Iedereen kent Innsbruck wel als bestemming om los te gaan op de skietjes of door de poeder te blaffen op je snowboard. Maar is er buiten de sneeuwpret ook nog wat te beleven? Kun je er bijvoorbeeld een beetje goed bier zuipen? FHM’s Chris en Roest gaan onder een Oostenrijks zonnetje op onderzoek uit!

Zelden is het makkelijker geweest om snel in Innsbruck te komen, want sinds kort vliegt Transavia elke dag voor weinig op en neer naar de hoofdstad van de Alpen. Daar ben je ook nog eens in mum van tijd, want meer dan een uur en een kwartier is het niet vliegen. Minstens zo prettig als de korte vliegtijd is de fenomenale aanvliegroute. Serieuze landschapskwaliteit. En dan zit je na de landing ook nog eens binnen een kwartiertje in hartje Innsbruck. Met de reis Amsterdam – Groningen ben je langer bezig. Enfin, van vliegen krijg je een enorm droge bek. Tijd om een sappige goudgele rakker scoren.

Moet je zijn bij Lichtblick. Als er verkiezing zou bestaan voor ‘Bar met het mooiste uitzicht over een stad’, dan zou Lichtblick de gouden medaille winnen. Die kolossale bergpartijen die om de stad heen liggen, dat verveelt niet zo snel. Je kan er ’s avonds bovendien ook bijzonder goed eten. Als je hier met je meisje naartoe gaat krijg je diezelfde avond een BJ, gegarandeerd. Voor 50 euro kregen we een huisgemaakte ravioli met een vulling van kreeft en artisjok, een mals stukje hert op een bolletje smeuïge aardappelpuree met worteltjes en een gruwelijk lekkere tarte tatin met een glaasje port als toetje. En dat allemaal met subliem uitzicht. Is normaal. Even als mannen onder elkaar: ga hier eten. Yep, die tip geven we je helemaal gratis.


Het fraaie uitzicht bij Lichtblick.


Kleurrijk wijkje.

Het gothische centrum van Innsbruck, met rechts het Gouden Dak, de plaats waar keizen Maximilliaan rond 1500 chillde in het toenmalige centrum van Europa.

Innsbruck – wat letterlijk ‘brug over de Inn’ betekent – is de hoofdstad van Tirol en is zo’n 800 jaar oud. De stad bevindt zich op een halfuurtje rijden van de Italiaanse grens en telt zo’n 120.000 inwoners. Liefst 30.000 daarvan zijn studenten. Inderdaad vriend, dat betekent veel meisjes. Neem je talenknobbel mee. Goed om te weten, maar we zijn hier vooral om dingen te doen. Fietsen bijvoorbeeld. Het zal je niet verbazen met al die bergen, dat kan hier goed. Dan kun je natuurlijk een bolletjestrui aantrekken en een zweetband op je hoofd knallen. Maar hé, wij zijn hier godsamme niet om te trainen voor de Tour de France. Daarom pakken we met ons volle luie verstand de e-bike. En ook daarmee kun je hard op je plaat gaan. Nietwaar Roest?

Onderweg is het in de frisse dennennaaldaroma genieten in optima forma. Als je hier ademhaalt lijken je zwarte rokerslongen spontaan te veranderen in een gezonde massa dansende longblaasjes. Omdat we ons bij elke gelegenheid vergapen aan het mooie uitzicht over stad hebben we een beetje haast. We hebben namelijk een date in het casino. Downhill bereiken we snelheden van wel 60 km/u, dus dat halen we wel.


Uitzicht tijdens het fietstochtje. 

Voor het eten hoef je niet perse in het casino te zijn, om geld te winnen wel. Omdat het casino het zo leuk vindt dat FHM er is, krijgen we allebei 25 E speelgeld in ons hand gedrukt. Sweet. Op naar de roulettetafel! We bundelen de krachten en zetten in op rood en oneven. Trrrrrrr, 7. Pats! Een dubbele verdubbeling. Het trucje rood/zwart even/oneven passen we nog een paar keer toe en blijkbaar is het ons gegund, want we wandelen het casino uit met een positief saldo van €250,-. Glorie! Feest! Bier!


Make money, make money money money.

De viering van onze victorie in het casino begint bij Bar Centrale. Een wat nettere tent waar chille deephouse wordt gedraaid. Ideaal om een avond te beginnen. We vervolgen het feest in de Segabar. Geen Sonics en spelcomputers in deze tent, wel goedkoop bier. Dit is de tent van de stad waar je je het goedkoopst volgooit met drank. Een halve liter giet je voor zo’n 3,50 je dorstige keel in. Jij wilt met je voetjes van de vloer? Dan moet je in Filou zijn. De oudste club in town. Geen grote tent, wel gezellig en vol. Na de nodige biertjes, vodka’s en kleurrijke shotjes waar je tandglazuur spontaan van smelt, waggelen we door het historische centrum rond een uurtje of vijf naar onze hotelkamer.


