?
“Berlijn loopt achter. Zowel in kwantiteit en creativiteit. De harde kern van street artists uit Berlijn is erg klein, ik zou zeggen minder dan tien mensen. En er is veel onderlinge competitie. Bovendien denkt iedereen dat hij een superheld is. In andere landen gaan street artists beter met elkaar om en is er een soort community. In Berlijn wordt je werk al vernietigd door andere kunstenaars als je met galeries samenwerkt. Daarom ben ik misschien ook wat afstandelijker.”

Heb je ook iets te vrezen voor de autoriteiten?
“Zij doen ook maar hun werk. Ik heb vrijwel nooit problemen met de politie. Laatst ben ik betrapt door twee agenten. Toen ze mijn werk zagen zeiden ze: ‘Dat ziet er goed uit! We hebben jou niet gezien. Succes nog.’ Uiteindelijk moet een rechter bepalen of het kunst of vandalisme is. Veel rechters en politici hebben mijn kunst in hun appartement hangen, dus ik maak me hier niet zo’n zorgen over.”

Tekst: Eric Borghuis