Groot interview met rapper, filosoof en de priester van de liefde: Typhoon

Redactie 16 okt 2014 Entertainment

Hij was de onbetwiste koning van het afgelopen festivalseizoen. Als de vijfsterrenrecensies voor zijn album Lobi da Basi cadeautjes waren, dan was hij nu nog bezig met uitpakken. Dit jaar is hij ook nog eens te zien als huisband van de DWDD. We hebben het natuurlijk over Typhoon. Vlak voor het begin van zijn langdurige clubtour spraken we de filosofische rapper over het tot stand komen van zijn album, god, zijn favoriete festivalmoment, de liefde en zijn dromen. Ga er goed voor zitten, van deze inspirerende baas kun je wat leren. ‘Leef een beetje, voor spijt is er nog tijd en ruimte genoeg.’

‘Het was echt kei- en keihard werken. We hebben dagen gemaakt waarin we achttien uur in de studio doorbrachten. Op gegeven moment had iedereen kwalen. De een begon weer met roken. Er kwam meer drank in de studio. Grijze haren. Insomnia. Ik kreeg stress-eczeem.’

Alles wat je hoort op de plaat is doorleefd, geleefd en beleefd als een malle

‘Ergens verbaast het me enorm dat Lobi da Basi zo’n succes is geworden. Aan de andere kant denk ik: oké, dat is dus wat hard werken en een visie hebben allemaal kan opleveren.’

‘You can’t control everything, dus probeer je de controle ook wel eens los te laten. Maar tegelijkertijd wordt er nu van Typhoon verwacht om ‘on top of everything’ te zijn. Dat betekent dat je de controle moet hebben. Je moet continu in een actieve mindstate zitten. Daardoor vergeet je soms te genieten.’

‘Er waren verschillende redenen waarom dit album zo lang (zeven jaar, red.) op zich heeft laten wachten. De eerste reden is omdat ik weinig te vertellen had. De verhalen waren op. Ik moest teruggaan naar mijzelf om weer te weten wat ik zelf wil, in plaats van alleen uitvoerend te zijn in de muziekindustrie. Ik ben geen lopende band-muzikant. Ik heb tijd nodig. Ik maak studies van dingen. Ik verdiep me ergens in. Dat doe ik voor mijzelf. Ik zal altijd een onderzoeker blijven. De nieuwsgierigheid en hunkering naar kennis is bij mij enorm groot.’

Het hoeft niet perfect te zijn, zo lang het maar volmaakt is

‘Kunstenaars als Leonardo da Vinci en Salvador Dalí hebben mij enorm geïnspireerd. Zij bevestigen mij dat mijn werkwijze niet abnormaal is. Leonardo da Vinci deed twintig jaar over de Mona Lisa en toen was ze nog steeds niet af, omdat het altijd beter kan. Het hoeft niet perfect te zijn, zo lang het maar volmaakt is. Lobi da Basi is volmaakt.’

‘Hemel Valt vind ik het mooiste nummer van het album. Daar komt mijn liefde voor god, mijn liefde voor spiritualiteit en mijn liefde voor de menselijkheid volledig in terug. Vooral het punt dat de akkoorden switchen, je Aretha Franklin op de achtergrond hoort, de strings erbij komen en dan die eeuwige strijd klopt drama aan de deuren en ieders is van de partij… Dát is een stukje Mona Lisa voor mij. Dat is een stukje god. Dat is de viering van wie we zijn. Ik maak geen muziek omdat ik muzikant of artiest wil worden. Ik ben dat. Ik ben Glenn de Randamie. Ik wil dat onderzoeken, ik wil dat vieren, ik wil op m’n bek gaan, ik wil leven. Eigenlijk is alles wat ik zeg in het nummer Zandloper een opdracht een mijzelf: ‘Leef een beetje, voor spijt is er nog tijd en ruimte genoeg.’’

‘Hét hoogtepunt van deze zomer was zonder twijfel Lowlands. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. Vooral de beleving. Je zag mensen voortdurend met een gelukzalige glimlach op hun gezicht. Iedereen ervoer hetzelfde. En ja, Zandloper was insane. Toen ik het de volgende dag terugkeek zat ik met m’n hand voor m’n mond. What happened, niet normaal. Van voor naar achter, één kolkende massa. De grond trilde zelfs buiten de tent. Zó vet.’

‘Ik kom zelf echt al jaren op Lowlands. Ik las ergens dat Nederlandse acts eigenlijk beter passen bij Lowlands dan buitenlandse acts omdat ze aansluiten op het Lowlands-gevoel. Dat komt omdat wij weten wat Lowlands is, wij weten wat dat gevoel inhoudt, wij hebben het meegemaakt. Wij zijn er onderdeel van geweest, niet alleen als artiest maar ook als bezoeker. Juist als bezoeker.’

De grond trilde zelfs buiten de tent. Zó vet

‘Het nummer Glenn 1984 is een verhaal naar mezelf, naar mijn jongere ik. Ik wilde daarvoor een jongere Glenn hebben. Toen attendeerde Sharon mij op de zevenjarige Destin. Nou, hij kwam binnen in de studio. Echt een mannetje. ‘Hoe kun je als zevenjarige op zo’n leeftijd zo veel zelfvertrouwen hebben?’, vroeg ik me af. Zo kicken. Zo professioneel ook. Gewoon direct rythm. Hij had al zitten oefenen. Bam, het stond er gelijk op. En gelijk goed ook. En ja, dat optreden op Lowlands. Ik vroeg aan hem ‘Vind je het spannend?’, ‘Ja wel een beetje’, zei die. Nou toen hij opkwam, de hele zaal ontplofte! Iedereen ging zo kapot. Misschien was dat wel mijn favoriete moment. Zó hartverwarmend. Bizar. De volgende dag had hij z’n eerste schooldag, haha. ‘En Destin, hoe was jouw vakantie?’’

