Scramblers zijn hip. En als je als merk toch al dankbaar gebruikt wordt als basis voor een scrambler, dan is dat helemaal te gek. Dus geef je je publiek wat ze willen: een kant en klare, nieuwe scrambler. Of zoals ze het bij BMW noemen, de RnineT Scrambler.

Kijk in de customscene die heden ten dage zoveel populariteit geniet (duur woordgebruik voor ‘het is tof’) en je ziet dat behalve de oude jaren-zeventig Japanners ook vaak en graag een oude luchtgekoelde boxer wordt gebruikt om eens gauw een vette custom van te maken. Dat blok is kenmerkend genoeg, doe daar een tank bovenop en je hebt al bijna alles wat je nodig hebt voor een in het oog springende special.

Dat kunnen we zelf ook, aldus BMW en dus ging men van start. Als uitgangspunt is er uiteraard niks beter dan de R nineT, de ‘moderne retro’ die BMW al in huis heeft. Met de hoeveelheid custom parts die daar op passen kun je dat al omtoveren in een scramblerachtige machine, maar volgens BMW kon dat dus nóg beter. Als een van de kenmerken van een scrambler de eenvoud en het gebrek aan eh… een heleboel zaken is, dan kunnen we dat regelen. En dus is de RnineT Scrambler (met hoofdletter) een nog kalere, nog meer basic uitgevoerde versie van diezelfde motor. Maar daarmee wordt ‘ie ook goedkoper en dat is nooit verkeerd. En het resultaat is leuker dan je zou verwachten.

Bij ‘kaler’ verwacht je ‘minder’, de realiteit is ‘strakker’. In werkelijkheid betekent dat vooral cleaner en minder druk. Maar al het nodige zit er nog steeds op. De spaakwielen van het origineel zijn vervangen door eenvoudiger gietwielen die, het is een kwestie van smaak,  eigenlijk best oké zijn. Het design is nieuw en er is dus niet zomaar iets uit een rek gehaald. Het voorwiel is wel in stijl iets groter geworden, een detail dat hoort bij het idee scrambler. De voorvering is eenvoudiger uitgevoerd en is om het af te maken versierd met heerlijk ouderwetse rubbers om de vorkpoten. Aan de achterkant is de uitlaat, ook helemaal in stijl, hoog langs de zijkant van de motor geplaatst. Dat hoort, dus het is cool. En dan nog wat, de Scrambler is in elke kleur verkrijgbaar, als het maar het matgrijs is wat we op de foto zien. Aan de andere kant, stel dat je dat niet aanstaat dan is er nog genoeg keus in de accessoirefolder. Blank aluminium bijvoorbeeld, met mooi in het oog springende lasnaad… of niet, wat jij wil. Genoeg te koop in elk geval, dat regelt BMW wel.

Een leuke verandering voor sommigen en eentje die z’n effect ook echt heeft, is de veranderde zitpositie. Het zadel is weliswaar niet laag, maar wel platter dan dat van de Roadster (de originele dus). Het stuur – best belangrijk- is breder en iets dichterbij geplaatst, de voetsteunen zijn lager en een tikje naar achter. Bij elkaar is dat een veel ruimere zitpositie en dat stuur voegt ook nog echt iets toe aan het rijgemak. En daar gaat het toch immers om! Dat de heren ingenieurs bij BMW wel weten wat ze doen is algemeen bekend. Stap één keer op een GS en je weet precies hoe het kan dat dat ding, met al z’n kilo’s, zo ontzettend populair is: omdat ’t stuurt als geen ander. In combinatie met het motorblok – en dat loopt ook echt wel aanstekelijk- is rijden echt een belevenis. En dat is met de Scrambler niet veel anders. Wel is dit nog het ‘oude’ blok, dus zonder slimme koeling, injectietraject, slipperclutch of al die zaken, maar toch heeft men het nog even aangepast voor Euro4 en daarmee is de Scrambler zelfs eerder dan de Roadster. Al zal dat voor komend jaar wel rechtgetrokken worden.

Lekker belangrijk. Zoals het is, vraag je je af waarom het blok eigenlijk vernieuwd had moeten worden. Zo soepel als dit loopt zie je maar zelden… en dat komt mooi uit, want dan hoef je dus ook minder te schakelen. Je vraagt je hardop af wat je leuker vindt, het blok in toeren jagen en zo lekker opschieten (en het geluid, en het gevoel en eigenlijk alles) of juist zo laag mogelijk in toeren puur op koppel elke bocht weer het asfalt uit de straat te trekken, met bijbehorend geluid, gevoel en eigenlijk alles. Als je dat kunt is het daartussenin ook goed en dus hoef je maar heel weinig te schakelen als je dat zou willen. Dat zal niet iedereen erg vinden, want de bak is ouderwets BMW, met een flinke slag tussen de versnellingen. Maar die glijden er wel weer zo mooi soepel in dat je dat eigenlijk ook niet erg vindt. Gezeten op het korte, platte zitje met alleen een enkele ronde teller voor je is het wat naked-gevoel betreft ook helemaal in orde. Niks in beeld wat dat kan verstoren en als je het zo bekijkt is het hele retro-idee wel geslaagd: je begint vanzelf te mijmeren over hoe het vroeger geweest moet zijn, dat je ouwe vader zich ook zo gevoeld moet hebben en zo.

Maar dan met ABS, want dat hebben we natuurlijk wel. En goede remmen. Niet super agressief, maar ze doen hun werk zonder verder commentaar. Als dat al nodig is, want de motorrem liegt er ook niet om. Zijn we niet meer gewend tegenwoordig, zoveel en dat is behalve heel even een knop omzetten wel zo leuk, want ook dat doet je denken aan ‘vroegah’.

En dan vergeten we nog het belangrijkste: het rijden. in één woord: super. Gewoon helemaal goed. De combinatie breed stuur en groot voorwiel maakt ‘m wendbaar maar stabiel en dat begint al van uit stilstand, want het ding heeft een heel grote stuuruitslag gekregen dus straatje keren is supermakkelijk. Gaat het wat harder, dan heb je door het stuur altijd alle controle, hoef je je niet in te spannen en wip je zo een haarspeld door, terwijl het voorwiel zorgt voor stabiliteit, rust en vertrouwen. Zelfs in de hoosbui die wij over ons heen kregen konden we een heel mooi tempo aanhouden, simpel omdat het goed aanvoelde. De vering is niet instelbaar, maar dat hoeft ook niet want het is prima, pal tussen te zacht en te hard in. Wel een tikje stug, maar dat is wel oké.

Met de Scrambler heeft BMW een goedkoper alternatief voor de RnineT neergezet, kaler, eenvoudiger.. maar misschien zelfs wel leuker. Juist door de eenvoud is het rijplezier enorm groot. Het hoeft echt niet moeilijk om gewoon leuk te zijn. 

Foto’s en credits: Motorfreaks.nl