Ridley Scott is een van de drukste regisseurs in Hollywood. Het afgelopen decennium heeft hij op twee jaar na elk jaar een nieuwe feature film in de bioscopen gehad. Menig filmliefhebber vraagt zich echter af of meneer Scott misschien wat gas terug moet nemen – het niveau van zijn werk schommelt namelijk enorm, met recente dieptepunten als Prometheus en Exodus: Gods and Kings. Weet de maker van meesterwerken zoals Blade Runner en Alien ons vertrouwen terug te winnen met The Martian?

Scotts laatste film is gebaseerd op het gelijknamige boek van schrijver en informaticus Andy Weir. Weir schreef al langer, maar nadat hij herhaaldelijk afgewezen werd door uitgevers besloot hij in 2009 The Martian in episodes op zijn website te zetten, waar de hoofdstukken gratis te lezen waren. Online werd zijn werk immens populair, en na een storm aan verzoeken besloot hij het boek voor het laagste bedrag mogelijk (99 cent) in de Kindle store te zetten. Dat bleek een meesterzet, want binnen drie maanden stond zijn boek bovenaan de lijst van meest verkochte sci-fi titels en klopten uitgevers en filmstudio’s met de ene deal na de andere bij hem aan. Het ging allemaal zo snel dat Weir toe heeft gegeven te hebben getwijfeld of hij niet op zeer uitgebreide wijze opgelicht werd. Gelukkig was van oplichterij geen sprake en zijn een boek, een audioboek en nu een film het resultaat.

Ook de bioscoopgangers worden niet getild. The Martian is namelijk een intelligente en simpelweg leuke film geworden. De combinatie van sci-fi en comedy kennen we in verschillende vormen, maar The Martian onderscheidt zich duidelijk. Waar Hitchhiker’s Guide To The Galaxy zich in het rijk van het absurde bevindt en Men in Black voor het gevoel van de gelikte actiefilm gaat, is Scotts laatste film veel meer down to earth – hoe vreemd dat ook klinkt voor een film die zich bijna volledig op Mars afspeelt. De humor in The Martian komt niet van vreemde wezens of ondenkbare situaties, maar komt uit de positiviteit en opstandigheid van een paar heerlijk geschreven personages. Al in de openingsscènes wordt het luchtige en gevatte toontje van de film gezet. Het taalgebruik is scherp en brutaal, en vervalt niet in de gewichtige en afstandelijke woordkeus die science-fiction soms typeert.

Deze tongval lijkt Matt Damon te passen als een spandex onesie. Hij was in Interstellar ook als verlaten astronaut te zien, en dit zal voor velen een reden zijn om nu weer naar de bioscoop te gaan. Hoewel de personages op hun situatie en onpraktische ruimtepakken na volledig verschillend zijn, schittert Damon ook in deze rol. Zijn personage, astronaut Mark Watney, blijft na een ongeluk alleen achter op Mars en probeert manieren te vinden om te overleven. Hij is de antithese van het personage van Sam Rockwell in de andere bekende ‘eenzame persoon in space’-film, Moon. In tegenstelling tot de verwarde en angstige Sam Bell is Watney een vrolijk en vlot mens dat met onaflatende humor zijn problemen tegemoet ziet. De film laat zien dat humor niet alleen voor de kijker een genot is, maar dat het ook een wapen kan zijn om om te gaan met situaties die hopeloos kunnen lijken. De supporting cast lijkt deze instelling te delen, en de hyperactieve Donald Glover, de statige Jeff Daniels en de vastberaden Chiwetel Ejiofor dragen stuk voor stuk bij aan een film die consistent een aanstekelijke energie heeft.

Met een dergelijke insteek loop je snel het risico dat een film zijn gewicht verliest. Een film die te luchtig is loopt immers de emotionele investering van zijn publiek mis. Dit belemmert in The Martian soms een goed besef van de ernst van de situatie. Watney is alleen, verlaten en lijkt voor lange tijd niet gered te kunnen worden. Zoals Damon in Interstellar liet zien, is dit een slopend en beangstigend lot. Hoewel de acteur hier en daar glimpen laat zien van stress en zorgen, mist de film met vlagen een gevoel van noodzaak. Wanneer personages de ene oneliner na de andere afvuren en met een dikke disco soundtrack over mars rondscheuren is het nu eenmaal lastig om je droevig te voelen over welke situatie dan ook. Gelukkig weet Scott een balans te vinden en giet hij precies de juiste hoeveelheid emotie in zijn sci-fi cocktail om het geheel met een krulrietje op te willen drinken. The Martian gaat niet over grote, interdimensionale vragen of de ellende van eenzaamheid. Het gaat over de weerbarstigheid van de menselijke geest, de kracht van positiviteit en het belang van vriendschap. En ja, de film staat bol van de “laten we dit probleem aanpakken!”-montages en vergt soms wat van je suspension of disbelief, maar probeer je glimlach maar eens te onderdrukken.

Scott verliest nooit uit het oog dat de setting van zijn film mogelijkheden biedt voor prachtige shots. De gloeiende, rode bergen van Mars vormen een prachtige omgeving die de ritjes van Damon over de oppervlakte van de planeet telkens tot beeldschone plaatjes maken. Het ruimteschip de Hermes is rechtstreeks aan komen zweven uit 2001: A Space Odyssey en heeft een rustgevende elegantie over zich. Het mooiste shot, tijdens de climax van de film is een prachtig stukje ruimteballet en is een van de mooiste filmbeelden van het jaar. Met deze scènes aardt Scott zijn film en overstijgt hij het sci-fi comedy genre waar de film anders gemakkelijk in had gepast. Hij gebruikt zijn composities om emoties bij de kijker uit te lokken die de personages niet bij je losmaken, en weet daardoor een uitgekiende evenwicht tussen humor en diepte te creëren – een evenwicht dat niet makkelijk te bewaren is. Bijna veertig jaar film maken betaalt uit in The Martian.

Conclusie
Is The Martian de verpletterende comeback van Ridley Scott waar we elke keer op hopen? Misschien niet. Wat The Martian wel is, is een slimme, grappige, mooie en vooral vermakelijke kijk op het sci-fi genre die je kaartje dubbel en dwars waard is.

The Martian draait vanaf donderdag 1 oktober in de Nederlandse bioscopen.

Ga voor meer reviews en het laatste filmnieuws naar: www.filmfan.nl