‘God komt veel voor in mijn teksten. Maar ik ben niet religieus, ik ben spiritueel. Ik houd de christelijke dogmatiek niet aan. Jezus Christus is voor mij een gigantisch verlicht persoon geweest, een profeet. But when he died, he died.’

‘De term god is zo verneukt. Men heeft het zo vernacheld door allerlei gedragingen en conventies eraan te koppelen, door onderscheid te maken. Toch kom ik – terwijl ik mijzelf er in eerste instantie enorm vanaf heb gezet – elke keer weer terug bij god. Het woord god, de creërende kracht.’

‘Ik beschrijf god als een ‘zij’ om twee redenen. De eerste reden is omdat de eerste vorm van liefde dat ik heb meegemaakt de liefde voor mijn moeder is, een vrouw. De tweede reden is om mensen te kutten. Als de hele wereld god een man vindt, dan is god voor mij een vrouw.’

‘Ik ben zo’n drie jaar lang thuisloos geweest. Ik heb wel altijd een dak boven m’n hoofd gehad. Op een gegeven moment had ik mijn huis opgezegd om meer vrijheid te voelen en omdat ik niet financieel afhankelijk wilde zijn van een huis. Ik woonde bij vrienden, antikraak of bij m’n ouders. Ik heb nooit in een doos hoeven slapen hoor.’

‘Het is net uit met m’n vriendin. Een pijnlijk thema om over te praten. Ik voel ‘m nog steeds. Het heeft wel iets ironisch dat ik recensies lees dat ik de priester van de liefde ben terwijl ik de balans in m’n eigen liefdesleven nog moet vinden.’

Niet alles in mijn leven draait om muziek

‘Ik hou van architectuur. Ik hou van beeld, fotografie en schilderkunst. Ik hou van poëzie, van vrouwen, van kinderen, van mens zijn. Ik hou van lachen. Ik hou heel erg van stilte. Ik hou van de natuur. Met name van bomen. In Suriname heb ik eindelijk de Kankantrieboom gezien, de heilige boom. Het was alsof er een soort magie op mij werd los gelaten. Ik hoorde het dorpshoofd ook niet meer zeggen meer van ‘Hé, het is genoeg zo, niet verder, je mag ‘m niet aanraken’. Ik had ‘m bijna aangeraakt. Ik werd er echt naartoe getrokken.’

‘Als ik een instrument zou mogen redden uit de handen van zombies? De saxofoon. Ik ben opgegroeid met de liefde voor de saxofoon. Ik speel samen met mensen als Benjamin Herman, maar ook mensen uit mijn eigen band zoals Coen Witteveen en Thijs van Milligen. Dat zijn helden voor mij. De sax is thuiskomen. In een wereld met alleen maar zombies dan zou ik op de donkerste momenten toch thuis willen komen en als dat niet op een fysieke plek kan, dan het liefst in de muziek en in het geluid van het instrument.’

‘Ik heb niet veel geëxperimenteerd met drugs. Ik weet bijvoorbeeld dat wanneer ik paddo’s ga gebruiken dat ik erin blijf hangen. Ik ben al geestverruimd van mezelf. Sommige dingen weet je van jezelf. Zoals met motorrijden: dat ga ik niet doen want ik weet, dat wordt mijn dood.’

‘Op vrijdag 17 oktober begint de clubtour waar ik heel erg naar uitkijk. Ik hou van festivals, maar ik ben er nu ook wel weer even klaar mee. Op een festival moet je in een uur knallen, nu heb je meer de tijd. Ik kijk heel erg naar uit om in onze eigen cadans te kunnen spelen. Ik wil gewoon muziek kunnen maken. Mensen daarin te betrekken. De liefde voor muziek, tekst en de menselijkheid te vieren.’

‘Als er vijf man voor me staan zal je me net zo bevlogen, geïnspireerd en liefdevol zien optreden als dat ik voor 15.000 man sta. I don’t care. Uiteindelijk wil je connectie maken met mensen, dan maakt de hoeveelheid niet uit.’

‘Ik zou graag kinderen willen. Twee om mee te beginnen. Verder ambieer ik een eigen woonboerderij met grond waar ik zelf dingen kan verbouwen. Ik zou ook graag een eigen studio willen om met jonge artiesten bezig te zijn en inspiratiesessies te kunnen doen. En ik zou heel graag rondreizend door de wereld willen optreden. Door Zuid-Amerika. Dat lijkt me echt vet. Mijn buitenlanddroom is heel erg aanwezig. Dat gaat een keer gebeuren.’

*De clubtour van Typhoon is uitverkocht met uitzondering van Heerlen en Sneek. Tickets via mctyphoon.nl

Tekst: Chris Riemens & Koen Volkerink
Beeld: Isabelle Renate la Poutre

Reageer op artikel:
Groot interview met rapper, filosoof en de priester van de liefde: Typhoon
Sluiten