Zomaar een mooi gebouw tijdens de nacht in hartje Innsbruck.


Prima de luxe ontbijtje

Gelukkig staat er ’s ochtends in The Penz – wij snappen die naam wel – een magistraal ontbijt klaar, compleet met champagne, miniloempia’s en alle denkbare vruchten. Een goede bodem kunnen we gebruiken, want er staat een actieve dag op het programma. Zo gaan we vandaag een Via Ferrata doen. Dat is zo’n klim- en klautertocht de berg op. Gaat gebeuren onder de bezielende leiding van gids Gary.  ‘Gaan we hier omhoog?’, kijken we vertwijfeld naar de berg. ‘Yes,’ antwoordt Gary met authentiek Oostenrijkse accent. Nou, vooruit dan maar.

Via Ferrata is eigenlijk bergbeklimmen met wat hulp van allerlei reuzennietjes die het klimmen wat moeten vergemakkelijken. Maar makkelijk is het nimmer. Sommige stukken zijn zo steil dat we al onze kracht en souplesse moeten aanwenden om een ministukje omhoog te komen. Die nietjes staan soms ook zo irritant ver, dat je er niks aan hebt. Dit zou Van Velzen echt helemaal niks vinden. Roel niet, maar wij wel. Via Ferrata is echt te gek. Echt veel leuker dan bowlen, om maar iets te noemen. Het is spannend, uitdagend, je bent hartstikke sportief bezig en dat alles in de gezonde buitenlucht. Gouden combi voor fun. Wel staan we even raar te kijken als we halverwege onze door een freeclimber worden ingehaald op de berg. Je moet toch wel een portie joekels van testikels bezitten wil je zonder enige bescherming de berg op te klimmen. Afijn, als we na zo’n anderhalf uur boven komen is het majestueuze uitzicht de ultieme beloning voor onze inspanningen.


FHM’s Chris en Roest chillen ‘m hard na de puike Via Ferrata-tocht. 

Na een ontspannen wandeltocht naar beneden stappen we snel ons busje in om ons debuut te maken in het paragliden. Het olijke tweetal Raymond en Peter van Air Taxi neemt ons onder de hoede. Raymond had ooit een goedbetaalde baan als mecanicien, maar dat was zo saai dat ‘ie z’n eigen paraglideschool is begonnen. Die bestaat inmiddels al negentien jaar. Als je nagaat dat de sport pas negenentwintig jaar bestaat, is het niet moeilijk om te bedenken dat Raymond een van de meest ervaren instructeurs van Europa is. Peter heeft trouwens hoogtevrees. Dat is net zoiets alsof Martin Gaus bang is voor honden. Zo’n parachute kost trouwens best wel knaken. Voor zo’n 6.000 euro heb je je eigen en dan kun je – afhankelijk van hoe zuinig je ermee omgaat – een stuk of zevenhonderd keer jumpen. Na het kabelbaantje omhoog te hebben gepakt stappen we op 1.800 meter hoogte uit op de Elser berg.

Waar in de wintermaanden dit stukje dienst doet als skipiste, daar is het nu een uitgestrekte groene weide. Even de parachute goedleggen, outfit aan doen en rennen maar. Na vier stappen zweef je in alle rust weg. Heel rustig, heel relaxed, helemaal zen. Hier is niks engs aan. Het is als parachutespringen zonder de vrije val. Pure ontspanning waarbij het enige wat je hoort het vreedzame geluid van de wind is.

Heel chill, heel vet. Zeker als onze luchtchauffeur rondjes gaat draaien waardoor het rustige toertje verandert in een spectaculair achtbaanritje. Planeet aarde nadert met rasse schreden. Vlak voor de landing waarschuwt Peter ons met de kalmerende woorden: ‘Ik ben niet zo goed met landingen trouwens’. Ha, lolbroek. Met een landing waar Epke Zonderland jaloers op zou zijn landen we na een vlucht van zo’n klein halfuurtje weer met beide beentjes op de grond. Bier!


Plop!

Ja, Innsbruck heeft ons hart wel een beetje veroverd. De vibe in de stad is heel relaxed, je kunt er prima stappen, het eten is goed, de ligging waanzinnig en met de legio opties aan toffe activiteiten is dit een regelrecht walhalla voor de outdoorliefhebber. Ons advies: plan een stedentripje. Weer eens wat anders dan de geijkte Europese steden. Zowel met je vrienden als je vriendinnetje dé stad voor een fucking awesome advertureweekend!

Hier moet je zijn in Innsbruck


Een authentieke Oostenrijkse schnitzel. 

Tekst: Chris Riemens
Fotografie:
Jeroen Roest