Hij komt vaker in de gevaarlijkste brandhaarden van het Midden-Oosten dan in z’n stamkroeg. Werd onder vuur genomen door meedogenloze scherpschutters en zag vernietigende raketten op steenworp afstand langs zijn hotelraam suizen: Jan Eikelboom. Al meer dan twintig jaar vertelt hij aan het Nederlandse volk de verhalen die bloedige oorlogen en explosieve conflicten met zich meebrengen. In zijn boek Achter het front vertelt hij over zijn spannende en avontuurlijke leven als oorlogsverslaggever. FHM at een stroopwafel met de heldhaftige journalist en luisterde naar zijn fascinerende verhalen.

‘Ik ben min of meer per toeval oorlogsverslaggever geworden doordat ik vaak in het Midden-Oosten kwam. Op gegeven moment was er weer iets aan de hand in Israël en ik was de laatste verslaggever die daar was geweest. Toen zei mijn baas: ‘Nou, jij bent de laatste die daar is geweest. Jij weet ongeveer hoe het er daar aan toe gaat.’ Ik ben daar naartoe gegaan en na twee bezoeken ben je opeens de expert. Langzamerhand werd ik vanzelf die regio ingezogen.’

‘Inmiddels is mijn hart verpand aan de regio. Ik vind het fascinerende conflicten. Er gebeurt zo ontzettend veel. Het zijn ook dingen die in mijn opinie van groot belang zijn voor ons leven hier. Dit vanwege de spanningen tussen de Islam en het Christendom, vanwege de economie, de olie, vluchtelingenstromen, terrorisme wat ons raakt… De regio is dichterbij én belangrijker dan we vaak denken.’

‘Oorlog is in wezen niet meer dan een burenruzie in het kwadraat. Enigszins gechargeerd natuurlijk.’

‘Welke brandhaarden ik heb bezocht? Ik heb verslag gedaan van de Kosovo-oorlog. Loop al meer dan twintig jaar rond in het Israëlisch-Palestijns conflict. Bezocht de oorlog in Oost-Timor, Libanon, Egypte, Libië en Syrië. Vluchtelingencrises van Irak en Rwanda. Ga zo maar door.’

‘Aan de ene kant heeft het te maken met sensatie zoeken, daar zal ik maar heel eerlijk in zijn. Het geeft een enorme kick om in zo’n heel erg moeilijk gebied onder ingewikkelde omstandigheden een verhaal te maken. Maar dat is het niet alleen, want als ik alleen voor de adrenaline zou gaan kan ik ook gaan bungeejumpen of parachutespringen. Ik vind ook dat het verhalen zijn waarvan ik het belangrijk vind dat ze verteld worden. Als wij die verhalen namelijk niet vertellen, dan worden ze niet verteld.’

‘Ik ben realist genoeg om te weten dat een televisiereportage de wereld niet verandert. Maar ik vind het wel belangrijk dat mensen weten wat er gebeurt in deze wereld. Ik ben er om mensen uit te leggen wat er gebeurt op deze wereld.’

‘Als je een situatie te veel persoonlijk aantrekt dan is het snel klaar. Dat houd je niet vol. Je kan niet scherp zien met tranen in je ogen.’

‘Het is moeilijk te omschrijven hoe het is als je een raket op vijftig meter langs je hotelraam hoort suizen om een ogenblik laten een keiharde knal te horen. Een oorlog is heel erg intens. Al je zintuigen staan open voor gevaar. Op een of andere manier leef je nergens intenser dan aan de rand van de dood. De geluiden zijn helderder, de kleuren zijn helderder. Je bent veel scherper. Dat moet ook.’

‘Een oorlog heeft iets gruwelijks van al het leed dat je ziet. De lijken, het bloed en alle ellende. Maar het heeft ook wel iets verslavends in die zin. Dat heeft te maken met de adrenaline en dat intense gevoel. Daarnaast ben je met je team heel erg hecht. Je bent echt op elkaar aangewezen. Met een klein team ben je in die hele spannende omgeving aan het werk. Dat is een mooi vak.’

‘Als ik terugkom sta ik vaak nog te stuiteren van de adrenaline. Ik heb meestal wel anderhalve week nodig om weer te wennen aan het leven in Nederland. Dan zit ik thuis op de bank en dan hoor ik de vogeltjes fluiten in plaats van een raket. En dan gaan de gesprekken over allerlei onderwerpen waarvan ik denk ‘Waar gaat dit over?’. Dat is natuurlijk onzin, want wat hier gebeurt is het normale leven en ik kom uit een totaal absurde situatie. Na een week of twee vind ik het ook weer interessant als m’n vrouw vertelt dat ze een leuk jurkje heeft gekocht. Je moet af en toe echt naar huis om weer een beetje bij zinnen te komen. Maar als ik langere tijd thuis ben dan heb ik op gegeven moment wel een soort heimwee van, hé er mag wel weer eens wat spannends gebeuren.’

‘De sfeer in oorlogen verschilt toch wel. Zo was het in Libië een gezellige chaos. Daar was het heel makkelijk om te werken. Iedereen was blij en behulpzaam, je kon overal naar binnen. Dan hadden we gehoord dat in een bepaalde kazerne rebellen werden getraind, dan klopte je aan en kon je rustig binnenkomen en alles filmen. Als je dat vergelijkt met Syrië dan is dat een enorm verschil. Daar is het heel erg grimmig, gevaarlijk en voel je je bedreigd. Bijna elk journalist die daar de laatste maanden naartoe is gegaan is gekidnapt. Daar gaat bijna geen journalist meer naartoe.’

‘In een oorlog gaat het gewone leven altijd door. Kinderen spelen op straat, mensen gaan naar hun werk, winkels en restaurants zijn open. Dat beeld krijg je natuurlijk helemaal niet als je de krant leest of naar de tv kijkt. Dat komt omdat wij ons vaak focussen op de gevechten en de ellende. Dat geeft ook aan dat oorlogsjournalistiek, maar dat geldt denk ik voor de gehele journalistiek, geen beeld weergeeft van de complete werkelijkheid. Dat is voor mijn gevoel echt een misvatting dat journalistiek de werkelijkheid verbeeld, het verbeeld altijd een deel van de werkelijkheid. Journalistiek is nieuws en nieuws is wat afwijkt van het gewone. Daar doen wij verslag van.’

‘Als de kogels om je oren suizen leef je in een soort van roes. Op het moment zelf vind ik dat nooit echt beangstigend. Als je achteraf de beelden terugziet, dan realiseer je weleens hoe dichtbij het was. Dan denk je holy shit, dit was echt heel heftig. Maar op het moment zelf dringt dat helemaal niet tot je door, heel gek is dat.’ ‘Er is een scene die ik nooit zal vergeten. We waren aan het filmen in een ziekenhuis in het zuiden van de Gazastrook en we zouden onder andere een dokter interviewen. Er was niks aan de hand, totdat er enorme paniek ontstond. Opeens kwamen er allemaal ambulances voorrijden en werden er kinderen binnengebracht met schotwonden. Zij waren in de duinen aan het spelen en waren te dichtbij Israëlische nederzettingen gekomen, waarop het Israëlische leger op hen is gaan schieten. Het waren kinderen van tien tot vijftien jaar. Een jongen had een schotwond bij z’n hart. Ze hebben hem geprobeerd te redden, maar hij overleed voor onze ogen op de operatietafel.’

‘Syrië is een fantastisch mooi land, voor de oorlog kon ik dat iedereen van harte aanbevelen. Je zou het nu niet zeggen, maar de bevolking is ontzettend vriendelijk, hartelijk en gastvrij. Damascus, de oudste constant bewoonde stad ter wereld, is een van de mooiste steden ter wereld. Zeker de oude stad, dat is net het sprookje van duizend-en-een-nacht.’

‘De situatie in Syrië is bijna niet meer uit te leggen, maar ik zal het toch proberen. In grote lijnen: het is begonnen als een revolutie zoals in Egypte en Libië, met een roep om vrijheid. Die revolutie is keihard neergeslagen door president Assad. Daardoor is het een gewapend conflict geworden. De andere partij is zich ook gaan bewapenen en is terug gaan schieten waardoor het nu een burgeroorlog is geworden. Dat heeft een enorm humanitair drama tot gevolg met zo’n 2,5 miljoen vluchtelingen buiten Syrië en ook nog eens 6,5 miljoen vluchtelingen in eigen land. Wat de situatie nog gecompliceerder heeft gemaakt is dat landen als Iran, Saoedie-Arabië, Rusland, Amerika en Israël zich ermee zijn gaan bemoeien, die weer allemaal een eigen belang hebben. Al die partijen steunen weer die verschillende gewapende groepen waardoor het inmiddels bijna een onoplosbaar conflict is geworden.’

‘Zolang beide partijen geloven dat ze de zaak kunnen winnen, gaan ze niet onderhandelen en gaat de oorlog door. Dus de oorlog in Syrië zou zomaar nog jaren kunnen gaan duren. Ik weet niet wat je daar als Westen nog verder aan zou kunnen doen behalve zeggen ‘Nou dat is dan maar even zo’. Ondertussen moet natuurlijk wel, en het is een schande dat dat nog niet is gebeurd, de humanitaire hulp flink worden opgevoerd, want er zitten wel allerlei burgers tussen die er ook allemaal niks aan kunnen doen.’

‘Ik wantrouw eigenlijk iedereen die ik spreek. Bij ieder verhaal zet ik vraagtekens. Hoe plausibel het ook lijkt, ik denk altijd ‘Ja, maar klopt het ook?’. Ik heb wel geleerd dat beide partijen in een oorlog liegen. Ze voeren geen oorlog om de waarheid te vertellen, ze voeren oorlog om te winnen. Alles staat in het teken van de overwinning. Als je bereid bent om mensen dood te schieten, dan is het natuurlijk een kleine stap om tegen een journalist een potje te liegen.’

‘Een fixer is cruciaal. Dat is degene die de lokale situatie het beste kent. Hij weet waar het veilig is of niet. Hij kent de strijdende partijen. Als je iemand wilt spreken dan gaat het altijd via de fixer. Het is ook iemand die moet aanvoelen of het veilig is om ergens naartoe te gaan of niet. Uiteindelijk is het degene die jouw leven min of meer in handen heeft. Het is altijd zaak om een zo goed mogelijke fixer te vinden. Dat is niet altijd even makkelijk. Lukt ook niet altijd. Daarom neem ik ook weleens een tolk mee uit Nederland. Probleem is dat de goede fixers altijd snel bekend zijn en dat ze voor astronomische bedragen worden weggekocht door de grote Amerikaanse zenders. In een land als Syrië betaal je al gauw een paar honderd euro per dag voor een fixer. Dat is zo duur geworden omdat de Amerikanen dat betalen. Zij drijven de prijs op. Het is wat dat betreft net de voetbalwereld waarin de grote clubs de beste spelers wegkopen.’

‘In een oorlog wordt heel veel gerommeld, ook over aantallen wordt altijd gelogen. Als de Amerikanen heel gedetailleerde slachtofferaantallen naar buiten brengen, zoals bij de chemische aanvallen in Damascus, dan weet ik meteen dat dat totale onzin is. Gewoon gelul. Iedereen die weleens in een oorlog is geweest weet dat je dat soort aantallen niet kan tellen.’

‘Een interview als met president Ahmadinejad van Iran zal ik nooit vergeten. Dat was een heel bijzondere ervaring. Maar datgene wat je echt nooit vergeet zijn de mensen die gastvrij voor jou zijn geweest. Die je in huis hebben gelaten. Bij wie je hebt gelogeerd. Die je te eten en te drinken hebt gegeven. Dat zijn de mensen die ik het meest in het hart heb gesloten.’

Het boek Achter het front van Jan Eikelboom ligt nu in de winkels of is hier online te bestellen.

Tekst: Chris Riemens
Beeld:
janeikelboom.com